Macht in het huishouden

Werkende vrouwen hebben het zwaar. Als ze een part-time baan hebben, loopt hun vrije tijd vol met het huishouden, en als ze full-time werken ook. Achteraf bekeken is het aanzienlijk makkelijker gebleken om het recht op werken buitenshuis te verwerven dan de taken binnenshuis eerlijk te verdelen. Twee jaar geleden publiceerde het blad Psychology Today de resultaten van een onderzoek onder vijftienhonderd gezinnen, waaruit bleek dat full-time werkende vrouwen ongeveer 30 uur per week aan het huishouden en de kinderen besteedden, en hun mannen ongeveer 6 uur. In Nederland ligt die verhouding misschien iets gunstiger, maar veel zal het niet schelen.

Om de een of andere reden wordt deze onrechtvaardigheid altijd meesmuilend afgedaan met de 'afwaskwestie', een idioot pars pro toto, want Nederlandse mannen zijn de beste afwassers ter wereld, op de voet gevolgd door Nederlandse kinderen, maar afwassen vormt niet meer dan een splinter in de houtzagerij van het huishouden.

Waarom lukt het niet het huishouden als een duobaan in te richten, terwijl al meer dan twintig jaar de gangbare opvatting is dat het net zo goed door mannen als door vrouwen gedaan kan worden? Uiteenlopende verklaringen circuleren voor dit wonderlijke verschijnsel: mannen zijn liever lui dan moe, mannen hebben hogere drempels voor stof en rommel, mannen zijn verkeerd opgevoed, mannen vinden het stiekem toch beneden hun waardigheid, al belijden ze met de mond de noodzaak van een gelijke taakverdeling. Dit alles mag een beetje waar zijn, maar er is iets belangrijkers waardoor het huishouden als duobaan de mist ingaat. Een huishouden draaiende houden lijkt niet zozeer op het werk van een lokettist dat eenvoudig verdeeld kan worden tussen iemand die het 's ochtends en iemand die het 's middags doet, als wel op het werk van een directeur van een onderneming. Kenmerkend voor een directeur is dat hij/zij delegeert naar gelang de eigen behoefte, maar intussen de grote lijn in de gaten houdt en staat op de eindverantwoordelijkheid.

Dit is precies wat in de meeste huishoudens gebeurt en het is bijna ondoenlijk om het anders in te kleden. Twee kapiteins op een schip is in de praktijk onwerkbaar, omdat het te veel discussie en onenigheid oplevert. Huishoudelijke taken mogen er op het oog eenvoudig uitzien (je hoeft er tenslotte niet voor doorgeleerd te hebben), maar de manier waarop het werk gebeurt is erg persoonsgebonden. Zoveel huisvrouwen (-mannen), zoveel stijlen. Voor degene die de scepter zwaait is het heel moeilijk om niet voortdurend aanmerkingen te hebben op de wijze waarop de ander een taak uitvoert. Neem bijvoorbeeld het doen van de was. Een taak die bestaat uit veel kleine dingetjes waarover een beslissing genomen moet worden, zoals het tijdstip: regelmatig of pas wanneer er niets schoons meer in de kast ligt? Wat kan samen met wat en op welke temperatuur? Wat moet op de hand? Opvouwen en sorteren of niet en zo ja, hoe moet het opgevouwen worden? (Sommige mensen hebben een hekel aan sokkenbolletjes en willen ze liever plat met alleen de boorden in elkaar.) Hoort strijken er ook bij? En ten slotte: hoe moet het in de kast? Weinig mannen passen het roulatieprincipe toe, dat wil zeggen, om schone lakens, handdoeken, onderbroeken onderop de stapel in de kast te leggen, zodat ze pas over een tijdje weer aan de beurt zijn voor gebruik. Er bestaat niet een zaligmakende routine voor de taak 'wassen', het is alleen lastig om zonder commentaar te aanvaarden dat iemand anders het anders doet dan jij. Wat te doen? Wrevelig zwijgen of stekelig vitten?

De weg weten in de verschillende kasten is een van de pijlers van het voeren van een huishouding. Wie de weg weet is de baas en het komt zelden voor dat een man blindelings uit het gootsteenkastje het juiste vaasje voor een net ten geschenke gekregen bosje bloemen weet te vissen. De achterstand in kastenkennis wordt meestal al opgelopen bij het betrekken van het huis: terwijl de man het audiorack monteert en lampen ophangt, ruimt de vrouw de kasten in en legt daarmee de basis voor de macht in huis.

Volgens het onderzoek uit Psychology Today is het in 90 procent van de gevallen ook de vrouw die de dagelijkse boodschappen doet en kookt. Het boodschappen doen is zo'n taak die bij de grote lijn hoort; het valt onder plannen en organiseren, kortom de continuiteit. Als de baas in huis naar de supermarkt gaat, heeft zij (hij) een lijstje bij zich, maar terwijl ze langs de schappen dwaalt, herinnert ze zich het halfvolle flesje afwasmiddel op de aanrecht en gooit een nieuwe in het karretje om in voorraad te hebben. Ze ziet een groente die zich goed laat combineren met de restjes van gisteren die nog in de ijskast staan. Ze bedenkt dat er in het weekeinde mensen met kinderen op bezoek komen, dus ze neemt alvast het een en ander mee aan koekjes en frisdrank, zodat op zaterdag niet alles tegelijk hoeft.

Is een man niet in staat tot dit soort planmatigheid? Is er iets mis met zijn psyche waardoor hij maar niet kan onthouden welke pyjama of welk t-shirt van welk kind is? Klaarblijkelijk niet, want er zijn genoeg mannen die een bedrijf tot bloei weten te brengen. Een goede ondernemer weet precies wat er omgaat in zijn zaak, houdt zich met de toekomst op korte en lange termijn bezig, zorgt ervoor dat de kosten niet uit de hand lopen en bekommert zich om het welzijn van de werknemers.

Mannen zullen achteraan blijven sukkelen in hun bijdrage aan de huishoudtaken, zolang vrouwen niet bereid zijn hun positie als chef op te geven. Als ze de verantwoordelijkheid voor een aantal taken delegeren, heeft dat als voordeel meer vrije tijd, maar als nadeel dat de dingen niet gebeuren zoals ze die zelf gedaan zouden hebben. Voor veel vrouwen is dat niet te verteren. Kijk nou toch eens: Het verkeerde merk tandpasta gekocht! De kinderen zonder muts naar buiten! Tomaten in de ijskast! Koffiepot niet omgespoeld!

Het is plezierig om de baas te zijn, zelfs al brengt dat extra werkuren met zich mee. Als een vrouw het anders wil, moet ze ofwel afstand doen van het idee dat haar eigen stijl van huishouden de juiste is, ofwel een man zoeken die bereid is haar opdrachten uit te voeren, haar aanwijzingen op te volgen en zich zonder tegensputteren te voegen naar de kaders die ze aangeeft. Dat soort mannen is dun gezaaid.