Kleine gemeenten vrezen verloedering door bezuinigingen

DEN HAAG, 10 okt. De afgelopen jaren is dorpszaal 'Tavenu' (Ter aangename verpozing en nuttige uitspanning) in de 6.000 inwoners tellende Zuidhollandse gemeente Maasland ingrijpend gerestaureerd en in ere hersteld. De plaatselijke culturele vereniging Masalant kan er weer terecht. In Maasland werd de ook historische Herenstraat hersteld en de gemeente kreeg een eigen dorpsplein.

Voor het Interprovinciaal overlegorgaan (IPO) is wat er in Maasland is gedaan een prachtig voorbeeld hoe op grond van de uit 1985 daterende Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, het voorzieningenpeil op het platteland in stand kan worden gehouden. De zeshonderd kleine gemeenten die daaraan willen werken en bijvoorbeeld milieuhinderlijke bedrijven willen saneren, kunnen voor het benodigde geld bij de provincies terecht. In tegenstelling tot de grote steden die voor stadsvernieuwingsprojecten direct geld van het rijk krijgen, gaat dat bij de kleintjes via de provinciale stads- en dorpsvernieuwingsfondsen.

Kleine gemeenten zouden in de komende vijf jaar nog zeker drie miljard gulden nodig hebben om allerlei problemen op te lossen, zowel op het gebied van de milieuschoonmaak als ook woningverbetering, grote infrastructurele werken (riolering, bruggen en kademuren) en de sanering van na-oorlogse woonwijken. Drs. A. G. W. Schapenk van de sectie ruimtelijke ordening van het IPO zegt dat op vernieuwingsgebied in de afgelopen jaren al veel is gebeurd, maar dat men toch nog lang niet klaar is. Afmaken waarmee begonnen is, luidt nu het motto. Om die reden vindt het Interprovinciaal Overleg het moeilijk verteerbaar als de bezuiniging van 43 miljoen gulden op 'stadsvernieuwing' die minister Alders en staatssecretaris Heerma (VROM) in hun begroting hebben voorgesteld, zou doorgaan. De Tweede Kamer zou dat niet mogen accepteren. Voor de kleinere gemeenten zou het betekenen dat zij met zijn allen 7,7 miljoen gulden minder krijgen.

Ook de Zuidhollandse gedeputeerde voor stadsvernieuwing, volkshuisvesting en landschapszorg, de PvdA'er E. P.van Heemst vindt de aanslag op het stads- en dorpsvernieuwingsbudget moeilijk te verteren. 'Als wij zoveel mogelijk willen voorkomen dat de gemeenten in het Groene Hart van Holland worden uitgebreid en hun landelijke karakter verliezen, dan moet ervoor worden gezorgd dat die plaatsen leefbaar blijven en niet verpauperen. Zo'n Zuidhollandse gemeente als Gouderak aan de Hollandsche IJssel, waar men met zeer ernstige bodem- en riviervervuiling kampt, is daar een voorbeeld van. De herinrichting van zulke gemeenten moet mogelijk blijven. Daar is natuurlijk betrekkelijk veel geld voor nodig en het mag niet zo zijn dat daarop wordt bezuinigd. Hetzelfde geldt voor een gemeente als Schoonhoven. Ook daar zijn kostbare bedrijfsverplaatsingen nodig. Die moeten de stad uit, uit de woonomgeving en op de plaatsen die dan vrijkomen is dan weer woningbouw mogelijk.'

In veel plaatsen is volgens de onlangs gepubliceerde IPO-brochure 'De behoefte in beeld' al veel aan dorpsvernieuwing gedaan, maar zijn de moeilijkste problemen vaak nog blijven liggen. Oude gasfabrieken, dikwijls uit de vorige eeuw, moeten nog worden opgeruimd. In Limburg geldt hetzelfde voor voormalige ijzergieterijen aan de Maas midden in de dorpskernen. Zo zouden er in Noord-Brabant nog 498 milieuhinderlijke bedrijven in 121 gemeenten moeten worden verplaatst.

Voor de kleinere gemeenten die qua sociale problematiek en woningverkrotting vaak weinig onderdoen voor de grote steden, waar de problemen op die gebieden dikwijls veel spectaculairder en duidelijker zichtbaar zijn, vormt de vernieuwing niet alleen een financieel, maar ook een heel complex organisatorisch vraagstuk. 'Zij hebben minder routine in het oplossen van problemen die voor grote stadsbesturen gesneden koek zijn', meent Van Heemst. 'Daarbij komt nog dat de kleine gemeenten als zij aan zulke problemen alle aandacht zouden geven, voor andere, noodzakelijke voorzieningen vrijwel geen geld overhouden. Vandaar dat alles heel langzaam gaat en nog langzamer zal gaan als er door het rijk op stadsvernieuwing wordt besnoeid.'

Volgens het IPO moeten de kleine gemeenten de kans krijgen om op de ingeslagen weg door te gaan, vooral op het terrein van de woningverbetering, waarbij erop gewezen wordt dat het woningbezit in kleine gemeenten voor 50 a 60 procent in particuliere handen is tegen dertig procent in de grote steden. Een kwart van alle eigen woningen in de kleinere gemeente is aan herstel toe. In de jaren 19851988 is daar in het totaal al 137 miljoen gulden aan besteed; voor 23.000 woningen ongeveer 6.000 gulden per huis. De Zuidhollandse Gedeputeerde Van Heemst zegt dat het er ook om gaat om na-oorlogse woonwijken die in verval zijn doordat daar veel vandalisme en sociale onveiligheid voorkomt, weer tot leven te brengen.