Shell-directeur over gevolgen luchtaanval door Irak; 'Olieproduktie in gevaar'

LONDEN, 9 okt. Een luchtaanval door Iraakse vliegtuigen op de belangrijke olie-installaties in oostelijk Saoedi-Arabie zou slechts geringe schade aanrichten. Eventuele vernielingen kunnen snel worden hersteld en de olieproduktie zal nauwelijks worden verstoord.

Dit zei Sir Peter Holmes, de Britse directeur van de Koninklijke Shell/Groep, gisteren op een conferentie van het Centrum voor wereld energie-onderzoek in Londen. Dit centrum is opgericht door de vroegere olieminister van Saoedi-Arabie, Sjeik Ahmed Zaki Yamani.

Volgens Sir Peter Holmes zijn de Saoedische olieterminals Ras Tamaru aan de Golf, even ten noorden van Qatar, en de terminal bij Yanbu aan de Rode Zee de meest kwetsbare installaties bij oorlogsgeweld. Als die worden getroffen, komt de oliestroom uit het belangrijkste OPEC-land vrijwel tot stilstand.

Maar volgens Holmes is dat 'zeer onwaarschijnlijk' door de zeer zware militaire verdediging en bewaking. Bovendien zou de Iraakse luchtmacht volgens de Shell-topman nauwelijks in staat zijn tot zo'n gerichte actie. Hij herinnerde eraan dat Irak gedurende de lange Golfoorlog in de jaren tachtig niet in staat was de Iraanse installaties op het eiland Kharg aan de noordoostelijke kant van de Golf te vernietigen.

'Zo'n operatie is niet eenvoudig. De geallieerden hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog geprobeerd de Roemeense olievelden te bombarderen, maar dat is ze niet gelukt.' Wel zou bij een Iraakse aanval een aantal van de talrijke Saoedische boorinstallaties en pijpleidingen kunnen worden geraakt, maar die kunnen volgens Holmes zeer snel worden gerepareerd.

Als de situatie in het Midden-Oosten aanhoudt zonder dat een oorlog uitbreekt, verwacht Shell dat de olieprijs van zal teruglopen van bijna 40 naar 25 dollar per vat. De OPEC-landen kunnen daartoe bijdragen door hun produktie waar mogelijk verder op te voeren, de regeringen van de Westerse landen door bij een eventueel tekort in de komende maanden het verbruik te verlagen, onder andere door verlaging van de maximum-snelheden, aldus Sir Holmes.

Sjeik Yamani bestreed Holmes' stelling dat de oliemaatschappijen weinig kunnen bijdragen aan verlaging van de olieprijs. Yamani vindt dat de commerciele olievoorraden moeten worden verlaagd, maar volgens Holmes zijn die nu met gemiddeld 53 dagen consumptie op het laagst niveau dat nog verantwoord is.

Ook de strategische voorraden, die op last van de regeringen worden aangehouden, moeten volgens Yamani omlaag om een olietekort te voorkomen en de prijs te verlagen. Dat vond de vroegere Amerikanse minister voor energiezaken James Schlesinger onverantwoord. De strategische voorraad is bestemd voor een noodsituatie en die kan intreden bij een oorlog. Dan hebben de Amerikaanse vliegtuigen, de tanks en wielvoertuigen en de schepen in de Golf samen zo'n miljoen vaten olieprodukten per dag nodig en wellicht moet de thuismarkt van olie worden voorzien wanneer de aanvoer uit Saoedi-Arabie wordt onderbroken. De Verenigde Staten hebben nu een kleine 600 miljoen vaten aan strategische voorraden.

Sir Peter Holmes voorspelde dat de olieproduktie buiten OPEC (vooral in de Verenigde Staten) snel zal toenemen wanneer de prijs geruime tijd 25 dollaar of meer per vat zal zijn. Dan wordt een groot aantal kleine olievelden die in de jaren zeventig zijn gesloten, weer geopend, zei hij.