Renners werkten onderzoek medische commissie tegen

ROTTERDAM, 10 okt. Cardioloog Jan Oudhof vindt dat de vakbond van profwielrenners VVBW hem heeft tegengewerkt bij het onderzoek dat de medische commissie van de wielrenunie onder zijn leiding heeft ingesteld naar aanleiding van een aantal plotselinge sterfgevallen onder renners. Dat zal hij vanavond, wanneer hij zijn rapport presenteert aan het hoofdbestuur van de KNWU, meedelen. Weinig mensen zullen volgens hem achterover slaan als het resultaat bekend wordt. 'De uitslag is vooralsnog niet schokkend. Behalve misschien voor degenen die sensatie zoeken. Dan bedoel ik de lieden die altijd roepen dat renners spuiten en allemaal zo ziek zijn als een hond.'

Oudhof wil slechts een tip van de sluier oplichten. De Reeuwijker Oudhof en de zijnen gingen in april aan de slag naar aanleiding van het overlijden van een aantal min of meer bekende coureurs in de laatste drie jaar: de amateurs Ruud Brouwers, Kees Evers, Rainier Valkenburg en Arjan de Ridder, rijdster Conny Meyer en de profs Bert Oosterbosch en Johannes Draaijer.

'We hebben geen onderzoek gedaan naar de doden', legt Oudhof uit, 'want de gegevens zijn niet meer te achterhalen. Dat is zinloos wroeten, want er is nooit autopsie verricht. We hebben ons geconcentreerd op de gezondheid van de toppers, op de accenten die ze leggen. Het is bijvoorbeeld fout wanneer iemand klakkeloos het programma van een fenomeen kopieert, maar bewijs dat maar eens. Het zou schitterend zijn een renner jaren lang te volgen. Mogelijk heb je dan het geluk mensen te vinden die pathologisch veranderen. Helaas is zoiets onbetaalbaar.'

Tegenwerking

Oudhof had tien profs en tien amateurs onder handen. Hij omschrijft de tests centraal stond daarbij het hart als een pilot-study. 'Het is een start, een opstapje, waar best enige interessante dingen zijn uitgekomen. De vraag is nu welke dingen uit de studie het belangrijkste zijn om een vervolg te geven. En is daar geld voor. De KNWU moet daar op antwoorden.' Oudhof geeft toe dat het bescheiden onderzoek niet even duidelijk maakt hoe de lichamelijke conditie van de doorsnee toprenner is. 'Dat was ook niet de bedoeling', aldus de cardioloog.

Voorzitter Piet Hubert van de VVBW geeft min of meer toe dat zijn bond het werk van Oudhof heeft tegengewerkt. 'Maar', verduidelijkt hij, 'het onderzoek van Oudhof viel rauw op ons dak. We zijn nooit gekend in de plannen, waaraan we best hadden willen meedoen. Ons grootste probleem was het feit dat Oudhof verbonden aan de KNWU, een soort werkgever dus de zaak leidde. De vraag is: Wat wordt er met de gegevens gedaan en hoe groot is de privacy van de deelnemers? We hebben tevergeefs gepleit voor een vertrouwensarts. Die hadden we al gevonden: een hartspecialist van het AMC. Maar de medische commissie wilde niet met hem werken.'

Een aantal renners, onder wie de complete ploeg van Jan Raas, weigerde om die reden mee te doen aan het experiment van Oudhof. Ook de coureurs van Jan Gisbers stonden niet echt in de rij. Dat had volgens manager Manfred Krikke te maken met het feit dat Oudhof geen gebruik wilde maken van de gegevens die twee Eindhovense topcardiologen over de PDM-rijders hadden verzameld. Krikke: 'Oudhof, die ik zeer respecteer, wilde liever als zelf regelen. Jammer, want er lag een enorme brok kennis klaar.' Het stoorde Krikke overigens wel dat Oudhof en de zijnen medische informatie over enkele renners in de publiciteit brachten. Krikke: 'Ook daarom was ik voor een vertrouwensarts.'

Opgeknoopt

Oudhof houdt vol dat die laatste overbodig was. 'Onzin, zo iemand. Want zo'n man is juist gedwongen de gegevens voor zich te houden, anders wordt hij later aan de hoogste boom opgeknoopt. Daar schiet niemand iets mee op. Toen ik dat voorstel hoorde, dacht ik: Het lijkt wel of die renners wat te verbergen hebben. Er leeft nog een hoop geheimzinnigheid in het peloton. En er zijn veel mensen die van alles roepen. Kijk ook maar naar Belgie. Daar zijn de laatste twee maanden drie renners als gevolg van hartproblemen omgekomen. Dat zoeken we tot de bodem uit, roept de minister van Volksgezondheid. En hij scoort. Maar zal ervan terecht komen?'

Vorige week dinsdag overleed in Vlaanderen de amateur Geert Reynaart op 21-jarige leeftijd, op 12 augustus bezweek zijn collega Dirk de Cauwer (23) en op 14 september vond de prof Patrice Bar (23) de dood. Minister Hugo Weckx heeft het parket gevraagd een onderzoek in te stellen. De Belgen sluiten de mogelijkheid niet uit dat het produkt erytropoetine, een bijnierschorshormoon dat de produktie van rode bloedcellen stimuleert, aan de basis ligt van een ongewoon hoog aantal sterfgevallen onder wielrenners.

Dokter Daniels uit Oostende, in de jaren zeventig begeleider van de Belgische nationale selectie: 'Dat produkt kan de oorzaak zijn. Maar dat weten we pas zeker wanneer er sectie wordt verricht op de lichamen. En daarvoor geeft het parket geen toestemming. Ook onze bondsvoorzitter De Vuyst is tegen autopsie. Heel spijtig. De golf van wielerdoden is overigens niet nieuw. Van de vijf Belgen die in 1971 de selectie vormden van de gouden ploegenijdrit over 100 kilometer bij de WK, zijn er later drie als prof (met hartproblemen) overleden: Vanderlinden, Verreydt en de bekende Marc Demeyer.'

Er kan volgens Daniels niet genoeg worden gedaan aan voorlichting en onderzoek. Nederland geeft in zijn ogen een goed voorbeeld, ook al zijn Oudhof en de zijnen pas in het klein bezig.