De Lichte Brigade

DE EMANCIPATIE van homoseksuelen dient zich de laatste jaren aan als een nieuw beleidsterrein voor lagere overheden. Daarvan getuigt een toenemend aantal lokale beleidsnota's, vorig jaar kracht bijgezet door een speciale studiedag in Arnhem. Het bestuurlijk 'homo-beleid' is echter een weerbarstige materie evenals echte emancipatie. De verleiding van het grootse doch lege gebaar is dan sterk.

Her en der in het land zijn vooral progressieve gemeentebestuurders bezig zich op te maken voor de zoveelste versie van een Charge van de Lichte Brigade. Zij haken in op de actie van een Vlaardings mannenpaar dat gewoon voor de wet wil trouwen. Het Openbaar Ministerie heeft gewaarschuwd dat het dergelijke initiatieven op grond van zijn wettelijke opdracht zal blokkeren. Twee raadsleden van Groen Links in Rheden willen zich desalniettemin laten beedigen tot ambtenaar van de burgerlijke stand om dit soort huwelijken te voltrekken. Dat dit een strafbaar feit oplevert maakt het kennelijk alleen maar mooier.

Een enkele blik op artikel 33 van het het burgerlijk wetboek is voldoende om te zien dat dit beletsel geen reactionair sprookje is doch geldend recht: 'een man kan tegelijkertijd slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man door het huwelijk verbonden zijn'. Die bepaling is natuurlijk vooral in de wet gekomen met het oog op bigamie, maar de rechtbank Amsterdam stelde begin dit jaar nog eens vast dat zij ook een belemmering vormt voor het homoseksuele huwelijk.

DE NEDERLANDSE wet mag toch opzij worden gezet als zij in strijd is met de rechten van de mens? Ook dit argument biedt weinig soelaas. Er bestaat weliswaar een Europes grondrecht te huwen en een gezin te stichten, maar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in 1986 uitgesproken dat dit slaat op het traditionele huwelijk tussen man en vrouw. Dat vormt geen aanmoediging voor onze Hoge Raad een streep te zetten door artikel 33. Denemarken dan, dat heeft toch in oktober '89 het homohuwelijk erkend? Nee, dat is een 'partnerschapswet'. Deze voorziet wel in registratie van de relatie en toekenning van een aantal rechten en plichten, maar ontzegt bijvoorbeeld het recht op adoptie. Ook in Denemarken wordt het huwelijk uitdrukkelijk niet opengesteld voor twee personen van hetzelfde geslacht. Dat vormt geen aanmoediging voor de Nederlandse wetgever een streep te zetten door artikel 33.

Zo'n streep is ook minder eenvoudig dan het schijnt omdat een dergelijke operatie een hele sleep andere wetswijzigingen meebrengt: geslachtsnaam, huwelijksgoederenrecht, afstammingsrecht, erfrecht, pensioenen en ga zo maar door. En dan nog zou erkenning van het homohuwelijk een enorme hoeveelheid internationale complicaties meebrengen. Denk alleen maar aan het paspoort.

Zijn de grote gevolgen echter niet juist een reden het homohuwelijk wel te erkennen? Dat zou een sterke stelling zijn indien het huwelijk als instituut niet onderhevig was aan verandering. Het boterbriefje is allang niet meer het paspoort tot maatschappelijke erkenning waarvoor de actievoerders het kennelijk houden. Juist bij radicale progressieven zou men zo'n burgerlijk beeld van de relatievorming niet verwachten. Dat bevestigt het bange vermoeden dat deze actie ook een beetje moet dienen als aflaat voor de echte problemen van discriminatie in werk, onderwijs, volkshuisvesting.

DE RECHTSGEVOLGEN van relaties tussen personen van hetzelfde geslacht dienen te worden geregeld op basis van de authenticiteit van die relaties. Minister d'Ancona (WVC) had gelijk toen ze de openstelling van het bestaande burgerlijke huwelijk voor anderen dan heteroseksuelen betitelde als 'een stap terug'.