Ministers gaan duidelijke uitspraken over inzet uit de weg; Kamer onzeker over actie in Golf

DEN HAAG, 9 okt. Waarom zijn wij ook al weer in de Golf? De specialisten voor buitenlandse politiek en defensie uit de Tweede Kamer stelden die vraag gisteravond aan zichzelf en aan de ministers Van den Broek en Ter Beek. Het was niet zo dat er ineens aarzelingen waren over de Nederlandse bijdrage van twee fregatten en over de toezeggingen voor een bevoorradingsschip en een squadron F 16's. Integendeel, de overgrote meerderheid van de beide Kamercommissies steunt deze acties onverminderd. Maar toch hing er een gevoel van onvrede, van onbehagen in de Zuilenzaal, ergens zat er iets niet helemaal lekker.

Een deel van het onbehagen is makkelijk verklaarbaar. Nederland heeft een militaire bijdrage geleverd aan een avontuur dat dan wel door de Verenigde Naties wordt afgedekt, maar waarvan de uitkomst voor niemand voorspelbaar is. Elke dag worden ook Nederlandse bewindslieden en parlementsleden heen en weer geslingerd tussen signalen die het ene moment op rood en het volgende moment op groen staan. Als het op een militaire confrontatie uitloopt, zitten er plotseling Nederlandse matrozen en (als het er nog van komt) piloten midden in een moderne elektronica-oorlog.

De verhoudingsgewijs geringe omvang van Nederland leidt er bovendien toe dat de invloed vanuit Den Haag op het verloop nihil is. Zelfs als minister Ter Beek zijn manschappen direct zou terugroepen, is het de vraag of dat in de praktijk nog zou lukken. De Haagse politici worden daar zichtbaar onzeker van. Zij dragen tenslotte de verantwoordelijkheid voor het leven van de manschappen in of aan de Golf; hun politieke loopbaan kan op het spel komen te staan.

Onzekere politici dekken zich graag in met vaagheden. Zo geschiedde het gisteren in de gecombineerde commissievergadering dat minister Van den Broek wel keurig verslag deed van een verschil van mening binnen de Twaalf over de vraag of een militair ingrijpen tegenover Irak is toegestaan zonder speciale resolutie van de Veiligheidsraad, maar verzuimde te vermelden welk standpunt hij zelf daarbij had ingenomen. Niemand vroeg het hem trouwens ook. De aanwijzingen die hij gaf waren qua toon heel direct, maar inhoudelijk nogal dubbelzinnig. Bijvoorbeeld: 'Ik zeg niet dat een militair ingrijpen buiten VN-kader per definitie niet legitiem is.'

PvdA-woordvoerder Melkert suggereerde dat hij en zijn partij alleen een militair ingrijpen onder VN-vlag zouden kunnen billijken, maar hij zei dat niet in zodanig ondubbelzinnige termen dat men hem er later op zou kunnen aanspreken. Eigenlijk zou Melkert bij voorbaat elk militair conflict willen vermijden. Maar ook dat zei hij niet zo hard; hij wees alleen maar nadrukkelijk op twee uitspraken van de voorzitter van de EG-ministerraad, de Italiaan De Michelis, die 's ochtends had geconcludeerd dat de tijd in het voordeel van de wereldgemeenschap werkt en het embargo tegenover Irak elke dag effectiever wordt. Melkert keek er bij met een blik van: nou, als die het zegt dan hoeft niemand meer te twijfelen.

Zijn CDA-tegenvoeter Gualtherie van Weezel, die bij eerdere discussies over 'de Nederlandse bijdrage' de geachte afgevaardigden van D66 als 'slappe-knieenbrigade' had gekenschetst, suggereerde het omgekeerde. Je moet niet 'bij voorbaat' andere opties uitsluiten, zei hij. En ook: 'Wij moeten de indruk vermijden de VN als alibi te gebruiken om onze verantwoordelijkheid te ontlopen.' En verder nog: de aanwezigheid van Amerikaanse, Britse en Franse troepen in het Golfgebied gaat niet tegen het VN-embargo in, maar is daarop een aanvulling. Gualtherie van Weezel zei niet dat voor hem de grens naar een militair ingrijpen stukken eerder is overschreden dan bij coalitiegenoot PvdA, maar die conclusie uit zijn woorden was onontkoombaar.

Minister Ter Beek van defensie hield, als een van de meest ervaren schakers op het politieke veld, zijn kruit helemaal droog. Hij prees de vastberadenheid en inzet van de marine in de Golf, hij wees streng op het recht van zelfverdediging van deze schepen en hij sprak op licht bestraffende toon de Kamerleden (Gualtherie van Weezel en de VVD'er Weisglas) toe die suggereerden niet onomwonden vaststelden dat Nederland te weinig doet. 'Nederland kent zijn verantwoordelijkheid', aldus de minister. Maar hij gaf de aanwezigen geen enkele aanwijzing over zijn verdere voornemens.

'Wij wensen vandaag van deze beide ministers een regeringsstandpunt', had VVD-woordvoerder Weisglas aan het begin van de bijeenkomst op flinke toon gezegd. Op een punt kreeg hij zijn zin: Van den Broek steunde de uitspraak van vorige week van Ter Beek dat het sturen van Nederlandse grondtroepen naar de Golf niet aan de orde is. Of de minister van buitenlandse zaken dat nu echt ook vindt, of dat hij zich houdt aan de 'deal' die enkele weken geleden in het Torentje van premier Lubbers met de PvdA werd gemaakt F 16's ja, grondtroepen nee blijft voorlopig een vraag. Wellicht tot het moment dat de F 16's definitief niet gaan.

    • Rob Meines