Literaire tijdschriften

Verbaasd en bewogen Hoe zal de nieuwe Granta het dit keer doen in de losse verkoop? Zelden werd zo'n smerig omslag gebruikt voor een literair blad: een kleurenfoto die Tom Stoddart maakte op een bloederig moment van de revolutie in Roemenie; een vrouw wordt door een nieuwsgierige menigte half tegen een aan het hoofd gewonde man aangedrukt en steekt woedend waarschuwend haar vingers op tegen een onzichtbare tegenstander haar vinger en hand zitten vol bloed. Het lijkt net of ze haar wijsvinger zojuist met alle kracht in de neus van de man heeft gestoten.

Die afschuwelijke foto spreekt boekdelen over de inhoud van Granta. Slechts een enkele bijdrage gaat niet over oorlog of revolutie. Let ook op de advertenties: de aangeprezen boeken zijn vaak van beroemde oorlogscorrespondenten Martha Gellhorn, Ryszard Kapuscinski, Timothy Garton Ash, frontfotograaf Don McCullin (dertig jaar lang 'witness to the unimaginable').

Romanschrijver, essayist, criticus en columnist William McPherson (The Washington Post) ging eind vorig jaar voor een dag of drie naar Timisoara en Boekarest, maar bleef er 'puzzled and moved and engaged' zes maanden hangen. Zijn vertrouwen in de nieuwe president Iliescu wordt definitief geknakt door de bloederige manier waarop ingehuurde mijnwerkers in juni de rust in Boekarest herstelden. Volgens McPherson is de hele Roemeense revolutie in feite mislukt.

Meer dan ooit blijft Granta tegenwoordig in Europa. Er is een onthutsende fotoreportage van Isabel Ellisen over de situatie in Roemeense inrichtingen voor wezen en gestoorde kinderen; een vertaling van Christa Wolfs verbazend fel omstreden publikatie Was bleibt, een stuk van Hans Magnus Enzensberger over 'zijn' naoorlogse Europa (zie Europa in Trummern, zaterdag besproken in deze krant) en een lang, fraai verhaal van de Russische Victoria Tokareva over de liefdes van een duivelachtige schoonheid maar eigenlijk gaat het verhaal over macht; hypnotische, seksuele, soevereine, en misbruikte natuurlijk. Tussen de regels door wordt stilletjes gehuild om het nutteloze van al de persoonlijke opofferingen die oudere generaties zich getroostten voor het communistische ideaal.

Sterk is ook het verhaal 'A House in the Country' van Romesh Gunesekera, een Sri Lankees die nu in Londen woont. Het is de ouderwetse geschiedenis van een rijke (lees: koloniaal) die zich hecht aan zijn bediende, maar door de woelige tijden burgeroorlog van hem gescheiden raakt.

Verder in dit nummer van Granta: Kapuscinski over Bolivia in 1970: prachtige foto's uit het Bolivia van 1990 door Ferdinando Scianna, gemaakt in een van de mijnwerkersdorpjes in de Andes waar 6000 inwoners moeten leven van bijna niks en overeind blijven met bolle wangen van de cocabladeren. Een kort verhaal van Isabel Allende, en een fragment uit de roman-in-wording van Martin Amis, waarin het leven zich achterstevoren afspeelt.

In 'Time's Arrow' krijgt de ik-figuur steeds dikker haar en een krachtiger lijf, neemt geld uit collectebussen, pakt speeltjes af van kinderen om er in een winkeltje wat geld voor te krijgen, maakt brieven uit een vuurtje, veegt wc-papier schoon en rolt het netjes op de rol, en zo verder. Een alien van een andere planeet lijkt bezit genomen te hebben, 'passenger or parasite', van een man met een heel leven achter zich. 'Af en toe krijgen we stukjes van ons lichaam terug, uit de vuilnisbak. Een tand, een teennagel. Extra haar. En soms, soms uren lang, doet er niets pijn.'

In het plaatselijke crisiscentrum zitten vrouwen die er steeds rotter uit gaan zien blauwe plekken, sneeen, striemen doemen op om er als wrakken vandoor te gaan met een man die ze in een klap zal genezen. 'Sommige vrouwen hebben een speciale behandeling nodig. Ze strompelen weg en gaan liggen in een park of een kelder of zoiets, tot er een man langskomt en ze verkracht, daarna zijn ze weer helemaal in orde.' Wat Amis met dit leuke literaire spelletje voor ogen heeft valt aan het fragment nog niet af te lezen.

Granta33; 256blz; fl.27,45. Imp. Penguin Books Nederland.

God in een voetnoot

M. Februari, wier debuutroman De zonen van het uitzicht vorig jaar veel aandacht trok, sprak voor de Stichting Perdu in Amsterdam over de relaties tussen postmodernistisch en vrouwelijk schrijven. Haar lezing werd opgenomen in de nieuwe Optima.

Februari's roman werd door de critici al of niet zuchtend ingedeeld bij het postmodernisme. In deze tekst, 'Proeve van het niet-niet-bestaan', spot ze vrolijk maar ernstig met zowel het vrouwelijke ('Wat is vrouwelijkheid nu anders dan oppervlakte en verschijningsvorm') als het postmoderne: 'Zitten we nu nog steeds in die voetnoot? Hoe kom ik daar weer uit? Geen flauw idee. Terug naar de tekst? Terug naar de tekst. Ik tref u weer in de volgende voetnoot.'

De jonge, filosofisch geschoolde schrijfster richt zich op de flits van inzicht die niet-niet is, abstracte intuitie noemt ze het. 'Noem het een meditatief inzicht, noem het een vorm van energie, noem het denkvermogen, intelligentie, noem het de Naam, noem het God, in een minder serieuze bui noem ik het God. Noem het. Maar het laat zich niet benoemen.'

Dit nummer van Optima bevat een paar fragmenten en voorpublikaties die zeker de moeite waard zijn. Het boeiende, stoere 'Op naar brons' van Em. Kummer gaat vooraf aan aan zijn inmiddels verschenen roman Afscheid in Meudon, het cynische 'Der Jamaikaner' van Stephan Sanders zal komend voorjaar deel uitmaken van zijn boek Ai, Jamaica. De zucht naar exotica in Europa.

Heel mooi is Ernst Branches' verhaal 'De vreemdeling', waarin de weifelende begeerte van een heer voor een Vlaamse kleine jongen beklemd raakt tussen een verbeten ambitieuze vader en een ernstig alcoholische moeder.

Kester Freriks schreef met 'In de Amerikaanse nacht' een melancholieke liefdesverklaring aan adolescentenjaren in het Amerika van ruim voor Reagan. 'Jack Kerouac, want zijn stem was het waarop we wachtten, is veeleer de schrijver van het eeuwige onherroepelijke afscheid dan van de wilde autoritten, waarom hij zo wordt geprezen. Iemand zou eens moeten tellen hoe vaak de woorden 'sad' en 'sadder' in zijn proza voorkomen (...).'

Freriks' ik-figuur trekt stiekem met een vriend een kamer uit waar een enorme huurschuld achterblijft en rijdt weg, de nacht in 'Zijn land is dat van het vertrek en het afscheid, van wegen die mensen ver van elkaar brengen, het land van de euforie en de bitterheid en de spijt. Elders wachten aldoor andere dromen. Niemand die in Amerika is ontkomt aan die rusteloosheid.'

Optima27, 8stejrg. nr.2; Uitg. Veen, 86blz. fl.12,50.