Stadsdelen niet in regionaal overleg

AMSTERDAM, 11 okt. De Amsterdamse stadsdelen moeten niet als afzonderlijke partijen meedoen aan het Regionaal Overleg Amsterdam (ROA). Dit zei Amsterdams burgemeester Van Thijn gisteren op een symposium over een nieuwe bestuurlijke organisatie voor de agglomeratie Amsterdam, georganiseerd door het stadsdeel Buitenveldert.

Het vraagstuk van het vormen van agglomeratiebesturen is actueel nu het kabinet per 1 maart 1991 van de vier grote stedelijke gebieden plannen verwacht voor een bestuurlijke reorganisatie. Aan het ROA nemen 24 gemeenten deel, opgesplitst in vijf subregio's, waarvan Amsterdam met zijn 16 stadsdelen een regio vormt.

Volgens Van Thijn is de tijd nog niet rijp Amsterdam als zelfstandige gemeente op te heffen. 'Amsterdam is het aanspreekpunt bij de vorming van een grootstedelijke agglomeratie', aldus Van Thijn. Het is nog niet duidelijk welke bestuurlijke vorm het ROA zal krijgen en welke taken en bevoegdheden eraan zullen worden toebedeeld door provincie en gemeenten.

De tien nieuwe stadsdelen in Amsterdam moeten zich daarbij nog inwerken. 'We zijn enthousiast over de binnengemeentelijke decentralisatie, maar het is een wankel evenwicht. Aan het beleid maken voor de burgers moeten de stadsdeelraden nog beginnen', aldus Van Thijn. 'Als we binnen ROA tot overeenstemming komen, dan kan er een vervolg zijn en komen de deelraden aan de orde'. Van Thijn waarschuwde voor het vervallen in een 'model Rijnmond' waarin Rotterdam en de deelgemeenten elkaars concurrenten werden en dat opgeheven werd bij gebrek aan doeltreffendheid.

Ook burgemeester Van Diepen van Amstelveen betwijfelde of de stadsdelen 'aan de ROA-tafel' horen. Een 'agglomeratieraad' zou volgens hem via getrapte verkiezingen uit de verschillende gemeenteraadsleden kunnen worden samengesteld, om aan een agglomeratiebestuur een democratische legitimatie te geven. Hij riep raadsleden op regionaal te gaan denken, en niet alleen aan het belang binnen de gemeentegrenzen.