Gur Mariner mag van rechter vertrekken

MIDDELBURG, 11 okt. De Gur Mariner, het vrachtschip dat sinds 13 september in Vlissingen aan de ketting ligt, mag vertrekken. Wel moet eerst nog een bedrag van 63.000 dollar worden betaald door de reder aan Iraqi Lines, de bevrachter van het schip. De president van de Middelburgse rechtbank, mr. G. R. Andre de la Porte, heeft dit gisteren in een kort geding bepaald.

De advocaat van de rederij van de Mariner, mr. H. van der Wiel, verwacht dat het schip binnen enkele dagen daadwerkelijk de Vlissingse haven kan verlaten. 'Het geld moet vanuit Engeland op een Nederlandse bankrekening worden gestort. Normaal duurt dat een dag. De kans bestaat dat de transactie nu meer tijd in beslag neemt omdat er misschien een vergunning moet worden aangevraagd bij de Britse autoriteiten.' In verband met de VN-boycot van Irak mogen in principe geen directe of indirecte betalingen aan dit land worden gedaan. De 63.000 dollar die de Londense rederij van de Gur Mariner, Jay Ship Limited, moet terugbetalen betreffen brandstofkosten die de Iraakse vervoersmaatschappij al aan de rederij had overgemaakt.

De Gur Mariner ligt sinds 13 september in Vlissingen aan de ketting. Het was oorspronkelijk met zijn lading op weg naar Irak, maar maakte na de afkondiging van het handelsembargo tegen Irak rechtsomkeer naar Nederland. Irak was woedend en eiste een schadevergoeding van ruim 3 miljoen gulden.

Scheepvaart-juristen in Engeland de Gur Mariner valt onder het Britse scheepsrecht bepaalden dat de rederij zich terecht niet langer aan het contract met de Irakezen had gehouden, omdat dit door de boycot van de Verenigde Naties onmogelijk was geworden. De advocaat van Iraqi Lines, mr. G. W. J. Smallegange, besloot daarop begin deze week zijn eis van 3 miljoen dollar te laten vallen. Wel eiste hij de restitutie van het bunkergeld.