Ik en mijn kinderfilm

Kinderfilms bestaan niet echt. De ervaring leert dat van de beste zogenaamde kinderfilms (Mijn vader woont in Rio, My Life As A Dog) volwassenen evenzeer genieten. Er zijn wel films die kinderen mooier vinden dan volwassenen (Mio, mijn Mio, My Little Pony), films die door kinderen beter begrepen worden dan andere films (het complete oeuvre van Karst van der Meulen en Henk van der Linden) en films waarvan volwassenen vinden dat ze meer geschikt zijn voor kinderen. Om die laatste categorie gaat het vooral in het in samenwerking met het Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming (LOKV) georganiseerde kinderfilm- en televisiefestival Cinekid, dat deze herfstvakantie voor de vierde keer in de Amsterdamse Meervaart gehouden wordt.

Traditioneel valt Cinekid samen met de Kinderboekenweek. In de literaire fictie is het onderscheid tussen kinderboeken en andere boeken wel zinnig, omdat er nu eenmaal een verschil bestaat in het abstractieniveau van een gemiddelde achtjarige en een normale volwassene, dat ook van toepassing is op ontvankelijkheid voor taalgebruik, stijl en strekking. In mindere mate geldt die beperking ook voor het theater. De andere kunsten zijn in hun idioom nu eenmaal wat directer en kunnen ook een relatief ongeletterde vaak toch aanspreken. Er bestaat misschien wel kindermuziek, kinderballet, kinderopera en kinderkunst, maar de kunstzinnige vormingsdeskundigen zullen zich op die terreinen toch eerder richten op het stimuleren van actieve beoefening door kinderen dan op het bevorderen van het onderscheidingsvermogen. Er is niets op tegen kinderen bloot te stellen aan Picasso, Mozart, Verdi, Bausch, The Beatles of Warhol, maar evenmin kan het kwaad op het bestaan van Willy Alberti, Fred Astaire en Anton Pieck te wijzen.

Met Asterix, Disney en Dick Tracy ligt dat even moeilijk als met Kuifje en de Tina. Naar analogie van de kinderboekencultus (wel eens het gezicht gezien van de mevrouw van de kinderboekenwinkel als je naar De Olijke Tweeling of Arendsoog vraagt?) wordt op Cinekid een lans gebroken voor de 'betere' kinderfilm, die dan dus bij voorkeur uit Scandinavie, Oost-Europa of Canada afkomstig is. In die streken bestaat immers een vergelijkbare cultus en wordt soms zelfs van overheidswege de produktie van kinderfilms met opvoedkundige en esthetische waarde bevorderd.

Het aanbod van Cinekid, dat zowel door een kinderjury als door een volwassen jury beoordeeld zal worden, biedt zeker een aantal films die de moeite waard zijn en waarvoor dan ook steevast geldt dat volwassenen er even enthousiast over kunnen zijn. Met name de Deense produkties Het mirakel van Valby en Mama Mia en ik springen er in positieve zin uit. Merkwaardig is wel de Nederlandse titel van die laatste film, over een meisje dat een pony op een bovenwoning huisvest, die immers in het Deens Mig og Mama Mia en in het Engels Me and Mama Mia heet. Kinderen zijn egocentrisch, observeert die titel niet zonder humor, maar Nederlandse kinderen moet natuurlijk wel enige beleefdheid worden bijgebracht.

Terwijl op verschillende forums en in workshops volwassenen zich deze week buigen over vragen als 'Hoe informatief is een informatief jeugdprogramma?' of 'Hoe laat de regisseur ruimte over voor de eigen verbeelding van het kind en op welke wijze wordt de overgang gemaakt van werkelijkheid naar fantasie?', kunnen de kinderen en eventueel hun ouders een keuze maken uit de dertien films in competitie, een klein Noors retrospectief of vorige winnaars van de Filmzienprijs voor de beste gedurende het afgelopen jaar in distributie gebrachte kinder- of jeugdfilm. Naar verluidt is Theo en Thea en de Ontmaskering van het Tenenkaas-imperium wel geaccepteerd als kandidaat, maar kon deze kinderfilm voor volwassenen bij de meerderheid van de jury geen genade vinden.