Een spel van olie, dood en leven in schimmig licht

Dora Oswente heet de van een bizarre naam voorziene duivel in Bordewijks toneelstuk Sumbo N. V., een spel van olie, dood en leven (1940). Zoals Bint in Bint, Dreverhaven in Karakter of Starnmeer in Apollyon is Dora Oswente van het soort, dat doeltreffend en meedogenloos de sfeer weet te vergiftigen. Haar slachtoffer kan kermen en om genade smeken, haar greep blijft van staal tot de buit binnen is. Op verraderlijke wijze maakt Bordewijk zijn demonen tot benijdenswaardige figuren: nooit wankelmoedig, niks geen twijfel, wat een gelukzalige staat.

Actrice Marjon Brandsma is in Lidwien Roothaans (bewerkte) enscenering van Sumbo N. V. dan ook duidelijk content dat ze Dora Oswente heet. Haar entree in de salon, waarin haar dode broer ligt opgebaard, is in overeenstemming met haar chique uitmonstering anno 1930. Hoewel haar profane verschijning, de sigaretten die zij rookt en haar peenrode coiffure zijn haar tijd juist net een beetje vooruit, ze heeft de touwtjes bij voorbaat in handen.

En dat komt goed uit: er is immers een erfenis te verdelen, met de rest van de uit elkaar gevallen familie. Achtereenvolgens maken de familieden hun opwachting bij de bizarre gezelschapsdame van de overledene, de zogenoemde Tante Oma (Beppie Melissen). Broer Ferdinand (Rik van Uffelen) is in effecten en voert een non-existent muisje met een pothoed (Celia Nufaar) aan zijn zijde mee. Zus Pola (Ria Eimers) is een geborneerde burgermevrouw en woont samen met haar man Rurik (Maarten Wansink), een al even beperkte leraar in de letteren, in Amersfoort. En dan is er nog het enig kind van de overledene, Evert (Hajo Bruins), kinderlijk genoeg om zich onmiddellijk in zijn tot op de dag van de boedelscheiding onbekend gebleven tante Dora te verlieven.

Het is een fraai stelletje, een vooroorlogs Dynasty, zoals regisseur Roothaan ze in schimmig licht en frontaal zaal hun eerste venijnige samenspraak in het spel van 'olie, dood en leven' laat afsteken. Het licht reflecteert de somberheid van de Berlage-luchters boven de speelvloer en het groteske van Bordewijks betonnen stijl. Hij is de Tennessee Williams van de gure Hollandse polder en, uiteraard, de Edgar Allan Poe, van wie hij de raadselachtige suspense heeft afgekeken. Tussen de scenes door laat Roothaan dan ook politieserie-achtige muziek weerklinken, waarmee ze van Dora's hardvochtige chantage een vanzelfsprekend gegeven maakt.

Het uit leven en dood gegrepen verhaal is absurd, een slang die zichzelf in de staart bijt. Daarom is het jammer, dat Roothaan het bizarre nog onderstreept met een al te symbolische scene rondom het tot de boedel behorende huishoudelijk personeel. Haar voor het overige nuchtere en in kleine details groteske benadering en het amusant-droge spel van haar acteurs doen Bordewijk al ruimschoots recht. Laat Roothaan Bordewijks overige toneelwerk ook maar doen, inclusief Halte Noordstad.

Voorstelling: Sumbo N. V. van F. Bordewijk door Toneelgroep Amsterdam i.s.m. Carrousel. Regie: Lidwien Roothaan; decor: Niek Kortekaas spelers: Rik van Uffelen, Celia Nufaar, Maarten Wansink, Ria Eimers, Marjon Brandsma, Hajo Bruins, Beppie Melissen, Leny Breederveld. Gezien: 10/10, Bellevue, Amsterdam. Aldaar en tournee t/m 29/11.