Kostuumontwerper Joop Stokvis neemt afscheid bij Het Nationale Ballet; Een atelier vol lapjes, strikken en tutu's

AMSTERDAM, 10 okt. Shocking pink is de favoriete kleur van Joop Stokvis, maar die zal hij nooit gebruiken in zijn kostuumontwerpen. Inspiratie haalt hij uit 'een lapje stof en wat er in de studio's van Het Nationale Ballet gebeurt'. Zijn domein beslaat een groot deel van de vierde verdieping van het Muziektheater. In dit kloppend hart van het bedrijf ploffen de dansers vaak neer, om er letterlijk en figuurlijk 'het haar los te maken'.

Stokvis danste vanaf 1963 bij het Nederlands Dans Theater. Na de repetities ging hij op het kostuumatelier 'strikjes aannaaien'. Zijn mode-opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie, die hij naast de dansopleiding volgde, kwam hem daarbij van pas. Een jaar later maakte hij er zijn eerste echte ontwerp voor Petite Suite van Martin Molema, een neo-klassiek ballet dat vroeg om 'een groen fluwelen lijfje met blaadjes en een lange tutu voor de meisjes'.

Zeven theaterseizoenen was hij danser, totdat het Dans Theater hem plotseling benoemde tot hoofd van het kostuumatelier. Daarna kreeg hij die functie bij het Scapino Ballet. In 1976 werd hij chef kostuumdienst bij Het Nationale Ballet. Stokvis ontwierp voor alle belangrijke Nederlandse choreografen, onder wie Hans van Manen. 'Hij is een van de zeldzame ontwerpers die ook werk van collega's met creatieve nauwgezetheid uitvoeren', aldus Van Manen. 'Met hem samenwerken betekent vrienden worden.'

Joop Stokvis beschouwt het leiden van het kostuumatelier als zijn hoofdtaak. 'Ik ben meer een stilist dan een echte ontwerper of een trendsetter die een eigen stijl creert, zoals Keso Dekker of John MacFarlane. Ook hoor ik niet bij een bepaalde choreograaf, zoals Toer van Schayk bij Rudi van Dantzig. Als de anderen niet beschikbaar zijn, komt men bij mij aankloppen.'

'Dat is niet waar', reageert Keso Dekker. 'Joop Stokvis is een instituut. Zijn vertrek is voor Het Nationale Ballet even ingrijpend als het afscheid van Alexandra Radius. Als ik aan mijn werk twijfelde, lette ik erop hoe Joops neus stond. Ik zal hem bij ons erg missen.'

Voor zijn ontwerpen gebruikt Stokvis graag zijde. 'Ik houd van stof die opgaat in de beweging, maar langzamerhand geldt dit als een ouderwetse opvatting. Alle choreografen hebben mij veel vrijheid gegeven. Social Dances van Jan Linkens is geinspireerd op stijldansen. De latin american en ballroom-jurken moeten glimmen van de pailletten. Ik maak geen uitgesproken Ginger Rogers-japonnen, maar ze zijn ook niet zo bloot als tegenwoordig vaak het geval is. Dat hoort niet bij mij, niet bij Linkens en ook niet bij Het Nationale Ballet.

'Ik kan niet plastisch tekenen, dus krabbel ik poppetjes die ik inkleur, zodat men op het atelier weet wat de bedoeling is. Vergeleken met de tekeningen van Toer van Schayk is het kleuterwerk. Maar anders dan ik kan hij zich niet voorstellen hoe zijn ontwerp eruit ziet als het klaar is. Voor hem maak ik steeds van de uitgekozen stof een proefmodel.'

Volgens Linkens kan Joop Stokvis als geen ander een danser er op zijn voordeligst uit laten zien. 'Als je veertig dansers in dezelfde kostuums op het toneel wilt zetten, dan zal je moeten smokkelen', zegt hij, 'want elk lichaam is anders. Bij een kort bovenlijf maak je minder frutsels op het pak dan bij een lang. Het leuke bij Het Nationale Ballet is de afwisseling. De ene keer maak je een tutu-ballet, dan een opgetut geval zoals Social Dances. Maar daarna komt weer die oude troep van het Waterlooplein die Rudi van Dantzig gebruikt of iets heel straks van Keso.'

De bijna vijftigjarige Stokvis is gewend zijn werk te relativeren. 'Er is nog nooit bij een gezelschap een premiere afgelast omdat de kostuums niet klaar waren', stelt hij. 'Bovendien maakte Balanchine prachtige balletten in trainingspak.'

Bij Het Nationale Ballet gaat vrijdag Jan Linkens' choreografie Social Dances in premiere. De kostuums zijn ontworpen door Joop Stokvis, die binnenkort bij het Muziektheater in Amsterdam vertrekt als hoofd kostuumdienst ballet.