Amerikaanse politiek te kijk gezet

Belasting heffen is een gevaarlijke bezigheid. De Engelse koning Karel de Eerste had, gezien zijn wijdvertakte monopolies op dat gebied, al een slechte reputatie toen hij een aloude heffing ten behoeve van de oorlogsvloot in volle vredestijd herinvoerde. Het kostte Karel zijn hoofd. Vele generaties later kwam een Britse premier in moeilijkheden door de zogenoemde poll tax, geheven per gemeentenaar om eraan te herinneren dat de tering en de nering onafscheidelijk met elkaar verbonden blijven. We hebben aan die struikelpartij overigens geen 'Bloody Maggie' overgehouden.

Het jongste slachtoffer van deze populistische vendetta is 'Read my lips' George Bush. Anderhalf jaar lang had de president buiten het mijnenveld weten te blijven dat zijn voorganger had laten leggen. De aardige gedachte dat belastingverlaging zichzelf terugbetaalt, heeft niet gewerkt. In hun uitgavenwedloop voor respectievelijk militaire en sociale zekerheid waren president en Congres gezamenlijk in de afgrond van het chronische financieringstekort gestort. In 1984 nog had de Democratische presidentskandidaat Walter Mondale het electoraat ervan proberen te overtuigen dat inkomsten en uitgaven ook bij de overheid een zekere relatie moesten onderhouden, maar dit was hem niet in dank afgenomen. Het was sindsdien campagnewet dat niet over belastingverhoging werd gesproken.

Dit voorjaar had Bush geconstateerd dat het zo niet langer kon. Het 'vredesdividend' gevolg van de op termijn teruglopende kosten van de defensie heeft hij willen gebruiken om de Democratische meerderheid in beide Huizen van het Congres tot een compromis te verleiden. Maar dat compromis moest wel binnenskamers worden voorbereid, met de in vertrouwen genomen leiders van de oppositionele meerderheid en de regeringsgetrouwe minderheid. De crisis in de Golf kwam te hulp, een belasting op motorbrandstof paste immers bij de noodzakelijk geworden conservering van energie en kon zelfs van het groene waarmerk worden voorzien. Van het grijze front kon een grotere bijdrage worden gevraagd ten behoeve van de eigen gezondheid. De hoogste inkomens werden weliswaar ontzien, maar daar stond weer tegenover dat de presidentele knuffel voor de groeiende vermogens werd uitgesteld.

Ieder jaar presenteert de president in januari aan het Congres een ontwerp-begroting, die vervolgens de speelbal wordt van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Beide Huizen van het Congres produceren vervolgens hun eigen begrotingsplannen die vaak sterk afwijken van het ontwerp van het Witte Huis. In langdurige onderhandelingen moet ten slotte uit de drie voorstellen een begroting worden gedestilleerd, die zowel aanvaarbaar is voor afgevaardigden en senatoren als voor de president. De president kan met zijn recht van veto de volksvertegenwoordigers onder druk houden op hun beurt mogen zij proberen een meerderheid van tweederde te verzamelen om een dergelijk veto weer te ontkrachten. Mocht het Congres gelden ter beschikking stellen voor doelen die de presidentiele zegen ontberen, dan blijft dat geld gewoon in de kas.

Voor de verandering had Bush dit jaar voor een aanpak gekozen, die te vergelijken is met de parlementaire traditie in Europa. Maar de gevolgde procedure werd uiteindelijk uitgelegd als een aanslag op de 'power of the purse' van het Congres. Het na vier maanden overleg bereikte compromis werd vorige week aan het voltallige Huis van Afgevaardigden voorgelegd als een ultimatum: het was slikken of stikken. Dat wat in Nederland of Belgie kan met een regeerakkoord, bleek in Washington onaanvaardbaar.

Bush had buiten zijn eigen partij gerekend en wel in de figuur van afgevaardigde Newt Gingrich. Zoals al zijn collega's in het Huis moet Gingrich zich volgende maand verantwoorden bij de kiezers in zijn district in Georgia; kiezers die tien jaar lang hebben mogen geloven in het sprookje van wij vragen en zij betalen. In plaats van zijn taak te vervullen en de fractie achter de fractieleider in het gareel te brengen riep 'whip' Gingrich op tot rebellie. Voldoende Republikeinen bleken op dat punt aanspreekbaar en de Democraten volgden: met 254 tegen 179 stemmen werd het budgetcompromis verworpen. Onder de tegenstemmers bevonden zich 105 leden van de presidentiele partij, onder de voorstemmers 71 leden.

Er zijn diverse redenen voor de ontsporing in Washington. Het Witte Huis ontbrak het aan de morele en intellectuele geloofwaardigheid om na jarenlange fiscale en budgettaire hocus pocus de natie openlijk en manmoedig voor te gaan in de beleidsmatige U-bocht. De president wilde de leiders in het Congres mede verantwoordelijk maken en samen met hen voor de camera's verschijnen. De Bush van de verkiezingscampagne van 1988 had moeten verdwijnen achter zoveel saamhorigheid. Maar het pakte anders uit. Zoals een Amerikaanse commentator cynisch schreef: werkelijk snijden in het budget is onmogelijk in een verkiezingsjaar of in het jaar daaraan voorafgaande.

De geheimzinnigheid had nog een ander doel. Ieder district wijst een afgevaardigde aan, iedere staat twee senatoren. Maar het uit de hand lopen van de kosten van de verkiezingscampagnes weer veroorzaakt door de televisie heeft een toenemende invloed gegeven aan allerhande lobby's. De volksvertegenwoordiging heeft zich opgesplitst in talrijke commissies en subcommissies die werkzaam zijn op deelgebieden van het maatschappelijke leven en die interessant zijn voor pressiegroepen. De volksvertegenwoordiger heeft, behalve met zijn 'constituency', te maken met de lobby's die aan zijn verkiezingsfonds bijdragen om zijn stemgedrag te beinvloeden. Met het budgetoverleg in kleine kring en achter gesloten deuren heeft men de lobby's een pas voor willen blijven. Met averechtse gevolgen waarschijnlijk.

De belangrijkste reden was dat 'Middle America' het kind van de rekening zou worden. Niet uit ideologische motieven, maar omdat daar de kwantiteit en de kwaliteit voorhanden is waarmee de federale boekhouding weer sluitend kan worden gemaakt. En juist 'Middle America' had de Republikeinen drie keer achtereenvolgens in het Witte Huis geplaatst om de belastingen laag te houden en het had het Congres zijn Democratische meerderheden gegarandeerd om de uitgaven hoog te houden. Het sprookje van de voorbije jaren had vele vaders, de nieuwe eerlijkheid had evenzeer behoefte aan een gevarieerd ouderschap, zij het dat de conceptie met de gordijnen dicht werd volbracht.

Zoals kon worden vastgesteld: het bedachtzame scenario liep vast op de oude wijsheid dat het eigen gewin vooraf gaat aan het gezamenlijke nut. Een weekeinde van gesloten nationale parken, ontoegankelijke monumenten en woedende toeristen heeft de boodschap thuisbezorgd dat het niet meer is zoals Amerika het gewend was. Menige kiezer voelt zich beetgenomen, maar de president is in zoverre geslaagd dat hij de kiezer bij voorbaat geen alternatief heeft gelaten. De Amerikaanse politiek is in haar geheel te kijk gezet. Op het schavot is geen genoegdoening meer te krijgen.

    • J.H. Sampiemon