TROJAANS PAARD VOOR EUROPEES GELDSTELSEL

Het pond sterling treedt toe tot het Europees Monetair Stelsel. He, he, eindelijk. Het EMS bestaat al elf jaar, maar ten slotte is nu ook Groot-Brittannie toegetreden. Er waren dwingende economische redenen om het pond te laten opnemen in het wisselkoersmechanisme.

De afgelopen paar jaar deden zich grote schommelingen voor in de koers van het pond sterling ten opzichte van de EMS-valuta, en daardoor ontstonden onnodige problemen voor bedrijven in Groot-Brittannie en in andere landen van de Europese Gemeenschap. Deze schommelingen zijn helemaal ontoelaatbaar geworden nu de EG op het punt staat de binnengrenzen op te heffen en de gemeenschap ook een economische en monetaire eenheid nastreeft.

En hoewel er nog geen oplossing in zicht is voor het probleem van de economisch zeer schadelijke schommelingen die zich de laatste tien jaar hebben voorgedaan tussen de belangrijkste valuta en valuta-blokken (de dollar, de yen en de munteenheden van het EMS), zal de uitbanning van schommelingen binnen het Europese valuta-blok een oplossing in ieder geval niet in de weg staan en misschien zelfs bevorderen.

Het is vanuit economisch oogpunt zeker verstandig het pond in het EMS op te nemen maar dat wil nog niet zeggen dat het besluit op het juiste moment is gekomen of dat de spilkoers van 2,95 mark gerechtvaardigd is. Op beide punten is gerede twijfel op zijn plaats. Wil de toetreding van het pond sterling tot het EMS enig voordeel opleveren voor Groot-Brittannie en de Britse handelspartners in de EG, dan is het van het grootste belang dat de spilkoers niet al binnen ruwweg een jaar moet worden herzien.

Daarom werden ook in juni vorig jaar de zogenaamde 'voorwaarden van Madrid' vastgelegd; het pond zou pas in het EMS worden opgenomen als de Britse inflatie was gezakt tot ongeveer het niveau van de andere EMS-landen. Deze voorwaarde getuigde van grote wijsheid: wat er kan gebeuren met een wisselkoersarrangement als de inflatiepercentages in de aangesloten landen sterk uiteenlopen was maar al te duidelijk gebleken met de steeds grotere problemen en de uiteindelijke mislukking van het Bretton Woods-akkoord in het begin van de jaren zeventig.

De voorwaarden van Madrid zijn nu losgelaten. Groot-Brittannie heeft op het ogenblik een inflatie van ruim tien procent en ofschoon de 'harde' inflatie (tijdelijke invloeden buiten beschouwing gelaten) rond de acht procent ligt, is dat nog altijd bijna twee keer zo hoog als in de meeste andere EMS-landen. De Britse regering roept nu dan ook maar dat de inflatie (dank zij de beperkingen die worden opgelegd door het lidmaatschap van het EMS) het komende jaar alsnog zal dalen tot het EMS-gemiddelde. Dit nu is een hoogst dubieuze veronderstelling die lijkt te zijn ingegeven door hetzelfde ongefundeerde optimisme als waarmee de regering voortdurend de inflatie en de omvang van het betalingstekort heeft onderschat.

De belangrijkste reden waarom Groot-Brittanie nu tot het EMS is toegetreden - ook al is aan de voorwaarden van Madrid duidelijk niet voldaan - is dan ook van politieke aard. Premier Thatcher is vast van plan een record te vestigen door bij de komende verkiezingen die uiterlijk over anderhalf jaar moeten worden gehouden, voor de vierde achtereenvolgende keer de overwinning te behalen. Volgens de opiniepeilingen maakt ze niet veel kans, tenzij ze erin slaagt vrij snel de inflatie en de rentevoet omlaag te krijgen. Daarom heeft ze geen tijd te verliezen. En de toetreding van het pond tot het EMS maakt het aanzienlijk eenvoudiger het gewenste doel te bereiken. Ten eerste kan de regering nu de rentevoet verlagen zonder het tot nog toe steeds aanwezige risico van een grote vlucht uit het pond. Ten tweede wordt de inflatie op twee manieren onder druk gezet: rechtstreeks door het effect van een lagere hypotheekrente op de prijsindex, en indirect doordat werkgevers zich hardnekkiger zullen verzetten tegen hoge looneisen, omdat ze weten dat ze de hogere loonkosten niet kunnen compenseren met een daling van de koers van het pond.

