Strijdbare amazones in boeiend nieuw ballet van Goores bij Reflex

Opnieuw kwam de dansgroep Reflex verrassend voor de dag met de presentatie van twee nieuwe werken en een dat eind vorig seizoen slechts een eenmalige voorstelling beleefde. Veertien dagen geleden zorgden twee vrouwelijke choreografen voor twee interessante premieres, nu vulde het werk van drie mannen het programma.

Van hen behoort Hans Tuerlings tot de regelmatig bij Reflex terugkerende dansmakers. Zijn Hangen in karton, waarvoor hij een boeiende maar veel te luid ten gehore gebrachte compositie van Louis Andriessen gebruikte, is niet zijn sterkste ballet geworden. Zijn bewegingsidioom blijft fascinerend, maar in dit stuk wordt er niets opmerkelijks aan toegevoegd. Daardoor ontstaat het idee dat je het al eens eerder gezien hebt, temeer daar de compositie te weinig intrigerend is ondanks de fascinerende partij die Patrizia Tuerlings er als een gipsy van adel temidden van vijf mannen in vervult.

Piet Rogie's Noblesse oblige is pregnanter. De manier waarop hij met beweging omgaat is sterk verwant aan die van Tuerlings. De structuur van het werk biedt echter veel meer verrassingen, meer variatie, is speelser en heeft een duidelijke samenhang met de muziek, een Madrileense nachtmuziek van Bocherini. Oorspronkelijk zou Noblesse oblige vorig seizoen worden uitgevoerd in een programma opgebouwd uit verschillende trio's. Een ernstige blessure van Patrizia Tuerlings verhinderde dat. In het trio-programma zou Noblesse oblige door zijn andersoortige aanpak en beweging uitstekend gepast hebben. Nu, direct uitgevoerd na het werk van Hans Tuerlings, werd de indruk wat afgezwakt.

Hoofdmoot van het programma was het vijftig minuten durende Emergo van Arnold Goores, dat als programmanoot meekreeg: 'Het schip vaart ... .en 't kraakt'. In het openingsbeeld vormen de drie mannen en drie vrouwen dan ook een schip dat vredig over de baren dobbert. Dan wordt het donker en barst een oorverdovend geluidsgeweld los. Het oplichtend achterdoek vertoont barsten, zo ook de oorspronkelijke verbondenheid van de zes uitvoerenden. De vrouwen, met de borst ontbloot, worden strijdbare amazones naar wie de mannen enigszins verbijsterd kijken. Ze worden hoe langer hoe meer door hen geboeid terwijl zij eigenlijk geen raad weten met hun houding. In een andere episode verandert het tedere spel tussen de paren in uiterst agressief gedrag van de mannen, die de dames als een prooi aan het haar rondslepen. In een ander fragment worden de op de grond liggende figuren langzaam naar een andere plaats in de ruimte gedragen en is er een uitdagend gevecht tussen twee mannen, opgehitst door de omstanders. Even komt de groep weer bij elkaar in het harmonieuze schipbeeld, maar opnieuw wordt er schipbreuk geleden. Men zwemt, spartelt, belandt op een vlot, zwemt en spartelt opnieuw maar ... emergo: men komt weer boven.

Er zit veel boeiends in Goores' werk. Het is theatraal, heeft een flinke dosis onderkoelde humor en in de ongegeneerd gehanteerde cliches weet hij tegelijkertijd iets wrangs te brengen. Toch komt het niet helemaal uit de verf. Veel fragmenten zijn te lang uitgesponnen en verliezen daardoor spanning. Het kan allemaal compacter en er zou meer beroep mogen worden gedaan op de fysieke mogelijkheden van de Reflex-dansers, die meer dan genoeg persoonlijkheid hebben om zich niet te verliezen in louter pasjes maken.

Gezelschap: Reflex. Nieuwe werken: Noblesse oblige; choreografie, decor en kostuums: Piet Rogie; muziek: Luigi Bocherini. Emergo; choreografie: Arnold Goores; muziek: collage; decor: Hilde Krikke. Hangen in karton; choreografie: Hans Tuerlings; muziek: Louis Andriessen; decor: Boes Diertens kostuums: Rien Bekkers. Gezien: 10/10, Stadsschouwburg Groningen. Daar nog te zien: 11/10. Eerstvolgende voorstellingen: 17/10 Apeldoorn, 19/10 Cuyck, 26/10 Hardenberg.