'Wij hebben in een soort druif geleefd'

Hij lijkt sprekend op Michel Foucault, de befaamde Franse filosoof. Hij spreekt ook een beetje zoals Foucault bij leven schreef: nogal abstract, zeer structuralistisch en in grote lijnen, met daartussendoor onverhoeds ook ineens weer zeer aardse, welhaast banale associaties.

Maar hij heeft Foucault nooit gekend. Merab Mamardashvili mocht decennia lang niet naar het buitenland, hoewel de nu eenenzestigjarige filosoof uit Tiblisi al die tijd toch gewoon keurig lid was van de Communistische Partij, aanzien genoot als adjunct-hoofdredacteur van het tijdschrift Vraagstukken der Filosofie en zelfs lid kon worden van de Georgische academie van wetenschappen. Desondanks werd hij niet vertrouwd. Uitnodigingen voor internationale conferenties aan hem gericht, werden niet eens bij hem bezorgd.

Totdat hij twee jaar geleden werd opgenomen in het UNESCO-comite van de Sovjet-Unie. Dat was vooral bedoeld als signaal aan de KGB dat het dossier kon worden opgeborgen. Sindsdien becommentarieert hij thuis in Tiblisi de ontwikkelingen in zijn vaderland Georgie en Rusland hij woonde en werkte eenendertig jaar in Moskou of reist hij rond in West-Europa en de Verenigde Staten. Hij draagt een spijkerjack en een slobberig T-shirt, plukt zo nu en dan een druif van de tros die op tafel staat en lepelt uit de bramenjam die zijn zuster heeft gemaakt. Maar voor het overige laat hij zich niet van zijn betoog (in het hedendaagse Franse jargon ook door hem discours genoemd) afleiden. Het spoor dat Mamardashvili trekt, wijkt namelijk af van het populaire. Hij ziet weinig in de snelheid waarmee menigeen in de Sovjet-Unie nu denkt te kunnen afrekenen met 73 jaar communisme. Eerst moet er iets gaan ontstaan dat op een burgerlijke samenleving lijkt, is zijn redenering. 'Ik heb in de Verenigde Staten onlangs een lezing gehouden over de 'civil society'. Belachelijk, nietwaar, dat ik als Georgier geacht werd dat te doen. Ik voelde me alsof ik sprak over vissen en de noodzaak van water.' Mamardashvili: 'In West-Europa is de macht altijd opgebouwdzoals de Duitse socioloog Max Weber heeft beschreven: de posities van de burger en de staat zijn er in zekere zin gescheiden. Bij ons is het heel anders geweest. Wij hebben in een soort druif geleefd. Er zaten pitjes in en daaromheen zat een onduidelijke suikeroplossing. Die kern was de communistische partij. De partij was geen politieke partij, ze was een middel van bestaan. Het communistische systeem is daarom nog helemaal niet dood. Het is hier. In elk detail manifesteert het zich. Om die reden is het begrip stalinisme ook een verkeerd woord. Het is te veel op de persoon toegespitst. Het communisme is een manier van leven geweest. Daarmee moeten we nu breken. Dat is een zeer persoonlijke zaak. Jij kunt toch ook niet voor mij kotsen, zoals ik het niet voor jou kan doen? Dat de mensen nu en masse uit de partij stappen, betekent structureel dus niets. Het zegt hooguit iets over hun vijandbeeld, dat ze een andere tegenstander willen hebben dan voorheen.' Is die redenering niet een beetje te doorzichtig, gezien uweigen politieke geschiedenis?

'Ik ben ook lid geweest van de partij. Dat was evenmin relevant. Ik was filosoof, hoefde in mijn werk niets te administreren en kon dus ook niets stelen. Sinds het einde van de jaren zestig mocht ik niet meer reizen. Ik kwam als onaanraakbare in de extra-territorialiteit terecht. Ik bleef verstoken van privileges, mocht niet naar het buitenland en kon evenmin aan kaviaar komen, want dat werd ook door het centraal comite gedistribueerd.'

Deze vermenging van politiek en samenleving is volgens Mamardashvili zo diep ingevreten dat ze zich niet een-twee-drie uit elkaar laat rafelen. 'In de Sovjet-mens heeft zich deze amorfie van de sociale en staatkundige structuren gereproduceerd. Natuurlijk, we hebben nu het totalitaire toneel verlaten, het spel is niet meer amorf, ondergronds of illegaal maar normaal aan het worden. Maar dat neemt niet weg dat we nog geen normaal burgerlijk leven hebben kunnen ontwikkelen. Ons zelfbewustzijn heeft hooguit een nationaal en anti-imperialistisch karakter aangenomen. Gevolg hiervan is dat bijna iedereen zich nu stort op zijn eigen 'soevereiniteit'. Er gaat geen dag voorbij of er is wel een deel-republiek, autonoom district, of maatschappelijke organisatie die zich onafhankelijk verklaart. Het lijkt bijna een erotisch genoegen. Zoiets als een rij Lenin-ordes op je borst.' Waarom is die vorm van erotiek nuineens zo populair?

