'Minister in gebreke bij keuze kolencentrale'

ROTTERDAM, 11 okt. Minister Andriessen van economische zaken heeft zijn besluit om de Maasvlaktecentrale uit te breiden met een poederkoolcentrale onvoldoende onderbouwd. Het Besluit MER van de Wet algemene bepalingen milieuhygiene verplicht de minister zijn keuze door een uitgebreid milieu-effect-rapport vergezeld te laten gaan. Daarin moeten de milieueffecten van alle in aanmerking komende brandstoffen met elkaar worden vergeleken. Daarin is de minister in gebreke gebleven.

Dat is de mening van milieu-gedeputeerde J. van der Vlist van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De Landelijke Commissie MER steunt Van der Vlist in zijn oordeel. De commissie (bestaande uit onafhankelijke Nederlandse en Belgische deskundigen) geeft advies over het opstellen van richtlijnen voor milieueffect rapporten en beoordeelt de uitgebrachte MER's. Haar oordeel is niet bindend.

Nu een behoorlijk vergelijk tussen de verschillende brandstoffen op rijksniveau ten onrechte is uitgebleven zal de provincie Zuid-Holland haar verantwoordelijkheid nemen, schrijven GS. Daarom is in de richtlijnen voor de milieu-effect rapportage, die dinsdag zijn gepubliceerd, aangegeven dat niet alleen de milieu-effecten van het verstoken van poederkool moeten worden onderzocht maar dat ook aandacht moet worden geschonken aan kolenvergassing of de inzet van gas en olie, eventueel vergassing van de nieuwe Venezolaanse brandstof Orimulsion.

Het besluit van de SEP en het Electriciteitsbedrijf Zuid Holland (EZH) voor de inzet van poederkool bij de Maasvlaktecentrale, die in de andere twee eenheden ook al poederkool verstookt, stond afgelopen zomer ter discussie omdat het verstoken van poederkool, vooral wat betreft de uitstoot van kooldioxyde, milieuonvriendelijker is dan kolenvergassing. De SEP is van oordeel dat kolenvergassing nog geen bewezen techniek is en wil eerst ervaring opdoen met de demonstratievergasser bij Buggenum. Uiteindelijk wist minister Andriessen een kamermeerderheid voor zijn keuze te winnen.

De SEP ziet de poging om de keuze voor poederkool alsnog aan te vechten als kansloos. Het laatste Elektricteitsplan waarin voor poederkool gekozen was is door de Kamer goedgekeurd, aldus een woordvoerster. 'Bovendien sloot de SEP nog dit voorjaar een milieuconvenant met het ministerie van VROM dat door alle provincies werd ondertekend. De uitbreiding van de Maasvlaktecentrale voldoet aan dit convenant.' In het convenant is aangegeven hoe hoog de emissies van NOx en SO van alle centrales tezamen mogen zijn. Het convenant spreekt zich echter niet uit over kooldioxyde. Het ministerie van economische zaken staat, volgens een woordvoerster, op het standpunt dat de juiste procedure is gevolgd.