Nederlanders worden op twee na het meest geciteerd

Nederlands wetenschappelijk onderzoek staat internationaal hoog aangeschreven. Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek van Eugene Garfield en Alfred Welljams-Dorof van het Instituut voor Wetenschappelijke Informatie (ISI) in Philadelphia, ondermeer uitgever van de jaarlijkse Citatie Index. Publicaties van Nederlandse onderzoekers worden naar verhouding vaak en veel geciteerd. Blijkbaar vormt het Engels hierbij geen noemenswaardige taalbarriere.

Het vergelijkend onderzoek van het ISI richtte zich op het functioneren van het Engels als lingua franca van de wetenschap. Het ligt voor de hand dat onderzoekers die het Engels onvoldoende beheersen, in de internationale wetenschappelijke gemeenschap buitenspel blijven staan. Anderzijds lopen Engelstalige onderzoekers het risico om belangrijke ontwikkelingen te missen als die bijvoorbeeld in het Russisch of Japans worden gemeld.

Om hierin meer inzicht te krijgen werd de jaargang 1984 van zo'n 6100 wetenschappelijke tijdschriften doorgevlooid. Vervolgens werd nagegaan, hoe vaak deze artikelen de daaropvolgende vijf jaar werden geciteerd. Er stonden zo'n 900.000 bijdragen in, waarvan 760.000 naam en adres van de auteurs vermeldden. Tezamen werden ze tot en met 1988 bijna 3 miljoen maal geciteerd. Andere, niet-gesigneerde bijdragen, zoals redactionele commentaren, necrologieen etc. bleven buiten beschouwing.

Zoals verwacht voerde het Engels de boventoon (85 procent), gevolgd door Duits (5 procent), Frans (4 procent) Russisch (3,5 procent), Spaans (0,8 procent) en Japans (0,6 procent). Het Nederlands kwam op deze wereldtoptien op de achtste plaats met 0,1 procent. Engelstalige artikelen bleken viermaal zo vaak geciteerd te worden als andere talen, gemiddeld bijna vier maal per artikel. De 1200 in het Nederlands geschreven bijdragen werden tezamen maar 52 maal geciteerd.

Vervolgens werden alle artikelen die in 1984 waren aangetroffen, gesorteerd naar nationaliteit van de auteurs. Zwitserse onderzoekers bleken het vaakst geciteerd, gemiddeld 5,9 maal per verschenen artikel. Als men alleen naar de geciteerde artikelen keek en de rest buiten beschouwing liet (de zogenaamde citatie-impact), dan bleek dat naar elk geciteerd artikel van een Zwitserse auteur gemiddeld 10,3 maal werd verwezen. Op de tweede plaats volgden auteurs van Zweedse komaf (5,8 maal geciteerd per verschenen artikel, met een citatie-impact van 8,4). Nederland stond op de derde plaats met 5,1 citaties per artikel en een citatie-impact van 8,0. Daarna volgde Groot-Brittannie (resp. 4,1 en 7,7).

Van de 11.000 bijdragen uit Nederland was 96,5 procent in het Engels gesteld. Die score wordt alleen overtroffen door Zweden (97,5 procent) en door de Angel-Saksische landen zelf. Japanners publiceren 92 procent, West-Duitsers 59 procent en Fransen 52 procent in het Engels.

Het ISI concludeert, dat vooral Russische onderzoekers in een isolement verkeren. Zij leverden in 1984 5,6 procent van alle wetenschappelijke artikelen, maar verdienden slechts 1,5 procent van alle citaties. Gemiddeld wordt een bijdrage uit de USSR eenmaal geciteerd (ter vergelijking: een artikel uit Nederland minstens vijfmaal). Van de artikelen afkomstig uit de USSR verschijnt maar eenderde in het Engels. Russisch-talige artikelen worden gemiddeld maar 0,7 maal geciteerd, in vier van de vijf gevallen door andere Russen.

Overigens geldt ook voor Japans-talige publicaties, dat die in het buitenland onopgemerkt blijven. Als zij al geciteerd worden, (gemiddeld eens per twee artikelen) gebeurt dat in drie van de vier gevallen door andere Japanners. Het verschil is echter, dat maar acht procent van alle Japanse bijdragen in het Japans verschijnt. De overige, in het Engels gestelde bijdragen uit Japan worden internationaal volop gelezen en geciteerd.