Het verstilde en het zuivere in de collectie van Veendorp

De suppoosten van het Groninger Museum zien er overspannen uit. Sinds de muzikale videomanifestatie What a wonderful world is geopend, wordt het museum overspoeld door schoolkinderen die op stoelen klimmen, tikkertje doen en joelend klasgenoten attenderen op favoriete videoclips. Het hevigst is het gedrang bij de video's met clips van Madonna. Het videospektakel trekt meer toeschouwers dan de bescheiden expositie die in drie belendende zaaltjes is gewijd aan de collectie van R. J. Veendorp. Hier geen schoolkinderen en ook haast geen andere bezoekers, maar wel muziek.

Veendorp schafte in 1925 zijn eerste schilderij aan, het Gezicht op Hattem van Jan Voerman, niet beseffend dat dit het begin was van een levenslange passie en een omvangrijke verzameling schilderijen, tekeningen, grafiek en beeldhouwwerken. Toen zijn collectie in 1969 overging in handen van het Groninger Museum, schreef Veendorp een korte beschouwing. In de jaren twintig en dertig '(...) stond men open voor alle stromingen en uitingen van kunst die na de Eerste Wereldoorlog opkwamen, men deed daaraan mee en liep wellicht te gemakkelijk warm voor het allernieuwste, met voorbijgaan aan het traditionele. (...) Moeilijk onder woorden te brengen, eerst vaag nog, groeide de 'feeling' dat een kunstwerk ongekunsteld en vanzelfsprekend moest zijn, waarbij de begaafdheid en het meesterschap de kunstenaar in staat stelden het tijdloze moment het verstilde zuiver vast te leggen, innnerlijk gezien, beleefd en diep gevoeld.'

Verstilde en zuivere kunst belooft Veendorp ons dus, en bovenal ongekunstelde kunst, waarmee hij 'natuurlijke' kunst bedoelt, naar en in de natuur getekende en geschilderde voorstellingen. Zo komen we terecht bij de plein-air kunstenaars van de Haagse en Amsterdamse school (de gebroeders Maris, Weissenbruch, Israels en Breitner), een enkele navolger van de school van Barbizon (Daubigny), een nog sterk onder invloed van de impressionisten schilderende Gauguin en een paar symbolisten met voor hun doen naturalistisch werk (Toorop en Redon). Deze kunstenaars vormen de kern van de collectie, samen met een aantal oude Hindoestaanse en Boeddhistische sculpturen van brons en zandsteen die Veendorp pas in de jaren zeventig kocht.

Uit deze verzameling, die in totaal ruim negentig schilderijen, 175 werken op papier, een kleine dertig sculpturen en wat keramiek omvat, heeft het museum een kleine selectie tentoongesteld. Alle Aziatische sculpturen zes in totaal zijn present, plus ongeveer twintig aquarellen, tekeningen, litho's en etsen en veertien schilderijen. Hoewel het spijtig is dat Corots prachtige La Rochelle (ca. 1860-1870) niet wordt getoond, valt er nog genoeg interessants te zien. Daubigny's fraaie zeegezicht, toepasselijk getiteld La mer, temps gris (1858), evenaart de sfeervolle landschappen van Corot. Op een piepklein vissersbootje na en een bruinvis die door de donkere golven klieft, is de zee leeg. De indruk van onmetelijkheid wordt versterkt doordat we frontaal aankijken tegen de loodgrijze kim op het langwerpige doek.

Opmerkelijk is de carnavaleske aquarel Hartjesdag van Breitner, die normaal met een donker palet schildert. Met een lichte toets en felle kleuren heeft de kunstenaar de sjerpen en mutsen van de in witte jurkjes gestoken kinderen geschilderd. Toch is de voorstelling niet vrolijk, zij roept eerder beklemming op. Geen van de aanwezige kinderen lacht, hun gezichten staan gesloten of zijn stuurs naar de grond gewend. In Hartjesdag het feest van de armen voert Breitner geen polonaise op, maar een danse macabre.

Teleurstellend is een jeugdwerk van Gauguin, l'Eglise de Vaurigard uit 1879. Het is een schilderij uit de periode dat Gauguin nog niet de overstap van beursmakelaar naar kunstenaar waagde en geheel afging op impressionistische voorbeelden. l'Eglise de Vaurigard is een wat obligate compositie geworden waarin Gauguin voor een probleem als de aftekening van de kerk tegen de donkere avondlucht geen andere oplossing wist te bedenken dan een grote hoeveelheid lichte verf rond het silhouet van de kerk te schilderen.

Het meest avantgardistische uit Veendorps vroegere bezit zijn de symbolistische werken van onder anderen Toorop, Van Hoytema en Redon. Toorops zwarte krijttekening La Seduction intrigeert. Het is een donkere melancholieke tekening, waarin Toorop vlijtig elk vlakje heeft opgevuld. We zien een jonge vrouw in duisternis gehuld tegen de achtergrond van een nauwelijks zichtbare boom. Grillig kronkelende planten woekeren om haar heen. Twee kikkers rechts naast de vrouw duiden erop dat we ons in een waterrijk gebied bevinden, waarschijnlijk een moeras. Een uitbundig bloeiende zonnebloem springt in het oog, een botanisch wonder hier midden tussen de kikkers en padden en onder de schaduw van dik bebladerde bomen. Merkwaardig is dat Toorop een soort dubbele bodem in het moerastafereel heeft gebracht door met heel hard potlood over het zwarte krijt te tekenen. Iedereen weet nog van zijn kindertijd dat als je maar hard genoeg op het potlood drukt, dit een zilverkleurige glans afgeeft. Bekijken wij Toorops tekening van voren, dan zien we aan het oppervlak een donkere afbeelding. Komen we echter dichterbij en kijken we van de zijkant, dan doemen er ineens verleidelijke voorstellingen op: een spin weeft haar web tussen de bomen, kelken van lelies krijgen een mysterieuze gloed en het dak van een kerktoren ver buiten het moeras licht aanlokkelijk op uit de duisternis.

Veendorp was een integer verzamelaar, die uit bewondering en niet uit beleggingsoverwegingen kunst kocht. Hij had oog voor kwaliteit, liet zich bij de opbouw van zijn collectie zoveel mogelijk leiden door eigen smaak en verzette zich tegen modieuze sentimenten. Zijn verzameling draagt een duidelijke signatuur, die afstraalt op de huidige tentoonstelling.

Tentoonstelling: Een keuze uit de verzameling R. J. Veendorp. Schilderijen/ werken op papier/ sculpturen uit Azie. T/m 28/10 in Groninger Museum, Praedediniussingel 59. Geopend: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 13-17 uur. Brochure Verzameling R. J. Veendorp: fl.20.-