Amerikanen wrevelig over succes van Airbus in VS

ROTTERDAM, 10 okt. Het venijnige handelsconflict tussen de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap over vermeende overheidssubsidies aan Airbus Industrie in Toulouse dreigt in een hogere versnelling te komen nu Airbus met genereuze financiele aanbiedingen steeds meer succes boekt op de Amerikaanse markt.

De verkoopsuccessen van het Frans-Duits-Brits-Spaanse consortium aan de overzijde van de Atlantische Oceaan zijn inderdaad imposant, en de Amerikaanse wrevel daarover groeit navenant. 'Ik ben bijzonder verontrust', zo liet de Amerikaanse handelsgezant, Carla Hills, de EG-bureaucratie vorige maand weten. Kort tevoren wist Airbus 75 tweemotorige A-320 toestellen aan het Amerikaanse Northwest Airlines te verkopen met een optie op nog eens 30 toestellen. Dit alles ter waarde van 4,6 miljard dollar.

Pikant was dat Airbus, samen met het Amerikaanse General Electric dat met het Franse Snecma voor de motoren zorgt Northwest Airlines over de streep wist te trekken door het bedrijf een lening van 500 miljoen dollar te bieden. Die wordt gedekt door de te leveren A-320's en hoeft pas na 1995 te worden terugbetaald.

Deze spectaculaire doorbraak van Airbus op de traditioneel door Boeing en McDonnell Douglas beheerste Amerikaanse markt, kreeg vorige week een passend vervolg. Maandag maakte het Europese vierlandenconsortium op zijn hoofdkwartier in Toulouse bekend dat America West Airlines uit Arizona niet minder dan 118 Airbus A-320's wil aanschaffen ter waarde van 5 miljard dollar. Van die toestellen worden er 48 direct gekocht en 26 geleased, terwijl op de resterende 44 opties zijn genomen.

Bij deze gecompliceerde transactie waren behalve Airbus ook betrokken 's werelds grootste leasemaatschappij GPA in Shannon, het internationale motorbouwconsortium IEA, het Japanse Kawasaka en enkele banken. Airbus ontkent dat het speciale financieringsregelingen voor America West Airlines heeft getroffen, al wordt in onbevestigde Amerikaanse persberichten geschreven over een 'loksom' van 150 a 200 miljoen dollar. 'Volstrekt onjuist', reageerde een GPA-zegsman, die daar wel aan vastknoopte: 'Wij verschaffen een zekere financiele steun om ze te helpen bij het introduceren van de nieuwe vloot'.

Airbus werkt nog aan een mogelijk derde mammoetorder in de Verenigde Staten. Het bedrijf is namelijk in gesprek met de voornaamste drie vakbonden bij United Airlines, die tegen de zin van de directie een bod op hun eigen bedrijf willen doen en daarom graag 750 miljoen dollar zouden lenen in ruil voor een genereuze vliegtuigorder. Daarbij wordt wel een bedrag van 10 miljard dollar genoemd.

'Dit alles stinkt', aldus een zegsman uit het gevolg de Amerikaanse handelsgezant Carla Hills. 'Wij zouden onze bedrijven niet toestaan zoiets te doen. Dit strijdt met reeksen anti-trust- en anti-dumpingregels en met de luchtvaartsubsidie-code van het Algemene akkoord over tarieven en handel' (Gatt).

De Amerikaanse regering heeft formeel nog geen beschuldiging geuit aan het adres van Airbus, maar alleen om nadere informatie gevraagd bij de Europese Gemeenschap (EG) in Brussel. 'Laten wij hopen dat het daarbij zal blijven', zegt een EG-woordvoerder. 'We staan nu juist op het punt om een al vier jaar lopend conflict met Washington over ontwikkelingssubsidies aan Airbus uit de weg te ruimen. Nieuwe Amerikaanse klachten kunnen alles in het honderd sturen.'

