Koude kermis

Wat een heerlijk vooruitzicht, een maand lang weg uit het overvolle, drukke, stinkende, lawaaiige Tokio en genieten van de Hollandse gezelligheid, de rust, de weidse uitzichten. Toen het vliegtuig voor de landing op Schiphol door het wolkendek zakte en daar opeens in vogelvlucht het oerhollandse landschap van slootjes en koeien zichtbaar werd, schoten de tranen me haast in de ogen.

Drie dagen later verlangde ik al weer hevig terug naar Japan. Want wat een kleinzielig, ongeinteresseerd, onbeleefd, humeurig volk woont er in de prachtige polders en langs de rustieke grachtjes. Zoveel dikke mensen in onflatteuze kleren, in geladderde kousen, op afgetrapte schoenen, zoveel uitgegroeide permanentjes en goedkoop blond. Terwijl zelfs een Tokiose punk onberispelijke pieken in zijn haar heeft en een schone gescheurde broek draagt, liefst nieuw. Ook de rest van wat de stampvolle metro van Tokio bevolkt ziet eruit als om door een ringetje te halen. Voor zover de kleren niet nieuw zijn, komen ze vers uit de stomerij. De haren zijn gewassen en keurig gekapt, de nagels gemanicuurd.

Als je, zoals ik, gewend bent dat bij het betreden van een willekeurig etablissement het voltallige personeel je welkom toeroept, dat je vervolgens naar je tafeltje wordt geleid en je een glas water en een heet handdoekje krijgt aangereikt nog voordat je iets hebt besteld, dan is het in Nederland een koude kermis. Zelfs als je het bedienend personeel hier beleefd en met tact benadert, bestaat er nog geen garantie op een fatsoenlijke behandeling. Als de barman net zijn shagje heeft opgestoken als je vraagt of je kan afrekenen, krijg je op zijn minst een verontwaardigde blik toegeworpen van zie-je-dan-niet-dat-ik-bezig-ben. De kans is groot dat je kan wachten tot het shagje op is, of het gesprek met de collega is beeindigd, de lippen zijn gestift of welke bezigheid ook maar prioriteit krijgt boven het werk.

Ook in andere sectoren dan de horeca leeft blijkbaar sterk het idee dat werk een noodzakelijke inbreuk is op het universele recht op vrije tijd. Het lijkt ieders streven zich met minimale inspanning door de werkdag heen te slaan. De baliejuffrouw in het museum wijst de broodjes etende bezoeker er niet op dat dat niet mag, want dat is het werk van de suppoost. De winkeljuffrouw haalt haar schouders op als ze iemand iets uit een rek ziet jatten, daar is de bedrijfsbewaking voor. De verkeerde bestellingen worden afgeleverd, het wisselgeld klopt niet en nog veel verschrikkelijker dingen gaan mis, maar de reactie is doorgaans een schouderophalen met een blik van het-is-mijn-pakkie-an-niet.

Wat een contrast met Japan, waar een maximum aan inzet en betrokkenheid het uitgangspunt is en alles daaronder betekent dat je tekortschiet. De ober zal sigaretten voor je gaan trekken als het gewenste merk niet voorhanden is. De kapper masseert je hoofd en je schouders. Winkeljongens brengen je boodschappen naar je auto of houden een taxi voor je aan. De taxichauffeur brengt je de spullen achterna die je hebt laten liggen, zelfs wisselgeld, want fooien neemt hij niet aan.

Die heerlijke vanzelfsprekendheid van iets extra's. In Nederland riskeer je eerder een vijandige reactie als je iets van iemand wil. Zelfs een onschuldige opmerking als 'lekker brood heeft u' kan de bakkersvrouw een bits 'anders legden we het toch niet in de winkel' ontlokken. Na de wollige voorkomendheid waarmee je in Japan wordt omringd is het een klap in je gezicht. Waar is dat notoir gezellige Nederland toch gebleven?

Het is er wel, maar het zit binnen. In tegenstelling tot Japan draait het leven van een Nederlander om huis en haard. Daar wordt gewerkt: geklust, geschilderd, getimmerd en verbouwd, geborduurd en gebreid, daar worden bloemen geschikt en taarten gebakken.

Er worden planten gestekt, haarden gestookt, heggen geknipt en balkonnetjes beplant. Dan schuift de hele familie 's avonds bij elkaar, en bij de koffie met speculaas worden de plannen gemeed voor het maken van een druivenpergola, een uitbouw, een boekenkast, of voor het leggen van een nieuw gazonnetje.

Als je zulke dringende klussen te doen hebt, is het wel gerechtvaardigd om je een dagje ziek melden en als dat niet kan, dan probeer je toch om tegen vieren wel de deur van je kantoor achter je dicht te trekken zodat je nog even langs de Hubo kan.