Paniekvoetbal

Om nu te beweren dat het plan van het uitvoerend comite van de FIFA, om in de loop van volgend jaar een begin te maken met de invoering van grotere doelen als een bom is ingeslagen, zou ietwat overdreven zijn. Menig voetbal-insider die ik er dezer dagen over aansprak, zei van weinig of niets te weten. En velen moeten nog zien dat het stoutmoedige plan werkelijkheid wordt. Dat valt inderdaad te bezien. Al was het maar omdat in juni '91, als de Board erover stemt, een meerderheid van maar even drie vierden noodzakelijk is om tot invoering te kunnen overgaan. Bovendien is er de kans dat menigeen wordt afgeschrikt door de radicale aanpak: het gaat niet om een vingerlengte of een handbreedte, maar om doelen die dertig centimeter breder moeten worden en tien centimeter hoger. Aan beide kanten moet de doelman dus vijftien centimeter extra bewaken en boven zijn hoofd tien centimeter. Wat is er losgemaakt in de altijd zo behoudende mentaliteit van FIFA-bestuurderen? Hebben zij een briljante ingeving gekregen of zijn de heren volslagen uit hun bol gegaan? De doelstelling ligt intussen voor de hand: er moet vaker gescoord worden. En dus nog vaker geschoten of gekopt. Op zichzelf vind ik dat een uitmuntend streven. Doelpunten zijn de jus over de aardappelen, het zout in de pap of de saus over de spaghetti.

Aanzienlijk grotere doelen zullen waarschijnlijk tot meer doelpunten leiden. Een knal vanaf een meter of dertig is niet bij voorbaat kansloos; de geraffineerde vrije trap over of langs de muur wordt kansrijker. Vanuit de tweede linie zal vaker een schietpoging worden gedaan en wie alleen op de keeper afgaat, krijgt een groter gat om in te mikken. Toch gelooft Piet Keizer, de oud-international van Ajax, niet dat er dan aanvallender zal worden gespeeld: de verdedigers zullen hun tegenmaatregelen nemen. Vrij algemeen gaat men er van uit dat de dekking zo mogelijk nog consequenter zal worden doorgevoerd, waardoor het veldspel allicht niet aantrekkelijker wordt.

Ietwat bedenkelijk is het achterliggende motief van dit uiterst ingrijpende idee. De FIFA richt zich reeds op de volgende wereldkampioenschappen en vreest dat een eventuele herhaling van Italie met al die vernagelde kanonnen, resulterend in 0-0 wedstrijden, in 1994 in de Verenigde Staten geen hond meerbinnen de stadionmuren zal trekken, tenzij de Amerikanen vertrouwen in komend spectaculair geweld kunnen krijgen. De ballen moeten er van dichtbij of veraf als raketten invliegen, dus helpt men de schutters ten ongerieve van de keepers. Want die kunnen onmogelijk blij zijn met dit plan. De doelverdediger van Lausanne heeft al verzucht dat hij straks tot een volkomen 'Neueinschatzung' van op hem afkomende ballen zal moeten overgaan. De keeper van Sankt Gallen kreeg van een van zijn aanvallers te horen dat het voor een club nog belangrijker wordt een talentvolle portier te bezitten. Maar talentvol of niet, onhoudbaar is straks nog duidelijker onhoudbaar dan tegenwoordig.

Nu zeggen voorstanders dat het een tikje vreemd is dat de doelen al zowat een eeuw 7.32 meter bij 2.44 meten, terwijl de gemiddelde Europese mens intussen zo'n dertien a veertien centimeter langer is geworden. Daar zit iets in, al is het ook waar dat de aanvallers evenzeer aan lengte gewonnen (moeten) hebben. Hoe dit alles ook zij en hoe ik in principe ook gesteld ben op inventiviteit van de kant van de soms vermolmd ogende FIFA, wat men nu wil lijkt op paniekvoetbal om vooral de Amerikanen te gerieven. Was invoering van zuivere speeltijd niet veel logischer geweest? En als de wereldkampioenschappen van '94 voorbij zijn, gaan we dan weer terug naar 7.32 bij 2.44? En wat dachten we van de kosten? De zuinige Zwitsers hebben het snel uitgerekend: een nieuw doel kost ongeveer 2000 Zwitserse franken. En over de hele wereld loopt dat in de miljoenen.