ARBEIDERS WORDEN AANDEELHOUDERS; Joegoslavische manager wordteindelijk koning

Joegoslavie dreigt uiteen te vallen. De politieke tegenstellingen laaien hoog op. Merkwaardig genoeg is het land economisch juist weer op de goede weg. Niemand had een jaar geleden nog een dinar gegeven voor de kansen van premier Ante Markovic. Toch hebben diens hervormingen het land uit de wurggreep van de economische crisis gehaald. Nu moet nog Tito's ideaal, het systeem van arbeiderszelfbestuur, eraan geloven.

Ante Markovic blaakt van trots, van zelfvertrouwen. Een kleine gedistingeerde heer met grijs golvend haar en met lichtblauwe ogen, hij beweegt zich makkelijk en snel, hij praat makkelijk en snel. Hij is premier van Joegoslavie sinds midden vorig jaar, toen hij met de Joegoslavische regering een crisis overnam waarop drie voorgangers hun tanden hadden stukgebeten.

Zeker, de crisis woedt nog steeds, maar het zwaartepunt heeft zich verplaatst van de economie naar de politiek, naar de etnische tegenstellingen, naar republieken die provincies overmeesteren en republieken die de federatie willen verlaten. Als Joegoslavie uiteenspat, ligt dat niet meer aan de economische desintegratie, en Ante Markovic is daar trots op: dat is zijn werk.

Zelfvertrouwen en trots. We zijn, zegt Ante Markovic, 'extreem succesvol' geweest, dit jaar, bij het bedwingen van de crisis die dit land een jaar geleden nog in een wurggreep hield. De wurggreep van een inflatie van (in december) zestig procent per maand en tweeduizend procent op jaarbasis, de wurggreep van een buitenlandse schuld van bijna twintig miljard dollar, de wurggreep van republikeinse elites en lokale bonzen die jarenlang alle mooie hervormingen van de federale regering schaamteloos boycotten. Niemand, zo zegt men in Belgrado, had een jaar geleden nog een dinar gegeven voor de kansen van Ante Markovic. En een dinar is nog niet veel, maar was een jaar geleden nog tienduizend keer minder dan nu. Niemand, zo zegt iedereen in Belgrado, is onder zulke slechte voortekenen aangetreden als anderhalf jaar geleden Ante Markovic.

Extreem succesvol? 'Noem me een land, ' zegt Ante Markovic, 'waar binnen vier maanden de maandelijkse inflatie is teruggebracht van zestig naar een procent, zonder hoge sociale kosten. We hebben 92 procent van de import geliberaliseerd, en negentig procent van de prijzen. We hebben een geldhervorming doorgevoerd, de dinar convertibel gemaakt, stabiel gemaakt, door hem aan de mark te koppelen. De buitenlandse handel is opgebloeid, we hebben tien miljard dollar aan valutareserves, en daar komt elke dag vijf miljoen dollar bij.' En de privatisering is begonnen, zegt Ante Markovic, in de eerste zeven maanden van dit jaar zijn er 40.000 particuliere en cooperatieve bedrijven opgericht, honderden bestaande bedrijven in sociaal bezit hebben hun structuur veranderd. We hebben, zegt hij, een evolutie op gang gebracht die haar eigen dynamiek krijgt. Het aantal Joegoslaven dat werkt buiten het systeem van door arbeiderszelfsbestuur geleide bedrijven, de zogenoemde sociale sector, klimt binnenkort boven het miljoen, eenzesde van de werkende bevolking.

Offers

Natuurlijk, zegt Markovic, is er een prijs betaald, de produktie is met tien procent gedaald, vier procent meer dan verwacht, er zijn sociale spanningen, er is werkloosheid. 'We verdoezelen dat niet. Maar we weten waar die problemen vandaan komen, we begrijpen ze. Dit land heeft lang in een moeilijke situatie verkeerd.' Hervormen, aldus Markovic, gaat niet zonder offers: 'We moeten alleen oppassen dat de problemen niet gaan domineren en het hervormingsproces niet tot stilstand brengen.' We zijn pas aan het begin, zegt Ante Markovic. Dit is een land onderweg.

