Hoge boete voor zwartrijden helpt niet in Amsterdam

AMSTERDAM, 10 okt De drastische verhoging van de boete van 26 naar 101 gulden voor rijden met het openbaar vervoer zonder geldig plaatsbewijs, het zogeheten zwartrijden, die op 1 augustus van dit jaar is ingevoerd, heeft in Amsterdam minder effect gesorteerd dan men er van had verwacht.

Volgens recente cijfers afkomstig van het Gemeentevervoerbedrijf (GVB) is het aantal zwartrijders 'iets' teruggelopen, maar is het aantal mensen dat na een bekeuring binnen drie dagen de boete betaalt aanmerkelijk teruggelopen. Bovendien blijkt nog steeds bijna 70 procent van de verbaliseerden een valse naam en/of een vals adres op te geven.

Volgens een GVB-woordvoerder wil zijn dienst af van repressieve maatregelen. 'Ons uitgangspunt is dat mensen die van onze diensten gebruik maken allereerst zo eenvoudig mogelijk een plaatsbewijs moeten kunnen aanschaffen. Op buslijn 33 loopt al een tijdje een proef met wat wij noemen een gesloten instapregime. Dat wil zeggen dat alle passagiers alleen via de chauffeur kunnen instappen en daar hun plaatsbewijs kunnen kopen dan wel tonen. Op die lijn treffen wij nauwelijks meer zwartrijders aan. Ook voor andere buslijnen wordt nu invoering van dit systeem overwogen, te beginnen met de lijnen 8 en 15. Op tramlijn 4 komt begin volgend jaar als proef een conducteur. Daartoe moeten niet alleen mensen worden geworven en opgeleid, maar moeten ook twintig tramstellen worden omgebouwd. Hoeveel dat het GVB kost kon de woordvoerder niet zeggen.