Psychiater mag patient niet helpen bij verzoek zelfdoding

DEN HAAG, 9 okt. Hulp bij zelfdoding aan psychiatrische patienten is altijd ongewenst, meent de inspectie voor de geestelijke volksgezondheid. Ten onrechte wordt in dergelijke gevallen over euthanasie gesproken.

Volgens de inspectie gaat een vergelijking met euthanasie niet op, omdat er in principe geen sprake is van ernstig lijden door een ziekte die spoedig tot de dood lijdt. Bovendien is de twijfel aan de vrijwilligheid en het weloverwogen verzoek van een psychiatrische patient zo groot, dat een verzoek om hulp bij zelfdoding altijd moet worden afgewezen, aldus de inspectie.

De inspectie reageert hiermee op een uitspraak van het Centraal Medisch Tuchtcollege over een psychiater die enkele jaren geleden een chronisch depressieve patient hielp een einde aan zijn leven te maken. Het tuchtcollege keurt die handelwijze af, onder meer omdat er geen overleg is geweest met een andere psychiater.

De patient was opgenomen met een rechterlijke machtiging, juist vanwege een dreigende zelfdoding. Het tuchtcollege wijst er op dat bij een psychiatrische patient het doodsverlangen kan samenhangen met zijn stoornis of daarvan een onderdeel vormt. Daarom moet de uiterste terughoudendheid in acht woren genomen.

Het tuchtcollege wijst er verder op dat in het beoordeelde geval een verschil van inzicht bestond tussen de behandelende psychiater en de geneeskundig inspecteur over de toekomst van de patient. Volgens de inspecteur waren er nog mogelijkheden voor een behandeling, die bij patienten met vergelijkbare depressies resultaat had opgeleverd. Voor de regionaal inspecteur was dat verschil van opvatting aanleiding een klacht in te dienen.