Symbool van vrijheid of visuele vervuiling?

Het pleintje is prachtig. Het ligt in het hart van het oude Praag, omringd door kleine huizen in zandsteenkleur en aan een kant afgesloten door de stenen traptreden naar de hoge brug over de Moldau, die de beide zijden van de stad met elkaar verbindt. Het is dorps en grootsteeds tegelijk, een oase van pittoreske rust in een Middeneuropese metropool vol renaissance, rococo en barok. In de rest van de stad zijn hier en daar kleine affiches aangeplakt, voornamelijk voor culturele manifestaties, maar hier ontbreekt iedere vorm van aanprijzing. De vraag is hoe lang dat zo kan blijven.

Aandachtig kijkt een groepje Tsjechische opinieleiders en topambtenaren naar de artist's impression, die de Nederlandse gasten van het pleintje hebben laten maken. Kijk, zegt de reclameadviseur uit hun midden, dit zou er kunnen gebeuren als jullie het westerse kapitalisme onbelemmerd omarmen. Een billboard op een blinde muur, parkeerplaatsen in plaats van bomen, een McDonald's met terras op de hoek, een neonreclame op het hoogste dak, een affiche-driehoek om de lantaarnpaal. En voordat jullie er erg in hebben, is dat prachtige pleintje een toonbeeld van visuele vervuiling geworden.

Regulering

De delegatie uit Nederland is op uitnodiging van een Amsterdams buitenreclamebedrijf naar Praag gekomen om te discussieren over de zin van regulering. Hier kunnen de fouten uit het westen nog worden voorkomen, hier kunnen vanaf het begin strikte regels worden opgesteld voor de uithangborden, billboards en andere reclame-uitingen die onvermijdelijk met de markteconomie zullen meekomen. Bij ons is eerst de wildgroei ontstaan en komt pas nu nadat bij voorbeeld het Damrak is verworden tot een onherstelbare kermis de roep om regulering.

Maar in een stad als Praag, ten minste even historisch als Amsterdam, is het nu nog mogelijk de chaos te vermijden. Ook het buitenreclamebedrijf is die mening toegedaan, al was het maar om puur zakelijke redenen. Een billboard heeft meer effect als de voorbijganger niet wordt afgeleid door tientallen andere commerciele signalen.

Onder de Tsjechische toehoorders bevinden zich een schrijver, een journalist, een museumdirecteur, een psychotherapeute, een stadsarchitect en een fotograaf die de zoon van een dissident is. Steeds weer proberen ze hun westerse gasten duidelijk te maken hoe groot hun opluchting over de omwenteling is en hoe groot hun hunkering naar het kapitalisme. Slechts een van hen is bereid iets van onze twijfels over de schaduwzijden te delen; de anderen willen eerst alles wat wij hebben en zullen daarna nog wel zien of het allemaal zo prettig zal zijn als ze nu nog hopen.

De museumdirecteur maakt zich tot hun tolk. Hij is gespecialiseerd in middeleeuwse kunst, zegt hij, en dus uiterst gevoelig voor esthetiek. Bovendien woont hij al zijn leven lang in Praag en houdt van de stad. Hij is, met andere woorden, een onverdachte bron als iemand een hekel heeft aan lelijkheid, is hij het. En toch moeten we goed begrijpen dat een affiche voor Coca-Cola of een uitgangbord van McDonald's voor hem een symbool van de vrijheid is. Liever de kapitalistische kermis dan de communistische kaalheid.

De psychotherapeute valt hem bij. Veertig jaar lang hebben de Tsjechen gezucht onder centraal opgelegde regels. Geen wonder, dat ze er geen trek in hebben om vervolgens van een groep westerlingen een pleidooi voor centrale regulering aan te horen. Daar komt trouwens bij dat ze op dit moment wel iets anders aan hun hoofd hebben. De welgemeende waarschuwingen uit Nederland worden ervaren als een luxe-probleem, laat nu eerst de welvaart maar eens komen.

Kinderhoofdjes

Op die reactie hadden de Nederlanders niet gerekend. Ze voelen zich, ietwat beschaamd, als de Amsterdammers die in het begin van de jaren zeventig naar leuke dorpjes in de provincie zijn verhuisd. Toen die eenmaal hun charmante boerderijtjes hadden verbouwd, werden ze geconfronteerd met plannen om de met kinderhoofdjes geplaveide dorpsstraat te verbreden en te asfalteren. De actiecomites die daarna ontstonden om de oude dorpsgezichten te beschermen, werden vooral bevolkt door ex-Amsterdammers. De oorspronkelijke inwoners lieten zich door de protesten niet van de wijs brengen; zij wilden eindelijk meegaan met de moderne tijd, profiteren van de vooruitgang. De kloof werd nimmer gedicht; ten slotte togen er heel wat weer terug naar hun stad.

De stadsarchitect van Praag zegt uiteindelijk sussend dat het spookbeeld van het volgestouwde pleintje een waanidee is. Natuurlijk is het stadsbestuur niet van plan toestemming te geven voor zoveel ingrepen, het zal heus allemaal wel meevallen. Het is interessant kennis te nemen van de westerse denkbeelden, maar het probleem is vooralsnog academisch. Kritische kanttekeningen bij de uitwassen van het kapitalisme zijn in Praag voornamelijk gericht aan dovemansoren. Een stad vol reclame betekent een stad vol welvaart en naar welvaart verlangen ze vurig.