Dollarval kost Bonn extra steun Airbus

BONN, 11 okt. De daling van de dollar gaat de Duitse regering vele honderden miljoenen mark extra subsidies voor het Airbus-vliegtuig kosten.

Voor dit jaar moet op een extra bedrag van honderd miljoen voor dekking van koersrisico's worden gerekend, voor 1991 gaat de Duitse regering nu uit van 300 miljoen extra. Dit heeft de Duitse staatssecretaris van economische zaken, Riedl, gisteren gezegd.

Bij de fusie van Daimler Benz en de Airbus-producent Messerschmidt/Bolkow/Blohm (MBB), zomer vorig jaar, heeft de regering in Bonn een grotere staatssteun beloofd (voor 1991 stond daarvoor in de inmiddels wegens de Duitse eenwording teruggenomen ontwerp-begroting een bedrag van 1,28 miljard opgevoerd). Bovendien beloofde de regering in Bonn een garantie voor wisselkoersrisico's.

Voor 1990 was het draaipunt gelegd bij een gemiddelde jaarkoers voor de dollar van 1,685 mark. De oppositie in de Bondsdag, die bezwaar had tegen de fusie, heeft dergelijke subsidie-afspraken destijds gekritiseerd, mede omdat Daimler Benz als grootste en zeer sterke Duitse onderneming een van de partijen was.

Er wordt nu voor de vaststelling van de koersrisico-dekking nog uitgegaan van een feitelijk jaargemiddelde van 1,63 mark voor een dollar, wat een extra subsidieverplichting van 100 miljoen mark zou meebrengen. In feite is de dollarkoers al geruime tijd veel lager (nu circa 1,52 mark), zodat die verplichting over 1990 waarschijnlijk aanmerkelijk hoger zal uitvallen. Datzelfde geldt voor het Airbus-jaar 1991, waarvoor in Bonn alvast een bedrag van 300 miljoen voor wisselkoersverlies is uitgetrokken.

In het convenant tussen de Duitse regering en Daimler/MBB is overigens een dollarwisselkoers van gemiddeld 1,60 mark afgesproken als ondergrens voor zulke regeringssubsidies. Als de dollar langdurig verder beneden deze minimumgrens zakt, is de regering voor dit extra risico pas subsidieplichtig als dat de goed draaiende Airbus-fabrikant (niet: het veel grotere Daimler Benz zelf) vijftig procent van zijn eigen vermogen heeft gekost.

Aan het Europese vliegtuigbouwconsortium Airbus nemen, naast Duitsland, ook Frankrijk, Groot-Brittannie en Spanje deel.