PLO plaatst VS voor groot dilemma in Veiligheidsraad

AMSTERDAM, 11 okt. Hoe stel je je vrienden, die elkaars vijanden zijn, allemaal tegelijkertijd op hun gemak, zonder hun vertrouwen te verliezen? Voor dat dilemma staat de Amerikaanse diplomatie in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, nu de PLO en haar aanhang opnieuw Israel en daarmee de Verenigde Staten van gruwelijke onderdrukking en massamoord, respectievelijk steun daaraan beschuldigen.

De gewelddadige dood van zeker 21 Palestijnen maandag op de Haram al-Sharif in Jeruzalem, de op twee na heiligste plaats van de islam, heeft de PLO een formidabel politiek wapen tegen Washington in handen gegeven. President Bush weet dat. Als hij een strenge veroordeling van de Veiligheidsraad van de VN tegenhoudt, loopt de wel zeer bonte coalitie van anti-Saddam-mogendheden, die de Amerikaanse president met zoveel moeite heeft gesmeed, ernstig gevaar.

Dan kan de Iraakse president Saddam Hussein met nog meer overtuigingskracht dan nu uitroepen dat de Arabische bondgenoten van Washington slechte moslims zijn en betaalde agenten van Bush, die uitsluitend de Amerikaanse belangen dienen. De leiders van Saoedi-Arabie en Egypte kunnen het zich domweg niet veroorloven tegenover hun binnenlandse publieke opinie samen met de Amerikanen tegen Saddam Hussein op te trekken, als diezelfde Amerikanen het doodschieten van Palestijnse gelovigen door ongelovige joden, nota bene in Jeruzalem, met de mantel der liefde bedekken.

Daarom namen de Amerikanen in de Veiligheidsraad het initiatief om Israel zeer krachtig te veroordelen. Weliswaar zijn ook zij ervan overtuigd dat het bloedbad op de Haram al-Sharif door de Palestijnen geprovoceerd werd. Maar de zeer openlijke discussie in Israel over de mehdalim, de blunders, die de Jeruzalemse politie heeft begaan, is ook in Washington doorgedrongen en heeft de beleidsmakers daar alleen nog bozer gemaakt.

De Israelische pers beschreef gisteren in geuren en kleuren de ruzies tussen het hoofd van de Shin Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, en het hoofd van de Jeruzalemse politie. Vast staat dat de Shin Beth al een paar weken geleden de politie had gewaarschuwd dat de leiding van de Intifadah reeds op Grote Verzoendag hetzelfde van plan was als afgelopen maandag: een aanval te lanceren op de biddende joden bij de Klaagmuuur. Toen zou de politie wel op tijd voldoende mankracht hebben aangevoerd om onmiddellijk alle provocaties de kop in te drukken hetwelk met succes gebeurde. Daarentegen ontkracht de Israelische pers de eerdere bewering van de politie dat de stenen op de Tempelberg die de woedende Palestijnen naar de joden gooiden, uitsluitend voor die operatie waren aangevoerd; ze dienden als bouwmateriaal voor herstelwerkzaamheden.

Pag.4: Vervolg

Welke appels men in Israel gaat schillen, is voor Washington alleen nog van academisch belang. Daar stelt men zich op hetzelfde standpunt als de Israelische oppositie: dat de Israelische autoriteiten op zijn zachtst gezegd onvoldoende voorzorgsmaatregelen hebben genomen om eventuele rellen tegen te gaan en, toen die eenmaal uitbraken, daarop met ongeevenaard geweld hebben gereageerd.

Het optreden van de Amerikaanse diplomatie in de thans door de PLO en Israel geschapen, uiterst problematische situatie is bedoeld om de politieke schade zo veel mogelijk te beperken. De Amerikanen namen het initiatief door in de Veiligheidsraad (voor het eerst sinds de Israelische inval in Libanon in 1982) een ontwerpresolutie in te dienen waarin Israels optreden niet betreurd maar veroordeeld werd. Maar daarmee lieten de PLO en haar bondgenoten zich niet afschepen, zoals blijkt uit de moeizame onderhandelingen achter de schermen die nog steeds niet tot een resultaat hebben geleid.

Amerika beschouwde de VN jarenlang als een club die geld van de Amerikaanse belastingbetaler verspilde. Het was het automatische ja-en-amen-instituut van de Sovjet-Unie en de Derde Wereld, waarin men vrijblijvend de onzinnigste anti-Amerikaanse en anti-Israelische propaganda kon spuien. Aan zo'n organisatie moest men financieel zo min mogelijk bijdragen reden waarom het Amerikaanse Congres de toewijzing van geld aan de VN zo veel mogelijk saboteerde.

