Liefde voor het boek in het Gelderse achterland

niet meer. Onbewogen wijst de arm van de inquisiteur de boekhandelaar, gekneveld en omringd door gewapende mannen, zijn pronte Hollandse winkel en tevens het beeld uit. 'Inquisiteurs doorzoeken rond 1570 een boekwinkel op ketterse boeken' (1780) is een van de meer dramatische verluchtigingen van de Nijmeegse boekententoonstelling Gheprint te Nymeghen - 1479-1794, een overzicht van drie eeuwen drukkers, uitgevers en boekverkopers in die stad.

Lokale trots doet de samenstellers van de tentoonstelling, de Nijmegenaren Paul Begheyn S. J. en Els Peters, onderstrepen dat Gherard van der Leempt, de eerste Nederlandse boekdrukker, Wilhem Boye, eigenaar van de eerste Nederlandse papiermolen, en Gerard Noodt, beroemd jurist, alle drie van Nijmeegse oorsprong waren. Deze voorbeelden benadrukken echter juist hoezeer het de stad vaak heeft ontbroken aan zakelijke en culturele mogelijkheden. Van der Leempt debuteerde in Utrecht (1473), de papiermolen stond in Gennep en de belangrijkste publikaties van Noodt kwamen in Leiden en Franeker uit. De Nijmeegse boeknegotie heeft bij vlagen een respectabel regionaal niveau bereikt maar kan zich, met een karig totaal van zevenenveertig uitgevers en zevenentwintig boekverkopers over drie eeuwen, niet meten met Westnederlandse boekensteden als Amsterdam, Haarlem, Den Haag, Leiden en Rotterdam.

Bepalend voor de boekproduktie was de Reductie van Nijmegen, waarbij Maurits dit katholieke gebied veroverde en reduceerde tot achterland (1591). Het nu protestantse stadsbestuur gaf Aernt Cornelisz opdracht alle katholieke boeken uit winkels en bibliotheken op te kopen. De brave boekhandelaar voerde de opdracht voorbeeldig uit zijn zoon Nicolaes van Hervelt zou als belangrijkste Nijmeegse drukker van de zeventiende eeuw de vruchten plukken en zo ging een groot deel van het katholieke erfgoed voor Nederland verloren. Een overlevende, hier tentoongesteld, is de kleine wiegedruk Dat boec van der biechten (1479 bij Gherard van der Leempt), een biechtgids waarin de boetvaardige in Gelders dialect nederig en onvermoeibaar 'Ic geve mi sculdich' mompelt.

Nijmeegse uitgaven dienen doorgaans Nijmeegse belangen. Cruciale opdrachtgevers waren het stadsbestuur, de kerkeraad en het onderwijs, met name de Kwartierlijke Academie, een tot wetenschappelijke instelling gepromoveerde Illustere School die maar korte tijd gefunctioneerd heeft (1656-1674). Zo ontstond een stroom van ordonnanties, notificaties, plakkaten en deducties met als kroonstuk het bijna monumentale Groot Gelders Placaet-Boeck (1701-03) door de Nijmeegse jurist Willem van Loon.

Het elegante, overwegend Latijnse fonds van Reynier Smetius (1639-1688), bestempelde deze uitgever-geleerde, handelspartner bovendien van de Elseviers in Amsterdam, tot een prins onder de Nijmeegse drukkers, wiens uitgaven boven het plaatselijke academische niveau uitstegen. Smetius gaf onder andere enkele boeken uit over zijn vaders beroemde kabinet van Romeinse bodemvondsten. Het frontispice van Antiquitates Neomagenses (1678) toont deze Smetius Senior, een respectabel predikant, als halfblote grijsaard die in Romeinse dracht neerhurkt tussen zijn favoriete fragmenten.

Arbeids-lof

Het aardige van het Nijmeegse overzicht is dat het relativeert. Liever dan de hoogtepunten te behandelen wil het compleet zijn. Daardoor werden documenten toegankelijk die het misschien nooit in zich hadden om beroemd te worden, zoals het versje Arbeids-lof (1790) uit het fonds van de Nijmeegse drukkers Van Goor. Er blijkt uit hoe ver Parijs en haar revolutie toen nog altijd was: 'Arbeid is het zout van 't leven./ Arbeid is de vreugd van 't Land./ Arbeid kan ons welvaart geeven, / zelfs ook in den laagsten stand'.

Even nauwgezet als het wisselend lot van de succesvolle boekhandelaren van Hendrik Heymans bij voorbeeld, uitgever van De Volmaeckte Gelderse Keuken-meyd (1756), een slimme variant van de bestseller De Volmaeckte Hollandsche Keuken-meyd (1746), die later wegens structureel en aanstootgevend dronkemansgedrag uit de stad verwijderd moest worden behandelen de samenstellers ook de boekhandelaren die helemaal nooit iets uitgaven maar gewoon bedrukt en onbedrukt papier verkochten en pennen en zegeillak en loten voor de generaliteitsloterij en flesjes wonderolie en 'overheerlyke hoofd- en hertversterkende droppen'.

Als zo vaak bij letter- en boekkundige tentoonstellingen is ook Gheprint te Nymeghen vol liefde voor het boek maar met weinig mededogen voor de sterveling ingericht. Deze gaat, ongemakkelijk vooroverhellend, van vitrine tot vitrine, en pijnigt zijn ogen op de postzegelgrote prentjes erboven. Onvermijdelijk wordt elke boekententoonstelling zelf min of meer een boek, een probleem dat een afzonderlijke museale behandeling verdient.

De Nijmeegse prestatie komt dan ook optimaal tot haar recht in de catalogus die, zorgvuldig en beredeneerd, voor het eerst een overzicht geeft van Nijmeegse drukkers, uitgevers en boekhandelaren en hun fondsopbouw. Een probleem blijft onopgehelderd: wat doet Het groot Guinness Book of Records 1990 in de verantwoording van dit zeer degelijke boek?

Tentoonstelling: Gheprint te Nymeghen. Nijmeegse drukkers, uitgevers en boekverkopers, 1479-1794, t/m 21/10 in Nijmeegs Museum Commanderie van Sint Jan, Franse Plaats 3. Catalogus door Paul J. Begheyn S. J. en Els F. M. Peters, fl.35, - op de tentoonstelling fl.25, -.

    • Koosje Sierman