Opvallend is tot nu toe de stilte vanuit Long Beach en Seattle, de respectieve vestigingsplaatsen van Airbus' grote Amerikaanse concurrenten McDonnell Douglas en Boeing. 'Dat is begrijpelijk', zegt een Airbus-woordvoerder in Toulouse. 'De Amerikaanse concurrenten doen immers sinds jaar en dag waar wij nu mee zijn begonnen. Uiteindelijk komt het er op neer dat wij de klant een vorm van korting geven. Dat is volmaakt legaal.'

De Airbus-zegsman verwijst bijvoorbeeld naar 1987, toen Boeing 700 miljoen dollar aan United Airlines leende om 36 Boeings te kunnen kopen. 'En dat was nog niet eens een gegarandeerde lening', zegt hij. 'De onze aan Northwest Airlines is dat wel, zij staan met hun vliegtuigen en onderdelen garant.'

Een ander geval betreft McDonnell Douglas dat in 1982 20 nieuwe MD-80 toestellen voor een prikje aan American Airlines verhuurde met het recht ze zonder boete terug te geven als ze niet bevielen. American kocht uiteindelijk 250 MD-80's. Een strategie die sindsdien ook is nagevolgd door Boeing en Airbus. 'Gelijke monniken, gelijke kappen', aldus de Airbus-zegsman.

Intussen zeggen de Amerikaanse vliegtuigbouwers te vrezen dat de genereuze aanbiedingen van Airbus de overige klanten op de Amerikaanse markt veeleisender zullen maken. Bovendien hebben Boeing en McDonnell Douglas in een aantal eerder afgesloten contracten 'meest begunstigde kopers-clausules' opgenomen wat inhoudt dat die klanten de contracten kunnen openbreken om dezelfde koopvoorwaarden te bedingen die concurrerende vliegtuigbouwers aan andere luchtvaartmaatschappijen bieden. En dat alles komt op een moment waarop de Amerikaanse luchtvaartwereld toch al kreunt onder olieprijsverhogingen, een zwakke dollar en een 'bijna'-recessie.

Boeing, dat in tegenstelling tot McDonnell Douglas nog nauwelijks leed onder het Airbus-offensief, heeft weliswaar een formidabele orderportefeuille van 91 miljard dollar, maar zoals Boeing-president Frank Shrontz onlangs de Seattle Post toevertrouwde: 'Onze portefeuille kan zacht worden. Als een luchtvaartbedrijf zich een bepaalde levering niet meer kan permitteren, betekent een hard contract weinig meer'.

De Amerikaanse basis-kritiek op Airbus blijft dat de onderneming zou drijven op genereuze subsidies van de Franse, Duitse, Britse en Spaanse overheden, waardoor de concurrentieverhoudingen worden vertroebeld. In een studie die de Gellman Research Association onlangs voor het Amerikaanse ministerie van handel vervaardigde wordt zelfs gesteld dat Airbus, ondanks regeringssubsidies ter waarde van 13 miljard dollar, vermoedelijk nooit winstgevend zal worden.

De zegsman van Airbus in Toulouse wijst deze aantijging met een sarcastisch lachje af. 'Het Gellman-rapport is een stuk fantasievol verdraaide feiten en komische conclusies. Juist dit jaar gaan wij voor het eerst met winst draaien. Wij hebben berekend dat de Amerikaanse concurrentie door steun van de Import-Export Bank en door opdrachten van het Pentagon en de NASA in totaal 23 miljard dollar aan subsidies heeft ontvangen. En de lening waarmee wij een recente order van Northwest Airlines hebben binnengehaald kwam niet van Airbus maar van een aantal financiele instellingen en banken. Wij bemiddelden slechts.'

Hoe verklaart hij dan toch de opvallende successen van Airbus aan de overzijde van de Atlantische Oceaan? 'Wij maken nu eenmaal betere produkten', zegt hij met de bescheidenheid van de ware voorlichter. 'Neem de laatste 747-400 van Boeing of hun nieuwste 737. Dat zijn en blijven ontwerpen uit de jaren zestig en zeventig, die weliswaar werden verbeterd met nieuwe motoren en vleugeltips, maar hun oude basisstructuur behielden. Onze ontwerpen zijn veel nieuwer, technisch geavanceerder en daarmee ook zuiniger.'