Commissie-Albeda: 105 miljoen voor jonge leraar

RIJSWIJK, 10 okt. Van de 155 miljoen gulden voor betere arbeidsvoorwaarden in het onderwijs zal 105 miljoen gulden worden besteed aan hogere salarissen voor jonge leraren. De rest van het geld gaat naar arbeidsduurverkorting.

Dat is de uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst, de zogeheten commissie-Albeda. De commissie was gevraagd het conflict over de verdeling van dit geld tussen staatssecretaris Wallage (onderwijs) en de onderwijsvakbonden te beslechten.

Wallage wilde niet meer dan 15 miljoen gulden gebruiken om arbeidsduurverkorting voor iedereen in te voeren. Nu hebben leraren die jonger zijn dan 28 jaar of een betrekking hebben van minder dan 20 uur geen recht op arbeidsduurverkorting. Voor de onderwijsvakbonden was de manier waarop Wallage dit gelijke recht voor iedereen wilde financieren (onder meer door een lager percentage arbeidsduurverkorting in te voeren) onverteerbaar.

De commissie-Albeda geeft Wallage gelijk in zijn standpunt dat 'verbetering van de salarispositie van beginnend onderwijspersoneel de voorkeur verdient boven een verdere uitbreiding van de arbeidsduur verkortende maatregelen'. Wel tekent de commissie aan dat het meningsverschil tussen bonden en staatssecretaris de overheid valt te verwijten: er was wel geld vrijgemaakt, maar een duidelijke afspraak over het aanwending ervan is nooit gemaakt. Zodoende konden de bedoelingen van Wallage en de wensen van de bonden gemakkelijk botsen.

In het door de commissie-Albeda geformuleerde compromis krijgen alle leraren in het voortgezet onderwijs recht op 3,57 procent arbeidsduurverkorting. Voor een full-time leraar met 29 lesuren betekent dat een uur per week. Voor degenen die nu nog zijn buitengesloten van arbeidsduurverkorting wordt deze geleidelijk ingevoerd: volgend jaar 1,3 procent, dan 2,6 procent en vanaf 1 augustus 1993 3,57 procent.

In het basisonderwijs hebben op dit moment leraren met een baan van meer dan 20 uur per week recht op 5,26 procent arbeidsduurverkorting: 2 lesuren op een werkweek van 38 uur. Dit gaat veranderen voor de nieuwkomers in het basisonderwijs, die voortaan niet meer dan 3,57 procent krijgen. Ook de 'seniorenregeling' gaat erop achteruit, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs. Weliswaar blijven de percentages arbeidsduurverkorting gelijk (een halve dag voor leraren tussen 52 en 55 jaar en een hele dag voor leraren die ouder zijn dan 56), maar in die tijd krijgen leraren slechts 80 procent van hun salaris.