De Golfcrisis en de daaruit voortvloeiende noodzaak om een zo breed mogelijke alliantie tegen Saddam Hussein op te bouwen veranderden die beoordeling. Sinds augustus schildert Bush de tot dusver zo geminachte Veiligheidsraad af als een prima politiek instrument dat wel degelijk zijn nut heeft bewezen. Want opeens is 'de internationale consensus' tegen agressie het nieuwe thema van de Amerikaanse buitenlandse politiek.

Internationale consensus

Wie zoveel respect zegt te hebben voor de internationale consensus, kan zich moeilijk een veto veroorloven in de Veiligheidsraad. Daarop spelen, gesouffleerd door de PLO, de Niet-gebonden Veiligheidsraadsleden in, half zichtbaar gesteund door de permanente leden China, de Sovjet-Unie en Frankrijk. Want met name Frankrijk heeft zich de laatste dagen steeds sterker gemaakt voor de door Saddam Hussein voorgestelde (en officieel door Parijs afgewezen) koppeling van de Golf-crisis en de Palestijnse kwestie.

Al deze lidstaten spraken zich aanvankelijk uit voor een door de PLO opgestelde ontwerpresolutie, die eiste dat de Veiligheidsraad een commissie naar de bezette gebieden stuurt. De commissie moet vervolgens rapport uitbrengen aan de Veiligheidsraad, waarna deze op grond van het rapport nieuwe maatregelen tegen Israel kan nemen.

De VS verzetten zich traditioneel tegen zo'n commissie. Niet alleen omdat Israel het onacceptabel vindt dat de Veiligheidsraad zich in zijn 'interne aangelegenheden' mengt en daarom zo'n commissie geen toegang verleent. Maar ook en vooral omdat de Amerikaanse regering de uiteindelijke behandeling van de Palestijnse kwestie en een eventueel afstraffen van Israel onder geen beding uit handen wil geven.

Als Washington dat zou toestaan, zou op binnenlands gebied de president door het Congres zeer scherp ter verantwoording worden geroepen, onder het motto dat hij de destabilisatie van Israel bevordert. Dan zou op buitenlands gebied de Amerikaanse politiek haar greep op de gebeurtenissen in het Midden-Oosten verliezen. Vandaar dat de Amerikaanse beleidsmakers altijd furieus worden als de EG met politieke verklaringen over de Palestijnse kwestie komt die haaks op de Amerikaanse koers staan.

Even traditioneel probeert de PLO de Veiligheidsraad ertoe te bewegen om middels een resolutie 'de Palestijnen in de bezette gebieden tegen Israel te beschermen'. Zo'n resolutie opent immers de deur voor verder ingrijpen van de VN, gepaard met een afbrokkeling van het Israelische gezag in de bezette gebieden. Uiteindelijk zou de Veiligheidsraad kunnen beslissen tot overname van de bezette gebieden door de VN, wat vervolgens zonder veel onderhandelingen of een formeel vredesverdrag ertoe zou kunnen leiden dat deze gebieden onder controle komen van de PLO.

Geen commissie

Om dit proces tegen te houden heeft de Amerikaanse president zich altijd verzet tegen een door de Veiligheidsraad benoemde commissie van onderzoek, die als bij voorbeeld Frankrijk zijn zin krijgt wel eens sancties tegen Israel zou kunnen aanbevelen. Daarmee zou Saddam Hussein nog meer in de kaart worden gespeeld. Bush is echter wel bereid om secretaris-generaal Perez de Cuellar van de VN te vragen een speciale afgevaardigde naar het gebied te sturen. Het grote verschil tussen de door de PLO gevraagde onderzoekscommissie en de door Washington voorgestane (en ook door Israel aanvaarde) missie is, dat een afgevaardigde van de secretaris-generaal aan zijn baas een rapport overhandigt dat geen politieke gevolgen heeft. Het rapport verdwijnt in de bureaulade van de secretaris-generaal en heeft verder geen enkele consequentie.

In mei spraken de VS in de Veiligheidsraad, tot grote woede van de PLO, hun veto uit over een ontwerpresolutie die voorzag in het sturen van een onderzoekscommissie. Daarna stuurde de secretaris-generaal op eigen initiatief een van zijn medewerkers, de Haitiaan Jean Claude Aime, naar Israel en de bezette gebieden. Maar zijn flinterdunne rapportage was voor de PLO allerminst bevredigend.

In het nieuwe klimaat van de Veiligheidsraad zijn de Niet-gebonden lidstaten, na veel heen en weer gepraat en na ingrijpen van de Britse voorzitter, bereid om genoegen te nemen met de door Amerika voorgestelde missie. Zij eisen echter, conform een voorstel van de secretaris-generaal zelf, dat de door Perez de Cuellar gestuurde delegatie de bevoegdheid krijgt om zeer precieze aanbevelingen te doen 'over de manieren en middelen die de veiligheid en de bescherming van de Palestijnse burgers in de bezette gebieden kunnen verzekeren'. Daarmee wordt de missie alleen in andere bewoordingen toch weer een commissie.

Niet bekend