Troonrede

Op middelbare leeftijd wordt het gebruik van een leesbril noodzakelijk. Dit geldt voor bijna iedereen ongeacht functie, geslacht of vermogenspositie. Het geldt ook voor het Koninklijk Huis. De Commissie Presentatie Troonrede verdiept zich al geruime tijd in dit verschijnsel. Het idee om Hare Majesteit de troonrede te laten voorlezen met een leesbril is jaren geleden al verworpen. Contactlenzen zijn overwogen maar men vreesde dat Hare Majesteit met leesbril-lenzen niet in staat zou zijn de Koninklijke Zetel in de Ridderzaal te vinden.

Besloten werd terug te vallen op het beproefde middel van de grote letter. Dit brengt echter een nadeel met zich. Op een bladzijde kan aanzienlijk minder tekst worden vermeld. Dit betekende dat de Koningin dit jaar met een dik pak papier plaatsnam tegenover de Volksvertegenwoordiging.

Misschien heeft u net als ik met angstzweet de voorlezing van de troonrede gadegeslagen. Het risico dat de Koningin voorlezing van een bladzijde zou overslaan was dit jaar immers weer groter dan vorig jaar, omdat een nog groter lettertype was gebruikt. Weliswaar had de Subcommissie Koninklijk Vel een minuscuul sponsje ontwikkeld voor de Koninklijke linker wijsvinger. Maar toch, het risico bleef. Bij het voorlezen van de zegen heb ik een zucht van verlichting geslaakt, het karwei was zonder incidenten verlopen.

Onlangs bleek mij dat ik niet voldoende oplettend ben geweest. Een der directeuren-generaal van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen speelde mij de tekst van een niet voorgelezen bladzijde toe. De man handelde uit wroeging en ergernis, zoals uit het hierna volgende duidelijk zal worden. Het betrof een tekst uit de onderwijsparagraaf van de Troonrede en wel de tekst die aansluit op bladzijde 158. Bladzijde 158, die dus wel voorgelezen is, luidt:

'DE MOTIVATIE EN BEKWAAMHEID VAN DE VROUW EN DE MAN VOOR DE KLAS ZIJN VAN DOORSLAGGEVEND BELANG VOOR DE KWALITEIT VAN HET ONDERWIJS. DAAROM ZULLEN MAATREGELEN WORDEN VOORGESTELD OM DE POSITIE VAN HET BEROEP VAN LERAAR TE VERBETEREN.'

Na vele nachtelijke twistgesprekken met zijn echtgenote, die een parttime functie in het onderwijs bekleedt en die hem voor de voeten gooide dat zonder voorlezing van bladzijde 159 de positie van de docent alleen maar kon verslechteren aangezien nu geen concrete doelstellingen waren vermeld, terwijl hij met zijn vakbondsachtergrond zich immers het vuur uit de sloffen had gelopen voor de op bladzijde 159 vermelde maatregelen, na vele doorwaakte nachten dus besloot hij dat bladzijde 159 toch in de publiciteit gebracht diende te worden. Ik ben heel blij dat ik hier dit voor het Nederlandse onderwijsveld zo goede nieuws door mag geven:

'DEZE MAATREGELEN BEHELZEN EEN REDUCTIE VAN DE KLASSE- EN GROEPSGROOTTE TOT MAXIMAAL 20 LEERLINGEN EN EEN TAAKVERLICHTINGSOPERATIE WELKE TOT GEVOLG ZAL HEBBEN DAT DOCENTEN NOOIT MEER DAN 18 LESUREN PER WEEK BEHOEVEN TE DOCEREN'.