'Je moet niet vergeten dat het Russische imperialisme heel anders van karakter is geweest dan het Franse, Britse of zelfs het Turkse indertijd. Daar kon het centrum van het rijk vooruitgang boeken dankzij de periferie. Engeland kon zich zo economisch en cultureel ontwikkelen. Nederland ook. Maar hebt u Rusland zich zien ontwikkelen dank zij z'n koloniale rijk? Nee toch? Sovjet-Rusland en Moskou, ze zijn geen stap verder gekomen. Niet alleen economisch en technisch maar ook niet cultureel en spiritueel.'

'Maar de aversie tegen dat 'bete' Rusland kan dan wel begrijpelijk zijn, dat wil nog niet zeggen dat ze ergens toe leidt. Om verheven te zijn, moet je ook verheven vijanden hebben. Wij hebben alleen nog maar God over. Onze totalitaire blindheid is zo gaan verkeren in haar spiegelbeeld. Dat is onze tragedie. En gevaarlijk ook. Ons totalitaire bewustzijn was namelijk een methode om juist niet te hoeven weten wat de realiteit was. Je ziet het in Georgie. In de negentiende eeuw waren we net als elders. Daarna zijn wij echter tot stilstand gekomen terwijl de rest doorging. Onze oude feodale structuur ging over in een politieke structuur. We kwamen buiten de moderne wereld te staan. Tiblisi werd een zwart gat. Temeer omdat wij, anders dan Rusland, niet de luxe van een massale culturele emigratie hebben gekend en er zich hierbuiten dus geen tweede Georgie bevindt, zoals er wel een tweede Rusland bestaat. Gevolg hiervan is geweest dat wij hier in Georgie helemaal niet weten wat Georgie nu eigenlijk inhoudt.' Maar dat mag je nu niet openlijkzeggen.

'Dat is eigenlijk raar. Als het om de individuele mens gaat, accepteren we dat niet iedereen weet wie hij is of wie hij wil zijn. Maar als het om etnische gemeenschappen gaat, willen we dat niet aanvaarden. Krankzinnig, nietwaar, dat we de totalitaire invloed op het individu (de corruptie, het geweld, de leugens en het onrecht) wel erkennen maar de sociale gevolgen ervan niet. Dan vergeten we ineens wat we in persoonlijke zin over onszelf wel weten.'

'Het nu alom omarmde idee dat er snel een nieuw unie-verdrag moet komen, illustreert dit. Volgens mij leidt het tot niets. Hoe kan iemand de rechten van naties bepalen? Dat idee is weer typisch zo'n reproduktie van het klassieke centralistische Sovjet-denken. Lenin was daar de eerste vertegenwoordiger van, toen hij in 1917 iedereen broeken wilde laten aantrekken. De debiel!' Toch is er enige haastgeboden. Anders zouden honger en chaos wel eens kunnen uitmonden in de roep om een sterke man.

'God beware me. Ik heb geen redders nodig. Nee, we moeten nu niet te snel handelen. Integendeel. We moeten nu juist heel langzaam opereren. Het moet een constitutioneel proces zijn. Want de constitutie wordt weliswaar geschapen door de burgers maar creeert omgekeerd ook burgers. Dan heeft een nieuw unie-verdrag pas zin. Dat is een lang proces. Het is geen fastfood. De democratische maaltijd komt niet uit een snackbar van Kentucky Fried Chicken. Haast en begeerte hebben in het verleden al te veel mensen gedood. We moeten nu meteen de kleine en langzame dingen gaan doen, in plaats van all-out te vechten voor de onafhankelijkheid van bijvoorbeeld Georgie. Want het reeelste probleem van het totalitairisme is dat het ons autonome leven in lokale gemeenschappen heeft vernietigd. Op plaatselijk niveau moeten we nu dus beginnen. Richt morgen bijvoorbeeld een school op, een vrije school. Begin die verticale structuren te doorbreken die nu nog allemaal, bijna matematisch, in Moskou eindigen en als een Boa-constrictor ons hele land hebben verstikt.'

'Dat zal een langzaam en pijnlijk proces worden. Het zal zijn zoals je je voelt als je voet slaapt omdat je verkeerd hebt gezeten. Als er dan weer bloed door heen stroomt, doet het ook pijn als je ineens opstaat. Tot in je kont kan dat pijn doen.'