Rattenvanger

Op het Oostberlijnse Alexanderplatz heet balletje-balletje Americano. Een brave, Oostduitse man met gleufhoed en bruine aktentas maakt hier op hardhandige wijze kennis met het vrije ondernemerschap. Als de Poolse 'jenner', in samenwerking met de Roemeense spelleider zaken doen verenigt de volkeren steeds maar onwaarschijnlijke sommen wint, besluit de brave man ook in te zetten.

'Voor mijn kinderen', zegt hij erbij, misschien in de hoop dat hem bij verlies een proefronde zal worden gegund. Honderd D-mark weg, minder wordt hier niet ingezet.

De Poolse jenner put zich uit in begrip en jovialiteit, en speelt vrolijk verder, nu met 200 D-mark inzet, en wint en wint. Een van de trucs is, om de speler zogenaamd per ongeluk te laten zien onder welk doosje het balletje ligt, dat er dan natuurlijk op het moment supreme toch weer niet blijkt te liggen. Dat werkt: op een gegeven moment ontsteekt de vriendelijke man in grote opwinding en trekt trillend tweehonderd mark uit zijn portefeuille.

De spelleider geeft nog ruimhartig twintig te veel betaalde mark terug, voordat hij laat zien dat het balletje zich toch ergens anders bevond. Lijkbleek wendt de vriendelijke man zich tot omstanders voor een nabespreking van het gebeurde.

Veel gehoor vindt hij niet. Zelfs 45 jaar socialisme hebben de DDR-burger niet tot het inzicht gebracht dat gokken door sommigen als een normale, om niet te zeggen de enig zinvolle wijze van inkomensverwerving wordt beschouwd.

Leerzaam, vindt de man die naast mij op dit tochtige plein het schrijnend tafereel heeft waargenomen. Wat hem betreft is er een duidelijke parallel met de economische situatie waarin Oost-Duitsland zich thans bevindt. 'Ik ben bij ons in Cottbus een drankwinkel begonnen, maar inmiddels zijn er al drie in de straat, en een vierde gaat volgende week open. Wie van ons houdt het vol? Ik zou het niet weten.'

De Duitse eenheid heeft het Oostberlijnse Alexanderplatz, tochtig winkelparadijs van Oosteuropese snit, van aanzien doen veranderen. Het Kaufhaus am Alex puilt sinds de invoering van de D-mark uit van westerse waren. Maar er zijn meer veranderingen: het Alexanderplatz wordt in snel tempo tot de verzamelplaats van de marginalen van 'het nieuwe New York' zoals sommige lokale politici hun herenigde Berlijn graag noemen. In de nachtelijke uren heersen in de betonnen krochten de elkaar bevechtende jeugdbenden.

Bepaald een verlies voor de cultuur van het plein, nu vergeven van snackkarren en weggegooide bierblikjes, is het verdwijnen van de man met de grijze haren, die hier van de zomer vaak stond. Zijn uitrusting bestond uit een kostuum met puntmuts, bekend uit het verhaal De Rattenvanger van Hamelen, en een geweldige, opgewekte Duitse schlagers producerende radio van het soort dat elders op deze wereld getto-blaster wordt genoemd. Daarop zette hij zijn rechtervoet, met de rechterhand hanteerde hij twee op de maat van de muziek klikkende eetlepels. Met zijn andere hand maakte hij af en toe een breed uitnodigend gebaar, daarbij zorgelijk gadegeslagen door een vrouwspersoon die zijn dochter kon zijn.

Beiden wezen verzoeken voor een interview resoluut van de hand. Gevaar voor de openbare orde leverden ze niet op. Af en toe liep er een kind op de man af, dat hij dan met een vermoeide glimlach een oude prentbriefkaart overhandigde. Slechts zelden evenwel deponeerde iemand een muntje in de daarvoor gereed staande rieten mand.

Daarom vermoedelijk had hij op een dag zijn werkterrein verplaatst naar West-Berlijn, nabij de Gedachtniskirche, waar de passanten wat kapitaalkrachtiger zijn. Het rattenvangerskostuum was vervangen door een meer eigentijdse matrozen-uitmonstering. Maar helaas, hier werd hij permanent lastiggevallen door junks en dronkaards, die ook zijn rieten mand belaagden. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien. Zijn les geleerd, zeker.