Regeringsadviseur VS wil samenwerking met olielanden; 'Opecniet louter een kartel'

LONDEN, 9 okt. Olieproducerende en -consumerende landen moeten snel gaan samenwerken om energiecrises als de huidige te voorkomen.

Daarover zijn James Schlesinger, onder president Carter minister voor energiezaken van de Verenigde Staten, en Sjeik Yamani, de vroegere olieminister van Saoedi-Arabie, het gloeiend eens. Ze spraken gisteren allebei op de conferentie van Yamani's Centrum voor onderzoek van energiezaken in Londen.

Schlesinger is tegenwoordig adviseur van de Amerikaanse regering. Hij waarschuwde geruime tijd geleden dat de Verenigde Staten bij een nieuwe crisis in het Midden-Oosten in grote problemen kunnen komen nu het land de helft van zijn olie voor binnenlands verbruik moet importeren.

'Het is volstrekt uit de tijd om OPEC (de organisatie van olie-exporterende landen) louter te zien als een kartel dat alleen geinteresseerd is in een zo groot mogelijke produktie en een zo hoog mogelijke prijs', legt Schlesinger uit. 'Als we voor de Iraakse invasie in Koeweit betere samenwerking en planning hadden gehad tussen producenten en importerende landen, was de olievoorziening nu niet zo kritiek geweest. Dan was er meer reservecapaciteit bij de produktie geweest. Nu zijn we toch weer door de crisis overvallen.'

Prijsopdrijving had dan minder kans gehad, aldus Schlesinger, omdat oliehandelaren niet ongerust zouden zijn geweest over een mogelijk tekort in de winter en speculanten geen greep op de prijsvorming hadden kunnen krijgen.

De vraag is dan of het Internationaal Energie Agentschap, waarin de Westerse regeringen samenwerken, niet een veel ruimere taak moet krijgen. Schlesinger: 'Het IEA kan natuurlijk meer doen; het kan in de gegeven situatie met de regeringen overleggen over een beter antwoord op de crisis. Maar de bestuurders en ambtenaren in Parijs houden zich precies aan het boekje dat in 1973 bij de oprichting van het agentschap is opgesteld. Dat kun je ze niet kwalijk nemen, maar daar moet verandering in komen. Dat zal ik ook aan president Bush adviseren.

'Het is een anomalie, zoniet een anachronisme, zoals nu wordt geopereerd. Er moet een goed overleg met OPEC op gang komen. De omstandigheden en de gang van zaken in het Midden-Oosten bewijzen duidelijk dat een nieuwe aanpak nodig is. Dit is niet een embargo van Arabische landen tegen het Westen zoals in 1973, waartegen het IEA in oprichting zich als een aaneengesloten blok, als een fort opstelde. Voor het eerst hebben we te maken met het omgekeerde: een eensgezinde wereld die geen olie uit Irak wil kopen.

'Het is ook een heel andere situatie dan tijdens de Golfoorlog tussen Irak en Iran. Ook toen brak paniek uit op de oliemarkt, maar al heel snel kwamen we erachter dat de olieproducenten een enorme overcapaciteit hadden. Nu bestaat er geen enkele reserve na het wegvallen van de 4,5 miljoen vaten produktie van Irak en Koeweit. Dat heeft een majeur effect op de mogelijkheden om de markt van voldoende brandstoffen te voorzien. Je ziet nu een echte krapte, die kan omslaan in een tekort.'

Volgens Schlesinger is het belang van een stabiele oliemarkt voor de belangrijkste spelers op het veld van de energievoorziening altijd minder belangrijk geweest dan allerlei politieke en militaire zaken. En zolang er politieke instabiliteit in het Midden-Oosten heerst, zal dat ook zo blijven, denkt hij.

'Je moet daarom naar een tweede niveau grijpen, waar je door een betere planning en communicatie samen met de producenten de belangen van beide partijen beter kunt dienen. Al mag je niet de illusie koesteren dat er binnen de groep van producerende landen harmonierende belangen heersen. Dat geldt trouwens ook voor de consumerende landen. Ook daar zie je belangentegenstellingen, al zijn die minder van politieke en zeker niet van militaire aard. Maar overleg om tot een veel beter begrip van de problemen van de OPEC-landen te komen, is onmisbaar.'