Op de Tempelberg

HET TRIESTE RESULTAAT van de schietpartij gisteren op de Tempelberg zou tot inkeer moeten leiden, maar van verzoening over de gewijde plaatsen heen zal geen sprake zijn. De geschiedenis heeft de heiligdommen van twee religies, de joodse en de islam, op enkele meters afstand bijeengebracht. Pas het nationalisme aan beide kanten heeft die nabijheid in een onhoudbare toestand herschapen. In de in Jeruzalem geldende omstandigheden kon de bloedige ontsporing van stenen gooiende Palestijnse jongeren en dodelijke schoten lossende politiemannen geen verrassing meer zijn. Men telt zijn doden, koestert zijn haat en maakt zich op voor de volgende geweldsronde.

De Israelische autoriteiten zijn in Jeruzalem doorgaans met een zekere tactische voorzichtigheid te werk gegaan. De Klaagmuur, restant van de tweede tempel, was sinds de verovering in 1967 van de oude Turkse stad op de soldaten van koning Hussein weliswaar weer toegankelijk, maar de islamitische heiligdommen daarboven werden gerespecteerd. Van joodse nieuwbouw op grond van overlevering kon op deze plaats geen sprake zijn. Toch heeft die mogelijkheid de Palestijnse gemoederen altijd beziggehouden. Zelfs een gerucht van het leggen van een eerste steen door joodse rechtzinnigen kon, zoals is gebleken, als lont worden aangestoken.

De inlijving van Oost-Jeruzalem is voor de Israeliers een vaststaand en onveranderlijk feit. Hoeveel plannen er ook zijn gesmeed over de toekomstige status van de bezette gebieden langs de Jordaan en rondom Gaza, Jeruzalem is een onvervreemdbaar bestanddeel van het joodse vaderland. Maar voor de Palestijnen en voor de islamieten in het algemeen betekent die toestand een blijvende joodse zeggenschap over plaatsen die niet aan ongelovigen mogen worden gelaten. De tragedie op de Tempelberg is voor beide partijen meer dan de gebruikelijke confrontaties. En dat niet uitsluitend om de overtreffende trap die het geweld heeft bereikt.

DE POLITIEKE IMPLICATIES van de uitbarsting zijn nauwelijks te overzien. Zij komt in een tijdsgewricht waarin Arabieren met de wapens in de hand tegenover elkaar staan, op een moment waarop in de islamitische wereld de steun of althans het begrip voor Iraks dictator Saddam Hussein bezig was te verschrompelen tot een geisoleerde PLO en een handvol van terrorisme levende Palestijnse desperado's. Nagenoeg van de eerste dag af van zijn brutale, niets ontziende verovering van Koeweit heeft Saddam Hussein de Palestijnse kwestie uitgebuit als alibi. Hoe krom zijn redeneringen ook waren, zijn dadendrang injecteerde de Palestijnse massa's met nieuwe hoop en nieuwe verontwaardiging. De opstand op de Tempelberg en de onbesuisde Israelische represaille verschaffen Bagdad nu het gewenste: een scheur in het eenheidsfront van de vijand, zonder dat het zelf extra risico's heeft hoeven nemen.

Meningsverschillen kunnen beperkte tijd verborgen worden gehouden in het interne beraad van de Veiligheidsraad in New York. De redelijkheid dreigt daar het explosief te worden waarvan niemand de kracht kan voorzien. Het recht is eenduidig, wordt gezegd. Wat in Koeweit moet worden veroordeeld, kan in Jeruzalem niet worden getolereerd. Die mening zou minimaal moeten leiden tot het sturen van een afgezant van secretaris-generaal Perez de Cuellar.

De afleidingsmanoeuvre die Saddam Hussein was begonnen, staat op het punt te worden voltooid. Bij de beantwoording van Iraks agressie is rekening gehouden met incidenten. De Tempelberg heeft het ongelukkigste incident opgeleverd dat men zich bij de bestrijding van die agressie had kunnen voorstellen.