Swingend overspel van Gallische dames

Niet alleen het vorig jaar geopende Asterix-pretpark bij Parijs probeert het Europese antwoord te leveren op Disneyland, ook de filmproduktie van de Asterix Studio begint een volwaardig alternatief te vormen voor de Amerikaanse en Japanse tekenfilmindustrie. De laatste drie van de in totaal zes verfilmingen van de strips van Goscinny en Uderzo kwamen uit deze waarlijk paneuropese studio voort. De nog niet in Nederland uitgebrachte Asterix chez les Bretons (1986) was een Frans-Deense coproduktie, de laatste film uit 1989, Asterix et le coup du menhir (Asterix en de knallende ketel) werd door Fransen en Duitsers gecoproduceerd, met gebruikmaking van het talent van de beste animators uit heel Europa, die elk een eigen figuur of scene in eigen beheer verzorgden. Zo staan ook de namen van de Nederlandse tekenaars Borge Ring, Rob Stevenhagen en Ben van Voorn in de credits vermeld.

Verbazingwekkend genoeg blijkt deze grensoverschrijdende werkwijze effect te sorteren. De kwaliteit van de animatie in Asterix et le coup du menhir is van zeer hoog, ambachtelijk niveau en maakt nauwelijks gebruik van computertechnieken. Ook is het resultaat geen lappendeken, maar onder regie van Philippe Grimond een consistente eenheid geworden. Het scenario volgt vrij nauwgezet de in elkaar geschoven verhalen van de albums Asterix en de ziener en Asterix de kampioen, zodat de fanatieke liefhebbers van de Gallische chauvinisten Asterix en Obelix en die rare jongens van een Romeinen niet voor verrassingen komen te staan. Hier en daar werden echter verrassende animatievondsten aan het stripidioom, dat nu eenmaal immobiel en pregnant moet zijn, toegevoegd. Zo laat tekenaar Uderzo in het album de Romeinse soldaat Bondus na het proeven van Panoramix' toverdrank alleen maar voortdurend van kleur verschieten, maar vallen dezelfde figuur in de film surrealistische, aan het werk van de Amerikaanse tekenfilmer Tex Avery herinnerende hallucinaties ten deel. De oorspronkelijke albums moeten wel uit de jaren zestig stammen, want de psychedelica worden afgewisseld door de aanbidding van een nep-goeroe en swingend overspel van dweepzieke Gallische dames.

Ook de bewegingen van een atletisch uiltje zijn bijzonder geestig en origineel. Hij steelt de show van de wat log geanimeerde Asterix en Obelix, hetgeen verklaard kan worden door de produktieformule. Het ligt immers voor de hand dat elke animator zijn eigen figuurtje graag wil laten schitteren.

De Nederlandse nasynchronisatie is onopvallend en dus geslaagd, mede dankzij de verrassende keuze van de stem van Marco Bakker voor Obelix en de goede typecasting van Jerome Reehuis voor de bullebak van een centurio. Asterix en de knallende ketel is vele malen beter dan de eerste, stijve Asterix-films, die de stripplaatjes domweg in beweging zetten.