Nieuwe roebel is voorbode van grote geldzuivering

MOSKOU, 10 okt. De devaluatie van de roebel, die gisteren door Staatsbank van de Sovjet-Unie officieel is aangekondigd en per 1 januari 1991 haar beslag zal krijgen, is de eerste stap op weg naar de convertibiliteit van deze munt. Volgens president Gerastjenko van de 'Gosbank' is het geen devaluatie maar krijgt de roebel slechts een 'nieuwe koers' ten opzichte van de Westerse valuta. Maar in feite komt dat op hetzelfde neer. De Sovjet-munt wordt goedkoper gemaakt om buitenlands kapitaal aan te trekken.

Het gaat hierbij om de 'commerciele' wisselkoers. Sinds ongeveer een jaar heeft de roebel namelijk twee koersen. De commerciele koers, de zogeheten 'harde roebel', en de toeristenkoers, die wordt uitgekeerd als een individuele reiziger geld wisselt bij de bank.

De 'harde' munt heeft een kunstmatige waarde (ongeveer 3,30 gulden) die eenzijdig door de Gosbank is vastgesteld. Deze roebel wordt berekend voor alle officiele diensten en transacties in de Sovjet-Unie, varierend van de telefoon- en telexrekening tot de prijzen in de 'valutawinkels' en veel particuliere 'cooperatieve restaurants'. Ook alle handels-transacties worden nu nog in 'harde' roebels afgerekend. Het is, kortom, de koers die voor het economische verkeer geldt.

De toeristenroebel is tien keer zo weinig waard (33 cent) en is in het leven geroepen om de levende zwarte straathandel in te dammen. Dat is ten dele gelukt. De zwarte markt bestaat nog altijd. Op de zwarte markt in Moskou wordt voor een roebel, afhankelijk van de omvang van de 'deal', tussen de elf en vijftien cent gevraagd. Maar deze markt is het laatste jaar wel minder agressief geworden omdat er voor deze 'houten roebels', zoals ze heten, toch nauwelijks iets te koop is.

Gosbank-president Gerastjenko wilde gisteren nog niet exact zeggen hoe groot de devaluatie zal zijn. Maar hij gaf wel aan dat de 'nieuwe koers' van de officiele roebel nog slechts 25 tot 30 procent van de huidige zal zijn, hetgeen zou neerkomen op ongeveer tachtig cent in plaats van de huidige 3,30 gulden (of 75 pfennig). President Michail Gorbatsjov van de Sovjet-Unie zal het nieuwe niveau per decreet afkondigen, het bestuurlijke middel waartoe hij twee weken geleden door de Opperste Sovjet voor de komende achttien maanden is gemachtigd.

Deze devaluatie is niet alleen bedoeld om de import van buitenlands kapitaal en de handel te stimuleren. Ze is waarschijnlijk ook een voorbode voor een grootscheepse geldzuivering. Want met de introductie van de vrije markt en de daarmee onverbrekelijk verbonden convertibiliteit van de roebel is ook de vraag aan de orde op welke manier de Sovjet-Unie het best haar huidige monetaire stelsel kan saneren.

Het grote probleem daarbij is dat er in het land veel te veel geld in omloop is. Volgens premier Ryzjkov zou de bevolking ongeveer 130 miljard roebel hebben opgepot, geld dat wel door de staat werd gedrukt maar niet geconsumeerd kon worden. Gelet op de omvang van de 'duale economie', de vrije zwarte markt die onder het plansocialisme een enorme vlucht heeft genomen, is elk cijfer nu overigens enigszins arbitrair.

Om dit overschot af te romen en tegelijkertijd de nu al bijna hollende inflatie op voorhand enigszins in te dammen, heeft de Sovjet-Unie een nieuwe munteenheid nodig. Wil ze tenminste voorkomen dat de Amerikaanse dollar (in de volksmond een 'groene' roebel genoemd) of straks de D-mark het feitelijke betaalmiddel wordt, zoals nu meer en meer de realiteit wordt.

Een 'harde roebel', die een reele waarde heeft ten opzichte van de vrije valuta, zou die functie kunnen vervullen. De burgers zouden hun 'zachte' roebels dan mondjesmaat en onder strikte voorwaarden (bijvoorbeeld met de verplichting om boven een bepaald bedrag de herkomst aan te kunnen tonen) tegen deze 'gouden' roebel kunnen omwisselen, zoals in de DDR ook is gebeurd nadat de monetaire unie met de Bondsrepubliek tot stand was gekomen.

Het zou niet voor het eerst zijn dat er in de Sovjet-Unie twee roebels circuleren. In de jaren twintig, vlak na de burgeroorlog, bestonden er ook twee munteenheden: de gewone roebel en de 'Tsjerevonets-roebel' die in de jaren van de Nieuwe Economische Politiek (NEP) aan het goud gekoppeld was.