Kinderen snoepen weer en krijgen meer caries

Van 1973 tot 1982 zijn in Noordoost-Friesland regelmatig gebitsonderzoeken uitgevoerd bij kinderen van zes en 12 jaar oud. Een van de doelen van deze studie was meer inzicht te krijgen over de veranderingen in de aanwezigheid van tandbederf bij kinderen in de loop der jaren. Het onderzoek werd uitgevoerd door TNO en betaald door het Praeventiefonds.

Net als uit gegevens van andere Europese landen blijkt er in die negen jaar een sterke vermindering in het ontstaan van tandbederf te zijn opgetreden. Ook de ernst van het tandbederf werd minder.

In 1988 is opnieuw eenzelfde onderzoek uitgevoerd. Hier bleek, tot enige verbazing van de onderzoekers, dat vergeleken bij de resultaten van 1982 caries bij de zesjarigen juist weer was toegenomen. Gemiddeld bleken de kinderen 4.6 aangetaste gebitsvlakken te hebben terwijl in 1982 dat aantal nog 4.0 was. Dit fenomeen werd niet geconstateerd bij de 12-jarigen. Betekent dit gegeven nu dat tandbederf bij de zeer jonge kinderen weer gaat toenemen?

Zweedse vierjarigen

Uiteraard kan een dergelijke stelling niet op basis van een onderzoek worden geponeerd. Maar internationale gegevens wijzen erop dat ook in andere Westerse landen zulke trends worden gesignaleerd. Zo blijkt onder meer bij Zweedse vierjarigen een cariestoename is te constateren wanneer men de cijfers uit '80-'81 vergelijkt met die uit '87. Hetzelfde geval is te bespeuren bij driejarigen uit Engeland.

Toch lijkt het erop dat eerst, meer internationaal onderzoek nodig is, om vast te stellen dat de caries bij de zeer jonge kinderen werkelijk weer gaat toenemen.

De onderzoekers speculeren voorzichtig over de oorzaken van de gevonden resultaten. Zo blijkt onder meer dat de schooltandheelkundige dienst in Noordoost-Friesland in 1985 is gesloten en dat een tandheelkundige gezondheidsvoorlichtingscampagne is gestopt. Dat betekent dat de zesjarigen niet hebben kunnen profiteren van de gebitsbewuste aanpak in dat district terwijl dat bij de 12-jarigen tot hun negende jaar nog wel het geval was.

Het zou ook kunnen zijn dat de huidige generatie ouders minder aandacht heeft voor mondgezondheid van hun peuters dan die uit de jaren zeventig. Mogelijk in slaap gesust door het feit dat hun kinderen nu eenmaal minder gaatjes in hun kiezen hebben dan toen zij jong waren. Deze gedachte blijkt reeel gezien het feit dat de lokale overheid in Noordoost-Friesland besloten heeft de fluoride-spoelprogramma's op lagere scholen in die streek te beeindigen. Reden was de sterk verbeterde gebitsgezondheid van de kleintjes die volgens de autoriteiten op een acceptabel niveau gelegen was.

Hoewel de onderzoekers niet ingaan op de relatie tussen snoepgebruik en het ontstaan van tandbederf zou mogelijk zijn dat de ouders in deze tijd minder snoepbewust zijn dan hun voorgangers vijftien tot twintig jaar geleden. Want het is duidelijk dat de Nederlander veel meer snoept dan in het verleden. Dat blijkt uit recente gegevens van het Studiecentrum voor snacks en zoetwaren in Zeist. Vorig jaar werd voor in totaal 4,77 miljard gulden aan versnaperingen verkocht tegen 4,57 miljard in 1988 en 4,49 miljard in 1987. Per hoofd van de bevolking werd vorig jaar maar liefst 31 kilogram zoetwaren genuttigd. De auteurs interpreteren het verschijnsel dat er bij de zesjarigen weer meer caries is opgetreden als een waarschuwing en zij pleiten ervoor dat bij jeugdige groepen personen in de bevolking over verloop van tijd meer onderzoek wordt verricht.