Tennessee Williams zonder beklemming

Het neo-klassieke interieur is niet op menselijke maat gesneden. Alles is te groot, te pompeus: de twee deuren, de twee standbeelden in het midden voor de glazen achterwand, de twee okergele sofa's en toppunt van wansmaak het tafelblad gedragen door vier hazewindhonden met brandende lampjes als ogen. Deze verzameling kitsch verraadt een weinig kieskeurige, zeg maar extravagante, levensstijl en de aanwezigheid van heel veel geld. Materieel gewin en hebzucht zijn in Peter Sonnevelds regie de hoofdthema's geworden van Kat op een heet zinken dak, een drama dat hier na lange tijd weer wordt opgevoerd, door het RO Theater.

Tennessee Williams situeerde het stuk, zoals al zijn werk, in het zuiden van de Verenigde Staten waar de blanke katoenplanters hun zucht naar rijkdom en weelde al generaties geleden tot een levenshouding verhieven. Conform deze instelling staat veel geld gelijk aan aanzien, zoals Big Daddy zijn familie voorhoudt. Hij, de patriarch van het gezin en de eigenaar van de grootste katoenplantage in de Mississippi-delta, is een machtig man.

De erfenis is dan ook de grootste zorg van de kinderen, een des te dringender probleem in het licht van vaders naderende einde en het ontbreken van een testament. De ongerustheid wordt verwoord door schoondochter Maggie (een moedige rol van Sylvia Poorta): 'Je kunt jong zijn zonder geld, maar je kunt niet oud zijn zonder geld.' De inhalige zelfzucht van de personen gaat gepaard met wederzijds onbegrip en een kille verstandhouding, halfslachtig gemaskeerd door een geforceerde en misplaatste feeststemming. Alleen Brick, de jongste zoon, doet zich niet anders voor dan hij is; nors en somber geeft hij zich over aan de drank.

Het gesprek tussen hem en zijn vader in het tweede bedrijf behoort tot de meest schrijnende scenes in het stuk; de belichting van Steve Kemp is hier knap op afgestemd: de zachtgele lucht verandert langzaam in een diep, fluweelblauw. De moeizame relatie tussen vader en zoon moet in deze confrontatie op een pijnlijke manier duidelijk worden, maar daar is bij het RO Theater niet veel van te merken. Het spel mist spanning. Guy van Sande als Brick heeft te weinig overtuigingskracht. Ondanks zijn stuurse kop is hij niet de door en door cynische en gedesillusioneerde alcoholist die ik me bij dit personage voorstel.

Helaas schiet de voorstelling niet alleen in het tweede bedrijf tekort: van begin tot eind blijft het spel vlak en ongeinspireerd. Alleen om Trudy Labij valt te lachen: met haar licht hysterische uithalen en kippedrafje zet ze een onweerstaanbaar komische Big Mama neer. Maar het is een ongelijke strijd, zij alleen kan de voorstelling niet dragen.

Ik herinner me Cat on a hot tin roof in een paar jaar geleden door Howard Davies geensceneerde opvoering van het National Theatre in Londen. Die voorstelling werd gedomineerd door een zinderende, broeierige sfeer, nog versterkt doordat de tekst werd gesproken in het voor het zuiden van Amerika typerende accent. Het was alsof elk moment een inktzwarte, verstikkende onweerswolk kon losbarsten.

In de versie van het RO Theater drijven slechts schapewolkjes over, donder en bliksem blijven uit. Regisseur Peter Sonneveld heeft zich te veel bezig gehouden met de uiterlijke kant en te weinig aandacht besteed aan de persoonlijke drama's van de figuren. De spanning vervliegt in de immense ruimte. Het decor van Floor Oskam visualiseert bovendien al te opzichtig een interpretatie waarin geld de hoofdrol speelt. Het is een gemiste kans; hoe lang moeten we nu wachten op een volgende uitvoering van het stuk?

Voorstelling: Kat op een heet zinken dak, van Tennessee Williams door het RO Theater; vertaling: Hanna Oberman; regie: Peter Sonneveld; spelers: Joop Keesmaat, Trudy Labij, Sylvia Poorta, e.a. decor: Floor Oskam. Gezien: 6/10, Schouwburg, Rotterdam. Aldaar t/m 9/10, daarna op tournee t/m 8/12.

    • Noor Hellmann