Er is ook nog verzet, veel verzet zelfs, ook dat wil Markovic niet verdoezelen. Er zijn republikeinse en provinciale hierarchieen die hun belangen beschermen en dwarsliggen, ze houden de privatisering tegen, ze houden vast aan het sociale eigendom als doorslaggevende eigendomsvorm. Maar Markovic is niet bang voor dat verzet, is zelfs niet bang voor conflicten: 'Er kan een oorlog uitbreken. Maar oorlogen houden op een zeker moment op, besprekingen beginnen, vredes worden getekend.' Garanties zijn er niet: 'Garanties vragen is riskant in Joegoslavie. Toen ik met internationale kopstukken sprak over de hervormingen zeiden ze me: wat u nodig heeft is een goed programma en politieke consensus. Ik heb gezegd: een goed programma heb ik, consensus heb ik niet en krijg ik ook niet. Toch zijn we begonnen, en zie wat we hebben bereikt. We hebben een nieuw klimaat geschapen, een klimaat van economische logica. En naarmate het proces zich ontwikkelt, en succes heeft, worden de argumenten van de tegenstanders uitgehold.'

In het hoofdkwartier van de federale regering, een brede witmarmeren kolos in Novi Beograd, heerst serene rust: een labyrint van verlaten gangen en kantoren, met bronzen standbeelden van Tito en reusachtige mozaieken waarop de bloedige geschiedenis van de veel-volkerenstaat in beeld is gebracht, wolven en Turken die het volk naar de keel vliegen.

Bergen werk

De rust in de eindeloze lege gangen met het vele natuursteen bedriegt: de federale overheid heeft bergen werk verricht en de trots en het zelfvertrouwen van Ante Markovic worden gedeeld door zijn kabinet. De problemen van Joegoslavie lijken te groot voor een normale regering: Markovics ministers hebben in de federatie maar een beperkte zeggenschap, want de macht van de deelrepublieken over hun eigen politieke en economische bestel is groot, en zij houden zorgvuldig hun eigen belangen in het oog. De zuidelijke republieken, waar politiek en economie nog altijd vast in handen zijn van een mafia van plaatselijke elites, boycotten hervormingen, terwijl de noordelijke republieken, Kroatie en Slovenie, waar na vrije verkiezingen niet-communisten regeren, zo hard lopen dat nog maar de vraag is of ze binnen de grens van Joegoslavie blijven. Het maakt hervormen tot een bijna hopeloze taak: elke beslissing moet worden goedgekeurd door negen regeringen en negen parlementen, die van de zes republieken, die van de twee provincies en die van de federatie.

Niettemin: ook Markovic' plaatsvervanger, Zivko Pregl, zegt 'sterke redenen' te hebben voor optimisme. De regering, zegt hij, heeft zich bij haar aantreden moeten beraden over de vraag of economische en politieke hervormingen gelijktijdig dan wel los van elkaar moeten worden doorgevoerd. 'Democratie en de markt zijn tweelingen, maar we moesten een tactische keus maken. We hebben gekozen voor de economie, en die keus is juist geweest: we moesten eerst in de economie orde op zaken stellen voor we aan de politieke hervormingen toekwamen.'

Er is, zegt Pregl, binnen een jaar een markteconomie geschapen waarin de diverse vormen van economisch eigendom voor de wet gelijk zijn, waarin bedrijven onafhankelijk zijn, waarin buitenlandse investeerders op gelijke behandeling kunnen rekenen en waarin driftig is gedereguleerd. Belemmerende wetten en maatregelen zijn afgeschaft, universele waarden als concurrentie, rechtsgelijkheid en economisch pluralisme hebben de voorrang gekregen.

Geldhervorming

De inflatie, zegt Pregl, is aangepakt door een combinatie van maatregelen, te beginnen met de geldhervorming. De dinar raakte vier nullen kwijt: een nieuwe dinar voor 10.000 oude. Tegelijkertijd is de dinar aan de Duitse mark gekoppeld in een verhouding van zeven op een, en vervolgens zijn, om de inflatiespiraal te doorbreken, de lonen en een deel van de prijzen tijdelijk bevroren. 'Veel bedrijven verhoogden vorig jaar hun prijzen lukraak, zonder economische noodzaak, zuiver uit angst voor de toekomst. De loonstop heeft de spiraal doorbroken, die stampede tot stilstand gebracht. De angst verdween bij de bedrijven en in april was de inflatie zelfs minus 0,2 procent.'

