Ministers van financien boeken vooruitgang bij Monetaire Uniein EG

LUXEMBURG, 9 okt. De Europese ministers van financien zijn elkaar gisteren wat dichter genaderd over het tijdstip en de manier waarop de Europese Gemeenschap moet komen tot een economische en monetaire unie (EMU).

Een voorstel van de Nederlandse minister Kok en zijn Spaanse collega Solchaga hebben daar flink bij geholpen.

Terwijl precies een maand geleden, bij hun informele ontmoeting in Rome, grote meningsverschillen waren ontstaan over de vraag of de tweede fase van de EMU op 1 januari 1993 zou moeten beginnen, zoals de Europese Commissie bepleit, heeft minister Kok gisteren voorgesteld die fase op 1 januari 1994 te laten ingaan, zoals ook het plan was van Solchaga.

In de tweede fase moeten stappen worden gezet naar een centrale bank en een Europese munt die in de derde fase hun definitieve beslag moeten krijgen. In de eerste fase gaat het vooral om het vrijmaken van het kapitaalverkeer.

De twee verschillende denkrichtingen die in Rome bleken te bestaan namelijk of er aan bepaalde voorwaarden moest worden voldaan voordat uberhaupt over de EMU kon worden gedacht, of dat eenvoudig een vaste begindatum voor de tweede fase moest worden 'geprikt' zijn, zo zei Kok, in zijn voorstel in feite 'in elkaar geschoven'.

Kok stelt voor om de tweede fase op 1 januari 1994 te laten beginnen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: de interne markt moetzijn voltooid; de valuta van alle lidstaten moeten binnen het Europese monetaire stelsel schommelen tussen de nauwe marge van 2,25 procent; het aangepaste Verdrag van Rome moet door alle lidstatenzijn geratificeerd; monetaire financiering (geldpersen draaien) van overheidstekorten moet overal zijn verboden; nationale wetgeving inalle lidstaten moet de onafhankelijkheid van de bankpresidenten garanderen wanneer ze deelnemen aan de vergaderingen van het comite van gouverneurs van centrale banken.

In de woorden van minister Kok was er gisteren 'een groeiende consensus' onder de ministers van financien te constateren 'voor een basis van overeenstemming over het Nederlands-Spaanse compromisvoorstel'. Ook de Duitsers, die zich in Rome zeer terughoudend opstelden, zouden goed met het compromis kunnen leven.