Okker: GP-zege heeft lang op zich laten wachten

ROTTERDAM, 9 okt. De recente ontwikkelingen binnen het internationale tennis dringen niet snel meer door tot de Amsterdamse galerie Jaski, waar Tom Okker thans voor een groot deel van zijn tijd actief is. Niettemin belandde ook zijn naam gisteren weer in alle media in verband met de overwinning van Mark Koevermans in het Grand-Prixtoernooi van Athene, elf jaar nadat Tom Okker als laatste Nederlander een dergelijk succes had behaald.

In zijn ogen heeft het wat lang geduurd. 'Dat kan je toch wel stellen. Het zou ook beter zijn geweest voor het Nederlandse tennis als een speler eerder een dergelijk prestatie had geboekt. Eigenlijk had ik dat ook wel verwacht, maar kennelijk was ik in mijn tijd toch een stuk sterker dan de generatie die na mij is gekomen. Al is het vandaag de dag denk ik moeilijker. De toplaag is in elk geval breder geworden', aldus de thans 44-jarige Tom Okker.

In zijn actieve loopbaan won Okker 29 toernooien en was hij 26 keer verliezend finalist. De belangrijkste in die laatste reeks vormde de eindstrijd van de US-Open in 1968 toen Okker met het klassieke houten racket in een vijfsetter een nederlaag moest incasseren tegen de Amerikaan Arthur Ashe. Die wedstrijd werd nog gespeeld op het gras van Forest Hills. Aan officieel verdiend prijzengeld staat Okker op de rol voor van 1,7 miljoen dollar, een respectabel bedrag voor de beginjaren van het proftennis, toen commercie en televisie veel minder invloed hadden.

Erelijst

Op geen enkele wijze wenst Tom Okker afbreuk te doen aan zijn eigen erelijst door zijn verleden af te schilderen als een periode die de vergelijking met het hedendaagse tennis op geen enkele wijze meer kan doorstaan. 'Natuurlijk is er bijvoorbeeld in de sfeer van de rackets, geld en aantal spelers enorm veel veranderd, maar ook toen moest je als tennisser over een groot aantal kwaliteiten beschikken die nu nog steeds van de professionals worden geeist. Ik vraag me dan ook af of er van de jongere spelers nu wel zo veel veel meer wordt gevraagd en of zij bovendien sterker onder druk staan van de managementsbureaus. Het heeft naar mijn mening meer te maken met het milieu om de speler heen of succes wordt afgedwongen. In mijn tijd waren er ook tennissers die zich door een manager lieten begeleiden. In mijn geval was dat Donald Dell. Vroeger stonden alleen de beste twintig spelers ergens onder contract, dezer dagen hebben de eerste honderd spelers van de wereldranglijst een manager. Maar of dat nu allemaal zoveel verschil uitmaakt.'

Tom Okker boekte zijn meest aansprekende resultaten in de periode 1968-1979, het jaar dat hij in Tel Aviv zijn laatste toernooizege behaalde met een zege op de Zweedse Davis-Cupspeler Per Hjerqvist. In augustus 1973 stond Okker voor korte tijd als derde van de wereld gerangschikt, iets wat een Nederlander na hem nooit meer heeft weten te bereiken. De thans ver terugevallen Michiel Schapers benaderde Okker nog het dichtst toen hij in april 1988 op de 25ste plaats van de wereldranglijst stond; nog altijd een respectabele afstand tot de positie van Okker.

'Toch heeft dat verschil minder met de mentaliteit van de huidige generatie spelers te maken. Hoewel ik bijvoorbeeld Mark Koevermans eigenlijk nog nooit een hele partij heb zien spelen, geloof ik dat hij en Paul Haarhuis zeer serieus en goed met hun vak bezig zijn. Maar ik heb er eigenlijk geen echte verklaring voor waarom het elf jaar heeft geduurd voordat een Nederlander weer een dergelijk toernooi zou winnen.'

Okker speelt bij vlagen nog een gemoedelijk en financieel interessant toernooi voor 35- en 45-plussers. Verder geeft hij door het jaar heen enkele demonstraties en clinics. De meeste energie wordt evenwel gestoken in de Amsterdamse galerie en het golf. 'Ach, al die politieke toestanden in het tennis hebben mijn aandacht niet meer. Ik volg het nog een beetje op afstand, maar de finesses weet ik eigenlijk niet. Neen, dat heeft niets te maken met een zekere afkeer. Ik zie wat resultaten in de kranten en enkele beelden op televisie, maar het politieke steekspel zoals is gevoerd met de vakbond ATP en de ITF was in mijn tijd ook al aan de orde. Dat is nooit anders geweest en het zal ook nog wel een tijd zo blijven.'