Tegen de wettelijke maatregelen heeft verzet bestaan, veel verzet, geeft ook Pregl toe. 'Maar we hebben niemand gedwongen. We hebben met iedereen gepraat, we hebben duidelijk gemaakt dat we geen keus hebben, dat we een meer-partijenstelsel nodig hebben, een geintegreerde markt, een rechtsstaat, een gedepolitiseerd wetboek van strafrecht, pluralisme van eigendom. We hebben gezegd: het sociaal eigendom was een mooie uitvinding, die in de jaren zestig een grote rol kon spelen, maar het kan de economische groei niet meer stimuleren.' Die boodschap is overgekomen. 'Onze macht is beperkt, maar we hebben gezegd wat we willen, waar we heen moeten. We hebben tegenover de buitenwereld, de republieken en de burgers, altijd de indruk gewekt dat we weten welke de problemen zijn en dat we ook weten wat we eraan moeten doen. Dat werkt.'

Sociaal bezit

De regering-Markovic heeft op meer dan een terrein gebroken met principes die altijd heilig zijn geweest, zoals het sociaal bezit van de produktiemiddelen, het arbeiderszelfbestuur en de een-partijstaat. Er zijn meer taboes gebroken. Niet langer bij voorbeeld is de noodzaak dat de arme republieken in het zuiden de rijke in het noorden inhalen, een politiek en economisch axioma. Decennia lang hebben Kroatie en Slovenie miljarden gestopt in een speciaal fonds voor de ontwikkeling van Kosovo, Bosnie, Macedonie en Montenegro, decennia lang zijn die miljarden spoorloos verdwenen of verkeerd besteed, aan prestigeprojecten waarmee corrupte elites in het zuiden hun economische en vooral politieke machtspositie veilig stelden.

In het nieuwe systeem maakt het ontwikkelingsfonds plaats voor een ontwikkelingsbank, die - op zuiver economische gronden - leningen vertrekt voor investeringen in het zuiden. Het geld komt uit de opbrengst van bedrijven die aan particuliere investeerders worden verkocht.

Bozo Marendic, minister van ontwikkeling: 'We zeggen niet meer dat het zuiden het noorden moet inhalen. We kunnen de ontwikkeling in sommige republieken niet stilleggen om het zuiden de kans te geven bij te raken. We zouden de aansluiting bij Europa verliezen. Slovenie is binnen Joegoslavie de meest ontwikkelde republiek maar volgens Europese maatstaven is Slovenie onderontwikkeld.'

De successen zijn er. Niettemin: Joegoslavie staat pas aan het begin van het proces en de krachtproef moet nog komen: die van de privatisering.

Joegoslavie heeft sinds de jaren vijftig, toen Tito's systeem van arbeiderszelfbestuur gestalte kreeg, vrijwel geen staatsbezit meer. Negentig procent van de produktiemiddelen is in handen van de arbeiders zelf: het sociale bezit. Dat betekent dat de privatisering niet van boven af kan worden opgelegd, zoals in de andere Oosteuropese landen, waar de staat zelf tempo en omvang van de privatisering bepaalt en het proces stuurt en begeleidt. Premier Markovic: 'Fabrieken zijn hier van iedereen en van niemand. Er is geen eigenaar die kan worden geidentificeerd, laat staan aangesproken.'

Toetssteen

Veselin Vukotic, minister zonder portefeuille, houdt zich speciaal bezig met de privatisering, die hij omschrijft als de toetssteen van de hervormingen: als de privatisering mislukt, mislukken de hervormingen en dat zou 'ruineus' zijn. Ook hier, zegt zijn alle taboes verdwenen en zijn alle modellen mogelijk: bedrijven kunnen aandelen uitgegeven, kunnen worden verkocht, kunnen joint ventures worden. Elke burger zal aandelen kunnen kopen met een korting van dertig procent op de nominale waarde. De werknemers hebben recht op een extra korting van een procent per dienstjaar. De omvang van het aandelenkapitaal is vastgesteld op drie keer de jaarlijks betaalde loonsom.

Het gaat niet van een leien dakje. Vukotic: 'Er is veel verzet. Velen zien bedrijven niet als goederen die op de markt kunnen verschijnen en verdwijnen, die van eigenaar, karakter en naam kunnen veranderen en die kunnen worden verkocht. Managers zijn bang en werken niet mee en de regering kan hen niet dwingen. We kunnen niet meer doen dan met hen praten. We zeggen: als de efficiency in de bedrijven niet stijgt, verdwijnen de managers vanzelf. Het is in jullie belang snel te privatiseren.'

