Lubbers matigt debat over normvervaging

DEN HAAG, 11 okt Het debat in de Tweede Kamer over normvervaging is gistermiddag door premier Lubbers beperkt tot het belang van de conducteur op de tram en het tourniquet voor de metro-ingang. Het falen van de politiek, het andere hoofdthema tijdens de Algemene Beschouwingen, resulteerde in een debat over democratische controle op lagere bestuursorganen en een nederlaag voor VVD-fractieleider Bolkestein. Over de legitimatieplicht zei de premier niet meer dan dat staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) er druk mee bezig was.

Eergisteren hielden Woltgens (PvdA) en Brinkman (CDA) sombere verhalen over de berekende burger en de lakse overheid die gezamenlijk de publieke moraal 'vermalen'. Herstel van de 'burgerzin' (PvdA) was gewenst, respectievelijk van de 'groepsnormering' en het 'gemeenschapsbesef' (CDA). De premier antwoordde met een pleidooi voor 'goede fysieke maatregelen' die vandalisme en criminaliteit kunnen voorkomen. Een conducteur op de tram, een tourniquet voor de metro-ingang 'het is kostbaar maar het ligt zo voor de hand dat het moet gebeuren', aldus Lubbers.

Het falen van de politiek besprak Lubbers aan de hand van de grote hoeveelheid adviesorganen. Hij was het oneens met Woltgens' stelling uit zijn Eindhovense rede dat het primaat van de politiek erdoor is aangetast. De PvdA-fractieleider had in een voordracht voor studenten geconstateerd dat het parlement nog slechts ratificeert waarover ambtenaren en belangengroepen het eens zijn geworden in het advies- en overlegcircuit.

Lubbers herinnerde er aan dat adviesorganen ooit waren ingesteld uit een verlangen plannen van de politiek te voorzien van een 'redelijk draagvlak'. De politiek blijft verantwoordelijk voor de beoordeling van de houdbaarheid, handhaafbaarheid en doeltreffendheid van de wetten die ten slotte worden voorgesteld. Hij wees er ook op dat het kabinet om een adviesorgaan als bijvoorbeeld de SER heen kan. De wettelijke verplichting de SER om advies te vragen bevat bruikbare ontsnappingsgronden. Ook kan de SER zelf weigeren een advies uit te brengen.

De opmerking van Bolkestein dat het kabinet 'voor van alles en nog wat' advies vraagt was volgens de premier niet geheel onterecht. 'Ik sluit niet uit dat wij kritischer moeten worden in onze afwegingen of een advies inderdaad gevraagd moet worden'. In ieder geval wil het kabinet een einde maken aan het vragen van advies bij wetsvoorstellen die alleen toepassing van Europese regels beogen. Dat zijn volgens de premier 'schijnvertoningen' geworden. Het kabinet is immers politiek al in Brussel gebonden.

En dan was er nog de kritiek van VVD en D66 dat het maatschappelijke middenveld zich heeft ontwikkeld tot een ongecontroleerd en ongelegitimeerd bestuurssysteem waaraan de burger ondergeschikt is. Het CDA denkt de onmacht van de Haagse politiek te verminderen door bevoegdheden af te stoten naar gemeentes, schoolbesturen, ziekenhuisdirecties en andere lokale openbare of particuliere clubs. Dat leidde tot een discussie over ontzuiling en herzuiling, waarbij Bolkestein zich onder meer afvroeg wie er bij zoveel particulier belang nog opkomt voor het algemeen belang.

Bolkestein kwam met vier condities voor decentralisatie: als er overheidsgeld overgedragen wordt, mag het budgetrecht van de Kamer of de gemeenteraad niet worden aangetast. De Rekenkamer moet alles controleren. Krijgt zo'n orgaan regelende bevoegdheid dan moet de politiek kunnen schorsen of vernietigen. Mag zo'n orgaan heffingen opleggen, dan dient de politiek dat per geval tevoren goed te keuren.

De premier haalde zijn schouders op. De vier voorwaarden van Bolkestein leken hem prima zolang het ging om decentralisatie naar 'bestuursorganen behorende tot het openbaar bestuur'. Dat particuliere organisaties openbare taken zouden gaan vervullen leek hem onbestaanbaar. 'Dan is het per definitie geen openbare taak meer.'

Het debat kreeg daarop een chaotisch vervolg. Bolkestein zei voorstander van privatisering, deregulering en decentralisatie te zijn, maar hamerde tegelijkertijd zo op het belang van openbare controle op belastinggeld dat Lubbers hem verweet 'alles weer te willen etatiseren, terwijl de bevrijding in Oost-Europa net is gekomen!'. Het leek hem 'de dood in de pot van de democratie'.

CDA-fractieleider Brinkman wees erop vervolgens dat ook particuliere organisaties uit dat middenveld in het openbaar werken. 'De boeken liggen op tafel, financiele controle is mogelijk, er is medezeggenschap. Ik weet niet wat de heer Bolkestein precies mist'.

Kritiek van D66-fractieleider Van Mierlo op organisaties uit het middenveld legde Brinkman naast zich neer. De D66-leider had gezegd dat dergelijke organisaties sinds de ontzuiling niet meer gelegitimeerd zijn. Zij zouden geen natuurlijk produkt meer zijn van hun achterban zoals vroeger, maar slechts holle organisaties die zich geforceerd een doelgroep eigen hebben gemaakt. Het zou hen vooral gaan om het handhaven van hun machtspositie tussen overheid en burger.

Brinkman was erop voorbereid: 'Ik heb nadrukkelijk voorbeelden genoemd om de koepelstructuur aan te pakken, om die veel meer van onderop te formuleren, financieren en organiseren. Budgettaire en bestuurlijke verantwoordelijkheden moeten veel meer worden gelegd op het uitvoerende vlak van deze instellingen'. Waarop Van Mierlo aanbood daaraan bij te dragen als het CDA 'de formele democratie directer helpt maken'.

Bolkestein kwam klem te zitten toen Lubbers hem tot twee maal toe vroeg 'man en paard' te noemen bij zijn beschuldiging dat decentralisatie tot verlies van democratische controle leidt. De VVD-leider noemde de nieuwe organisatie van de arbeidsvoorziening, een wettelijk geregeld lokaal samenwerkingsverband van gemeente, werkgevers en werknemers. 'Materieel gesproken bestaat daar niet de mogelijkheid van democratische controle', zei Bolkestein.

Lubbers trok daarop Bolkesteins' lijstje met vier criteria voor decentralisatie en streepte ze af: het budgetrecht voor het parlement blijft volgens de nieuwe wet gehandhaafd; de Algemene Rekenkamer is bevoegd tot controle; besluiten van het plaatselijke bestuur van de arbeidsvoorziening kunnen worden geschorst door de Kroon; heffingen moeten tevoren worden goedgekeurd door de minister van Sociale Zaken. Ook zijn tweede voorbeeld, de woningbouwcorporaties ('daar gaat zeer veel geld naar toe') werd door de premier geridiculiseerd. De Kamer stelt de subsidievoorwaarden vast, de Rekenkamer heeft een controle-taak. 'In het algemeen stellen dat niet wordt toegezien op een richtige besteding van belastinggelden, vind ik riskant en ernstig, vooral als je het niet hard kunt maken', zei de premier. De VVD-voorman repliceerde niet.