AOW in ex-DDR inzet deelstaatverkiezingen

BONN, 10 okt. De Duitse regeringscoalitie is van plan om op vrij korte termijn de AOW in de vroegere DDR tenminste tweemaal zoveel, dat wil zeggen met 10 tot 15 procent, te verhogen als in West-Duitsland.

Maar zij is intern verdeeld over de vraag wanneer de 2,7 miljoen Oostduitse AOW-trekkers die verhoging moeten krijgen. Dit ook omdat de ministers Blum (CDU, sociale zaken) en Waigel (CSU, financien) verdeeld zijn over de financiering ervan.

De coalitie van CDU/CSU en FDP staat daarbij onder stevige politieke druk. De kwestie van de AOW-hoogte ligt gevoelig in de vroegere DDR, waar komende zondag deelstaatverkiezingen in de vijf weer ingerichte Lander worden gehouden.

Bovendien heeft de oppositionele SPD inmiddels een initiatief-wetsvoorstel ingediend dat gericht is op een AOW-verhoging van 10 procent in de vroegere DDR alsook op een verhoging van het minimum-niveau van 495 tot 545 D-mark per maand. De SPD wil daarvoor als ingangsdatum 1 december kiezen, dat wil zeggen: een dag voor de bondsdagverkiezingen van 2 december.

Dat oppositionele initiatief-voorstel, dat over twee weken in de Bondsdag in stemming komt, kon pas dezer dagen worden geformuleerd. Namelijk pas nadat SPD-bondsdagspecialisten bezwaren hadden weggenomen bij Oskar Lafontaine, hun lijsttrekker en kandidaat-kanselier, die zijn verkiezingscampagne immers voert onder het motto dat de regeringscoalitie de belastingen moet verhogen en de overheidsuitgaven sterker moet beperken. Minister Blum heeft verklaard dat hij weigert om zich, zoals de SPD volgens hem nu doet, via Oostduitse AOW-trekkers te voorzien van 'verkiezingsmunitie'.

Al voor de Duitse eenwording, vorige week, stond vast dat de (geindexeerde) Westduitse AOW per 1 juli volgend jaar met 5,1 procent omhoog gaat. De recente snelle stijging (via drastische cao-verhogingen) van de inkomens in de vroegere DDR maakt daar een eerdere en procentueel grotere AOW-aanpassing noodzakelijk. Maar het systeem van premie-inhouding functioneert er wegens de nog chaotische administratieve situatie hoegenaamd niet, maandelijks ontbreekt thans nog een geschat bedrag van 400 miljoen D-mark aan Oostduitse premie-heffingen.

Daardoor zou ook die AOW-verhoging voorlopig uit Waigels al zwaar beproefde schatkist dan wel uit reserves van de grotendeels zelfstandige Westduitse sociale fondsen (1990: 30 miljard mark) moeten worden betaald.

Minister Waigel is tegen de eerste oplossing, hij voelt er niet voor om bij de huidige hoge rentestand (circa 9 procent) nog meer geld te moeten lenen voor een sociaal verzekeringssysteem dat in beginsel zichzelf moet financieren.

Volgens zijn ministerie zijn de Westduitse werkgelegenheid en (daarmee) de Westduitse sociale fondsen de afgelopen maanden zeer gebaat geweest bij de stijging van de koopkracht in de DDR, wier burgers immers vooral Westduitse consumptieve produkten kochten.

Het lijkt hem logisch dat de Westduitse sociale fondsen voorlopig een deel der Oostduitse AOW-betalingen 'voorfinancieren'. Maar daartegen zouden, zo vrezen Blum en de sociaal-politieke specialisten in de Bondsdag, de machtige Westduitse fondsen groot bezwaar maken.