'Sovjet-ministeries verhinderen hervorming energiesector`; Oliesector USSR loopt terug

LONDEN, 11 okt. Hulp van Westerse ondernemingen bij de reorganisatie en opbouw van de Russische olie-industrie kan alleen succesvol zijn wanneer president Gorbatsjov de macht van de betrokken ministeries in Moskou afbreekt.

Dat zei de econoom prof. Alexander Arbatov lid van de Academie van wetenschappen in de Sovjet-Unie dinsdag op de conferentie van het Centrum voor onderzoek van energievraagstukken in Londen. Arbatov is ook vice-voorzitter van het Comite voor natuurlijke hulpbronnen.

Volgens Arbatov zal het succes van joint ventures tussen Westerse oliemaatschappijen en de Russische olie-industrie pas tastbaar worden wanneer de staatsbedrijven worden omgevormd in onafhankelijke oliemaatschappijen of ondernemingen die gedeeltelijk eigendom zijn van de staat. 'De ministeries in Moskou zijn daarin echter niet geinteresseerd, omdat ze dan concurrentie krijgen.'

Verscheidene Westerse oliemaatschappijen proberen door het afsluiten van joint ventures de Russen te helpen bij het ontwikkelen van hun verouderde olie-installaties en het aanboren van nieuwe bronnen, in ruil voor een aandeel in de opbrengst van de produktie.

Prof. Arbatov schetste een dramatisch beeld van de teruglopende Russische olie-industrie. Als de komende jaren alle zeilen worden bijgezet om energie te besparen, is het mogelijk het jaarlijkse binnenlandse verbruik van brandstoffen in de Sovjet-Unie, van 460 miljard ton, te handhaven, verwacht hij. Tegelijkertijd loopt de olie-export, die in 1988 nog zorgde voor 40 procent van de deviezeninkomsten, echter drastisch terug. Tot 1995 zou slechts 55 tot 70 procent van het exportvolume van 1989 gehaald kunnen worden. Produktieverhoging zou die vermindering tot 20 procent moeten beperken, maar het economisch effect daarvan zal volgens Arbatov negatief zijn, door de hoge kosten. Zelfs bij een hoge olieprijs acht hij het twijfelachtig of een produktieverhoging waarbij volgens traditionele methoden wordt gewerkt, geld zal opleveren.

Het inschakelen van moderne, Westerse technologie acht hij wel effectief. Westerse hulp zou ook nodig zijn bij het opvoeren van de aardgasproduktie, waarmee op den duur compensatie voor de dalende olie-opbrengsten kan worden gevonden.

Vrij eensgezind concludeerde de conferentie in Londen, georganiseerd door de vroegere olieminister van Saoedi-Arabie, Sjeik Yamani, dat er zo spoedig mogelijk na het oplossen van de Golfcrisis een nieuw, internationaal overleg over oliezaken op gang moet komen. Olieproducerende landen, oliemaatschappijen en de Westerse consumerende landen evenals Japan, zouden de partners in dit gesprek moeten zijn, dat nieuwe energiecrises moet voorkomen door een grotere produktiereserve en stabielere prijzen. Ook zouden de noodzakelijke investeringen om de oliewinning te moderniseren en uit te breiden, in dit beraad geregeld moeten worden.

Volgens de vroegere president-directeur van British Petroleum, Sir Peter Walters, had de overval van Saddam Hussein op Koeweit niet hoeven te leiden tot een verdubbeling van de olieprijs als er voldoende was geinvesteerd in reservecapaciteit in de olielanden.

Walters berekende dat de vraag naar ruwe olie uit de OPEC-landen elk jaar met en half tot een miljoen vaten (van 159 liter) per dag zal stijgen. OPEC (Organisatie van olie-exporterende landen) produceert nu ruim 22 miljoen vaten per dag.

In de Westerse landen en Japan kan het olieverbruik als gevolg van de crisis verminderen, maar bij een daling van de prijs wordt weer groei verwacht. In de ontwikkelingslanden, waar olie veruit de belangrijkste energiedrager is, zal het verbruik sneller toenemen.

De Nigeriaanse olieminister, professor Jibril Aminu, deed een dringend beroep op de Westerse landen en zijn OPEC-collega's om door een betere afstemming van vraag en aanbod de olieprijs omlaag te brengen, omdat de economieen van de arme landen sterk lijden onder de huidige prijs van bijna 40 dollar per vat.