Met het eerste is nu al een begin gemaakt. Tegelijk met de aankondiging afgelopen vrijdag dat het pond werd opgenomen in het EMS, werd de verlaging van de bankrente van 15 tot 14 procent bekendgemaakt. En de grootste hypotheekbanken maakten bekend dat de hypotheekrente binnenkort zal worden verlaagd. Het opmerkelijke toeval wil nu dat dit alles gebeurde precies drie dagen voor het begin van het jaarlijkse partijcongres van de Conservatieven, waar de regering naar verwacht stevig aan de tand zou worden gevoeld over de hoge hypotheekrentes.

Niet alleen het moment waarop het pond tot het EMS is toegetreden had een politieke achtergrond maar ook de spilkoers van 2,95 mark. Een veel lagere spilkoers zou het risico in zich hebben geborgen dat de importprijzen aanzienlijk zouden stijgen, en dat zou weer averechts hebben gewerkt op de pogingen de inflatie terug te dringen. Dat neemt niet weg dat een groot deel van het Britse bedrijfsleven met een spilkoers van 2,95 mark al in een slechte concurrentiepositie komt. In combinatie met het gegeven dat de Britse inflatie nog wel enige tijd heel wat hoger zal blijven dan die van Duitsland en de meeste andere EMS-landen, kan de toetreding van het pond op dit moment en tegen een koers van 2,95 mark op de middellange termijn zeer ernstige gevolgen hebben. Die zullen misschien nog verergeren als het pond - zoals in de praktijk ook is gebeurd - al vrij snel boven de 2,95 mark uitkomt doordat de rentetarieven in Groot-Brittannie zeer aantrekkelijk blijven terwijl de kans op een sterke daling van het pond vrijwel is weggenomen. Daarbij moet wel worden bedacht dat de kans op een oorlog in het Golfgebied alle voorspellingen uiterst onzeker maakt.

De gevaren kunnen voor een deel worden verminderd door het pond een marge van zes procent onder en boven de spilkoers mee te geven, in plaats van 2,25 procent. Maar deze bandbreedte is duidelijk slechts van tijdelijke aard en zal waarschijnlijk al gauw worden vervangen door een smallere marge. Deze voorziening biedt daarom geen soelaas voor problemen die pas na een jaar of twee naar buiten zullen komen.

Het werkelijke gevaar van het besluit van 5 oktober is daarom dat Groot-Brittannie het pond in het EMS heeft laten opnemen tegen een koers die de concurrentiepositie aantast en de komende paar jaar waarschijnlijk alleen maar nog verder zal verslechteren. Het enorme Britse tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans, nu al bijna vier procent van het bruto nationaal produkt, zal mogelijk niet kleiner worden en kan zelfs nog toenemen. De regering beschikt nu niet meer over het instrument van de devaluatie en zal wellicht haar toevlucht moeten nemen tot een zeer strikt monetair en begrotingsbeleid om de uitgaven voor de import terug te dringen en te voorkomen dat het pond tot onder de EMS-bodemkoers wegzakt. De winstmarges zullen in dat geval danig krimpen; de produktie en de investeringen zullen dalen; bedrijven gaan failliet en de werkloosheid zal weer met sprongen toenemen tot het niveau van halverwege de jaren tachtig. De tegenstanders van nauwe banden met de rest van de EG hebben dan weer een flinke stok om de hond te slaan.

Dit scenario is niet helemaal nieuw. Iets dergelijks gebeurde ook in de jaren zestig, toen Groot-Brittannie onder het Bretton Woods-akkoord door zijn hogere inflatie dan het gemiddelde steeds slechter kon concurreren, en de regering tot de uiteindelijke devaluatie van november 1967 steeds weer een dosis deflatie moest toedienen, met alle schadelijke gevolgen voor de investeringen en de groei vandien. Nog sterker is de overeenkomst met april 1925, toen Winston Churchill, destijds minister van financien, de goudstandaard weer invoerde tegen een veel te hoge koers. In de latere jaren twintig, toen het de rest van de wereld zeer voor de wind ging, bleef Groot-Brittannie kampen met een ernstige depressie.

Als strenge deflatoire maatregelen politiek in Groot-Brittannie onaanvaardbaar worden geacht zal het pond binnen het EMS naar beneden moeten worden bijgesteld - een koersherschikking die in bijna vier jaar niet meer is voorgekomen. Dat zou weer twijfels kunnen doen rijzen aan de mogelijkheid in de EG een vast wisselkoersarrangement of een gemeenschappelijke munt in te voeren. De late toetreding van het pond tot het EMS mag dan met grote vreugde zijn begroet, de EMS-landen zouden wel eens een Trojaans paard binnengehaald kunnen hebben.