Steeds meer problemen bij vaststelling criteria vooroverdracht souvereiniteit; Kamer worstelt met bevoegdheden EG

DEN HAAG, 11 okt. In de Tweede Kamer waarde gisteren even het spook van Europa rond. De parlementariers voelden een moment de hete adem in hun nek van 'Brussel', dat met de voltooiing van de interne markt, van monetaire en politieke unies steeds meer bevoegdheden naar zich toe trekt, uit de handen van nationale regeringen en parlementen. Welke principes gelden daarbij nu eigenlijk? Zijn er wel principes? Of moeten we die nog opstellen?

Premier Lubbers en de beide liberale fractieleiders Bolkestein (VVD) en Van Mierlo (D66) voerden daarover bij de Algemene Beschouwingen een kort, maar diepgaand debat. Om een dam op te werpen tegen het vanuit Brussel makkelijk gehanteerde automatisme om alles wat van boven-nationale betekenis is op te nemen in de eigen, 'detaillistische regelgeving' (Lubbers), is het begrip 'subsidiariteit' ingevoerd: alles wat beter op Europees niveau kan worden behandeld, moet daar gebeuren, maar alles wat beter op nationaal niveau kan blijven moet dan daar ook inderdaad blijven.

Bij het vaststellen van criteria voor overdracht of niet-overdracht van souvereiniteit doen zich, zo bleek in het debat, een toenemend aantal problemen voor. De eerste is dat de hele instelling, de hele regelgeving van de Europese Gemeenschap, zoals Lubbers het uitdrukte, 'nogal economisch' is, 'nogal in de sfeer van de marktvorming' ligt. Met actuele zaak als het energiebeleid, leidt dat tot problemen. Energie is weliswaar onderdeel van de economie en als zodanig van de interne markt, maar energievoorziening moet zich verdragen met een goed milieubeleid. 'Die uitgangspunten vloeien niet automatisch voort uit het marktstreven. Dit vraagt om een aparte politieke stellingname', zei Lubbers. Soortgelijke vragen doen zich voor bij onder meer het personenverkeer, harmonsatie van het asielbeleid en de legitimatieplicht.

Om aan dit probleem het hoofd te bieden, pleitte Lubbers voor een soort 'preambule', waarin de EG-landen een fundamenteel uitgangspunt formuleren bij deze takenoverdracht. Dat kreeg de steun van Van Mierlo (D66) en Bolkestein (VVD). Bolkestein was er bang voor dat bij een al te ruime uitleg van deze overdracht van bevoegdheden het beginsel van decentralisatie wordt aangetast. Dan zou hij, zei hij, nog liever kiezen voor het beginsel 'souvereiniteit in eigen kring'. Van Mierlo steunde het idee vanuit een andere invalshoek: als dergelijke principiele beginselen niet worden vastgelegd, zal het idee van souvereiniteit in eigen kring steeds sterker naar voren komen. 'Europa behoort bestuurd te worden door mensen die subsidiair denken. Maar dan moet over dat begrip wel overeenstemming bestaan', zei de fractieleider van D66.

Bij het verkrijgen van die overeenstemming ontstaat inmiddels een tweede probleem, zo vernam de Kamer van de premier: allerlei accentverschillen in de opvattingen over de rechtsstaat vormen binnen de EG een belemmering voor een eensgezinde besluitvorming over die principes. Vragen over verdeling van taken, over wat de nationale overheid wel en niet doet, horen naar zijn mening in de Grondwet thuis. 'In wezen wordt in het politieke gesprek in Europa steeds meer een vergelijking gemaakt van de verschillende grondwetten.' Weliswaar hebben de Europese democratieen, aldus Lubbers, in essentie gelijke bronnen en tradities. 'Maar ieder van die landen heeft in de concrete uitwerking toch het gevoel dat zijn rechtsstaat een slagje beter is dan die van zijn buurman.'

Het debatje in de Tweede Kamer eindigde met de vaststelling dat men aan de vooravond staat van, zoals Lubbers het noemde, 'wat anderssoortige debatten' in de EG-lidstaten. Een taaie materie, die veel parlementsleden uit de weg neigen te gaan, maar waarvan iedereen beseft dat zij aangepakt moet worden om niet overspoeld te worden door een Brusselse golf. Daar komt dan nog bij, dat de Tweede Kamer ook meer bevoegdheden moet overdragen aan het Europese Parlement, om te voorkomen dat de Brusselse regelgeving zich geheel aan enige parlementaire controle onttrekt. Dit probleem van het 'democratisch deficiet' is al wat langer bekend.

Over de Golfcrisis werd gisteren in de Tweede Kamer slechts kort gesproken, nadat de vaste commissies voor buitenlandse zaken en defensie zich daar maandagavond al vele uren mee hadden beziggehouden. Een debatje erover eindigde snel toen premier Lubbers duidelijk maakte niet de willen speculeren over wat en wanneer er allemaal zou kunnen gebeuren in het Golfgebied. 'Het doorspreken van mogelijke spoorboekjes helpt niet echt.' Zijn boodschap was: we moeten afwachten en reageren wanneer zich iets voordoet. Wel zei hij: 'Als de VN zou overgaan tot verdergaande maatregelen, zal worden bezien of uitzending van extra schepen en vliegtuigen dan wel de uitzending van grondtroepen gewenst is.'

In de schriftelijke beantwoording van een aantal vragen over Zuid-Afrika liet Lubbers weten dat naar het oordeel van de regering de tijd rijp is voor een verdere verbreding van de contacten op cultureel gebied. 'Voor het formele herstel van de culturele betrekkingen in de vorm van een verdrag acht de regering het echter vooralsnog te vroeg.'

    • Rob Meines