DIE ANDERE KOPPELING

Nederland beleefde de afgelopen jaren een stille revolutie. De inwoners van dit land zijn massaal in opstand gekomen. Met grote vanzelfsprekendheid overtreden zij talloze door de overheid uitgevaardigde regels. Fietsendiefstallen worden door de politie vaak niet eens meer geregistreerd, vissers vangen maar raak, boeren gooien met de pet naar de mestwetgeving, de vervolging van snelheidsovertreders krijgt in het nieuwe vijfjarenplan van het openbaar ministerie een lage prioriteit, fraude met uitkeringen en belastingen blijft onverminderd groot. De wetgevingsmachinerie draait inmiddels in de hoogste versnelling door, zonder dat het parlement zich erg lijkt te bekommeren om handhavingsproblemen en uitvoeringsperikelen. Niets illustreert scherper de toenemende vervreemding tussen de in zichzelf opgesloten Binnenhofbewoners en de rest van Nederland.

Om de rechtsstaat te redden moet het woud van wetten en regels worden uitgedund. Net zo belangrijk is het dat de opstand van de burgers wordt onderdrukt. Moderne technieken maken het mogelijk wetsovertreders op het spoor te komen en sancties op te leggen, ook als delicten op massale schaal worden gepleegd. Publieke functionarissen kunnen bij voorbeeld veel slagvaardiger optreden tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van fiscale en sociale wetgeving door met computers reeds her en der bij overheidsinstanties aanwezige gegevensbestanden aan elkaar te koppelen. Bij fiscale en sociale fraude gaat het om een immens probleem. Het zwarte circuit, dat alle transacties omvat die ten onrechte buiten het zicht blijven van de fiscus en de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid, wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek geschat op vijf tot tien procent van het nationale inkomen (van 450 miljard gulden). De overheid ziet dus elk jaar transacties met een totale omvang van 25 a 45 miljard gulden over het hoofd. Gegeven het peil van de collectieve uitgaven moeten de eerlijke belastingbetalers opdraaien voor wat fraudeurs ten onrechte aan de schatkist onthouden of daaruit zonder grond putten.

Behalve een doeltreffender fraudebestrijding pleiten nog andere argumenten voor koppeling van bij de overheid bekende gegevens. Zo moeten burgers en bedrijven nu tientallen keren dezelfde informatie aan de overheid verschaffen. Er kan een enorme besparing op de hiermee verband houdende maatschappelijke kosten worden bereikt wanneer bij de overheid alle data-eindjes aan elkaar worden geknoopt. Bovendien zal de doelmatigheid van het overheidsapparaat aanzienlijk verbeteren. Door computerisering kan de organisatie op den duur met tienduizenden arbeidsplaatsen afslanken, net als bij de banken het geval is.

Veel burgers vinden koppeling van gegevens echter een griezelig vooruitzicht. De overheid zou immers gemakkelijk misbruik kunnen maken van met elkaar verbonden persoonsgegevens? Dat is onzin. Om te beginnen krijgen overheidsinstanties na koppeling niet de beschikking over meer gegevens dan nu al liggen opgeslagen in diverse bestanden, bakken en dossiers. De meerwaarde van koppeling bij fraudebestrijding en beleidsvorming is dat de verkokering en versnippering van de overheidsorganisatie langs elektronische weg worden doorbroken.

Een ander veelgehoord bezwaar is dat de persoonlijke levenssfeer door gegevenskoppeling in het gedrang zou komen. Hoe zo? Er worden immers alleen gegevens gekoppeld waarover de overheid ook nu al beschikt? Wie hamert op privacy, pleit in feite voor een weinig doeltreffende overheid en een lage pakkans van wetsovertreders, zonder dat tegenover deze nadelen aanwijsbare voordelen staan bij de afscherming van de persoonlijke levenssfeer.

Een derde bezwaar is dat automatisering het mogelijk zou maken bepaalde groepen te traceren, zoals mensen van wie de wieg niet in Nederland stond. Dit argument verslaat geen dorst. Om een democratisch gecontroleerd minderheden- en asielbeleid te voeren moet de overheid over de daarvoor noodzakelijke gegevens kunnen beschikken. Angst voor koppeling leidt bovendien tot andere uitwassen. Nu ten onrechte geen volkstellingen meer worden gehouden, noteert de leiding van basisscholen bij voorbeeld zelf gegevens over de ouders van leerlingen, om van Onderwijs extra geld voor het wegwerken van 'achterstanden' te krijgen. Wat bedreigt de privacy meer, een centrale registratie op basis van een volkstelling - omgeven met de nodige waarborgen - of zulke decentraal opgezette bevolkingsboekhoudinkjes?

Natuurlijk behoren burgers en hun vertegenwoordigers in het parlement te weten welke gegevens worden opgeslagen en gekoppeld. Misbruik van databanken kan worden tegengegaan door voorschriften en strenge controle op een goede naleving daarvan (bij voorbeeld door de Algemene Rekenkamer). Is aan deze voorwaarden voldaan dan hebben fanatieke privacybeschermers geen pleitbare zaak. Zij spannen zich onbedoeld voor het karretje van individuen en organisaties die erop uit zijn de medemens en de overheid pootje te lichten. Overdreven angst voor gegevenskoppeling bij de overheid moet aan de kaak worden gesteld voor wat zij is: koudwatervrees.

Dezer dagen wordt in Den Haag veel gepraat over de betaalbaarheid van de koppeling van de sociale uitkeringen aan de CAO-lonen. De volksvertegenwoordiging zou de komende maanden eens even indringend moeten kijken naar een andere koppelingskwestie: die van al bij de overheid beschikbare data. Want alleen door deze koppeling blijft de opstand van de burgerij beheersbaar.