ZWAAIEN MET DE KNOTS

Stel je voor, de directrice van het arbeidsbureau te Uddevalla (Zweden) is voor enkele jaren gedetacheerd in Stadskanaal. Zij krijgt geheel de vrije hand bij het bepalen van het beleid. Wat gaat zij ondernemen? Vorige maand verscheen een bundel artikelen ('Het Zweedse model - geschikt voor import?') die een aardig idee geeft hoe een Zweedse zo'n Hollands probleemkind zou aanpakken.

Het eerste doelwit van het nieuwe beleid wordt vanzelfsprekend het 'bollenproject'. Want, zegt de nieuwe directrice, wat voor kwalificatie verwerven werklozen nou met dat soort laagwaardige seizoenarbeid? We moeten ze niet stimuleren dergelijke bijbaantjes te zoeken. Zijzelf hebben daar niet veel aan, en de Nederlandse economie al evenmin. Het is veel belangrijker dat de werklozen vaardigheden opdoen om hoger gekwalificeerd werk te verrichten in bedrijfstakken met toekomstperspectief. Voor de Nederlandse economie is het zelfs van levensbelang dat er iets wordt gedaan aan (toekomstige) knelpunten op de arbeidsmarkt.

Het arbeidsbureau in Stadskanaal heeft - wegens de reorganisatie bij de Philipsfabriek aldaar - een groot contingent oudere mannen in zijn bestand. Die hebben jaren (soms tientallen jaren) in de fabriek gestaan, beschikken dus over veel werkervaring maar nauwelijks over formele opleiding. Een moeilijke groep om onderdak te brengen.

Vandaar dat de nieuwe directrice aan de andere kant begint, bij de jongeren. Het grootste deel daarvan heeft onvoldoende scholing, en bovendien voor de verkeerde beroepen. De komende jaren zullen overal in het land tekorten ontstaan aan geschoolde bouwvakkers, metaalbewerkers en verplegend personeel. Onmiddellijk begint de Zweedse dus aan het opbouwen van extra scholingsmogelijkheden voor die beroepen.

Hier stuit ze op een probleem. In Zweden is aan de scholing voor werklozen een baangarantie verbonden. Wie aan een scholingstraject begint, weet dat aan het eind daarvan een reguliere werkplek gloort. Gezien de wanverhoudingen op de arbeidsmarkt in Groningen (dertigduizend werklozen, duizend vacatures) is het daar bijna onmogelijk om een baangarantie te geven. Dit probleem kan op twee manieren worden aangepakt: ofwel mensen gaan naar de plaatsen waar het werk is, of het werk moet naar de mensen toe komen.

Dat laatste verdient natuurlijk de voorkeur. Het wegtrekken van grote groepen jongeren heeft nogal wat consequenties voor de regionale economie in een streek, vooral doordat het draagvlak voor winkels en openbare voorzieningen afbrokkelt.

De directrice gaat dus praten met de lokale en regionale autoriteiten over mogelijkheden om bedrijven uit de rest van het land naar Oost-Groningen te lokken. Een belachelijk idee? Waarom eigenlijk? Voor een aantal metaalbedrijven in de Randstad dat nu zucht onder een toenemend tekort aan capabel personeel, kan het oprichten van vestigingen elders een oplossing bieden. In de jaren vijftig vestigden concerns als Philips en Unilever ook fabrieken in allerlei 'randgebieden' van ons land, op zoek naar personeel (vooral meisjes) voor hun arbeidsintensieve produktielijnen. Een dergelijke ontwikkeling zou opnieuw op gang moeten komen, nu op basis van een arbeidsreserve aan goed geschoolde jonge vaklieden. De Zweedse hoopt daarbij dat ze aan bedrijven die zich in de regio vestigen en passant ook wat oudere werklozen kan slijten.

Maar goed, dit alles vereist een bredere 'industriele' strategie van gemeentes en provincie die wellicht niet snel van de grond komt. Dan zal de directrice de werklozen voornamelijk banen moeten garanderen buiten de regio. Ze gaat op zoek naar aannemers, metaalbedrijven, verzorgingstehuizen elders in het land die een bijgeschoolde werkloze uit Stadskanaal willen opnemen. Resteert een probleem: de werklozen moeten bereid zijn te verhuizen wanneer hun bijscholing is voltooid. De directrice ontdekt tot haar schrik dat er in Nederland voor werklozen die tot verhuizen bereid zijn, slechts mondjesmaat vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten mogelijk is. Snel opent ze daarover onderhandelingen met de toekomstige werkgevers.

Zou een Zweedse directrice bereid zijn sancties toe te passen op werklozen die niet meewerken aan deze plannetjes? Zeker wel.

Wanneer die werklozen althans een reeel aanbod is gedaan, met een uitgewerkt scholingsplan en een baangarantie aan het eind.

Daarentegen zou zij er niet over piekeren strafkortingen uit te delen aan werklozen die een perspectiefloos tijdelijk baantje weigeren - tenzij het een werkloze betreft voor wie het opdoen van 'arbeidsritme' aantoonbaar een belangrijke stap vooruit is op weg naar betaald werk. Maar dan moet aan die werkloze ook een aanbod worden gedaan dat perspectief biedt op beter werk straks, als het bollenpellen klaar is. In het Zweedse systeem zijn financiele sancties niet veel meer dan een symbolische stok achter de deur. Toegepast worden ze nauwelijks want voor het met een werkloze zover komt is het arbeidsbureau al lang overgeschakeld op een aanpak die beter past bij dat individu.

Het 'model Zweden' kan, zoals bovengenoemde bundel artikelen overtuigend laat zien, niet zonder meer worden overgeplant op andere landen met een afwijkende economische structuur en andere arbeidsverhoudingen. Toch toont ons kleine gedachtenexperiment aan hoe dommig wij in Nederland omspringen met de verschillende lok- en dwangmiddelen die de arbeidsvoorziening voorhanden heeft. De mogelijkheden om knelpunten op de arbeidsmarkt te voorkomen door tijdige bijscholing van werklozen worden niet gegrepen. Wij allen konden de huidige personeelsproblemen in de metaalindustrie van kilometers afstand zien aankomen. In de verpleging wordt nu al twee jaar actie gevoerd tegen de stijgende werkdruk van het personeel, veroorzaakt door personeelstekorten. Toch heeft de Nederlandse arbeidsvoorziening zelfs nu nog geen strategie om grote groepen werklozen geschikt te maken voor die veelgevraagde beroepen.

Wel discussieren wij over sancties. Collectieve sancties tegen grote groepen werklozen. Er lijkt in Nederland een communis opinio te groeien dat wij met een grote knots moeten zwaaien, om alle werklozen schrik aan te jagen. Wat jammer toch dat we nog niet weten waar we die werklozen met dat machtsvertoon naar toe willen drijven.