Het arbeiderszelfbestuur, zo lang het ideologische stokpaardje van het Joegoslavische systeem, verdwijnt: de manager wordt koning. Eindelijk. Vukotic: 'De eerste prioriteit is een nieuw managementsysteem. Zonder herstructurering van het management heeft de transformatie van het eigendom geen zin. Je kunt je afvragen waarom onze beste managers jarenlang naar het buitenland zijn gegaan. Om de lage lonen? Nee - al zijn ze laag - maar omdat ze hun denkbeelden niet konden realiseren. In het oude systeem waren niet alleen de lonen geegaliseerd, maar ook de denkbeelden.' Of dat praten helpt? 'We moeten het proces op gang helpen, tot het zijn eigen motivering verwerft, tot het zichzelf gaat voeden. Niets is zeker, ook de tijdslimiet waarin de hervormingen hun beslag krijgen is dat niet. We hopen dat het kader van het nieuwe systeem binnen vijf jaar kan worden gerealiseerd. Het is een hoop, meer niet. Iedereen wil hier zaken liefst morgen opgelost zien.'

Werkloosheid

Men tilt in Belgrado, in vergelijking met de andere hoofdsteden van Oost-Europa waar het privatiseringsproces nog maar net op gang is gebracht, opmerkelijk licht aan het probleem van de werkloosheid omdat het - anders dan elders - geen nieuw probleem is. Nu bedrijven gaan privatiseren en rationaliseren, raken honderdduizenden mensen in de gevarenzone: Vukotic schat de 'overstaffing' in de bedrijven op een kwart van het totale aantal werknemers. 'De schattingen lopen uiteen: pas als het privatiseringsproces op gang komt krijgen we een beeld.' Joegoslavie telt nu 1,2 miljoen werklozen, zestien procent van de beroepsbevolking. 'Dit jaar verliezen nog eens 300.000 tot 350.000 mensen hun baan. Maar de gevolgen blijven beperkt, omdat de vestiging van nieuwe privebedrijven alleen al 150.000 tot 200.000 nieuwe banen schept.' Het probleem, zegt Vukotic, ligt niet in de aantallen maar in de kloof tussen het type vraag en het type aanbod: ongeschoolde arbeiders raken werkloos, maar de vraag naar arbeidskrachten heeft betrekking op geschoold personeel. Vukotic wekt niet de indruk er wakker van te liggen - wat ook niet hoeft omdat niet zijn federale regering maar de republieken verantwoordelijk zijn voor sociale zorg. Vukotic: 'We hebben gewoon geen keus. Het oude systeem motiveert niet meer. Er kan in Joegoslavie geen democratie komen zolang de eigendomsverhoudingen niet zijn veranderd.'

Joegoslavie: een land onderweg. De krachtproef komt nog, de transformatie van een lui, zelfgenoegzaam, monolythisch politiek en economisch systeem in een land dat bloot staat aan de schokken van de wereldmarkt moet nog worden gerealiseerd - om nog maar te zwijgen van de tegenstellingen tussen de republieken, de politieke transformatie, de vrije verkiezingen in een land waar een federale regering zo weinig bevoegdheden heeft dat premier Markovic er niet eens voor kan zorgen dat zijn eigen partij in zijn eigen hoofdstad ongestoord kan bijeenkomen: de politie in Belgrado valt onder de competentie van de Servische regering en die heeft geen belang bij Markovics partij, de dit jaar opgerichte Alliantie van Hervormingsgezinde Krachten.

Het drukt het zelfvertrouwen niet, niet merkbaar althans. Markovic: 'Ik heb alles waargemaakt wat ik heb beloofd: vrije verkiezingen, het bedwingen van de inflatie, de prijsliberalisering, een vrije import. Ik zeg nooit waar we tegen zijn, alleen waar we voor zijn, dat is veel moeilijker, maar het wekt vertrouwen. De mensen zien dat er iets positiefs gebeurt. Het enige team in Joegoslavie dat iets anders belooft dan conflicten en haat is mijn team en men weet dat. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat hervormen offers kost. Ik heb zweet en tranen gevraagd. Alleen bloed niet, alleen bloed heb ik nooit gevraagd.'