In Russische dorpen leven de mensen niet meer met elkaar

ROTTERDAM, 9 okt. Met de Siberische schrijver Viktor Astafjev moet je een borreltje drinken en lang praten over vervlogen tijden. Het komt er helaas niet van. Al op de eerste dag van zijn bezoek aan Nederland onttrekt Astafjev zich aan zijn programma en gaat hij bij een bevriende Rus thuis aan de maaltijd en aan de drank. 'Zijn vrouw is Oekraiense, ' zegt hij later over zijn vriend. 'Dat is goed volk, die weten nog hoe ze iemand moeten onthalen.'

Astafjev komt uit Ovsjanka. Dit Siberische dorpje werd in zijn jeugd, de jaren dertig, hard getroffen door de stalinistische collectivisatie en hongersnood. De bewoners moesten al hun bezittingen en kleinvee inleveren en op de kolchoze gaan werken. Wie dat niet deed, kwam in de gevangenis terecht en overleefde het vaak niet. De vader van Astafjev was een van hen.

Vele gezinnen uit Ovsjanka braken daarop in de nacht hun houten huizen af, bouwden een vlot en vluchtten met al hun bezittingen over de rivier de Jenisej naar het zuiden. Van de 250 huizen bleven er maar 85 over. Degenen die achterbleven, uitten hun protest door middel van drankmisbruik en verwaarlozing van het werk.

Schrijver Viktor Astafjev woont nog altijd in Ovsjanka. Hij heeft het dorpje overleefd. 'Er wonen nauwelijks nog oorspronkelijke bewoners. De meeste mensen komen er alleen in de zomer, op vakantie. De dorpstradities zijn verloren gegaan. Vroeger stonden de huizen altijd overal open, maar nu heeft iedereen een slot op de deur. De mensen leven niet meer met elkaar, ze gaan elkaar te lijf voor een stukje brood. Hoe zou je bij ons ook iemand moeten uitnodigen? De drank is uit de winkels verdwenen... .'

Astafjev behoort samen met Bjelov en Raspoetin tot de 'dorpsschrijvers', een groep die zich fel verzet tegen allerhande Westerse nieuwlichterij. Regelmatig trad Astafjev in de openbaarheid met conservatieve uitspraken waarin vooral het Westen en de joden beschuldigd werden van alle kwaad. In Le Monde werd hij enige tijd geleden geciteerd met de woorden: 'De revolutie heeft ons opgezadeld met communisten en joden'. De schrijvers hebben zich verzameld rond het literaire tijdschrift Nasj Sovremennik, dat inmiddels is uitgegroeid tot de spreekbuis van extreem-rechts.

'Ik heb mij uit Nasj Sovremennik teruggetrokken, ' zegt Astafjev als dit thema ter sprake komt. 'Ik heb niets tegen de mensen die zich bij dat blad hebben aangesloten, vele zijn mijn vrienden, maar ik hou me verder buiten dat soort zaken. Ik wil neutraal blijven. Al dat soort modieuze zaken als pluralisme, antisemitisme, russofobie, daar begrijpt het gewone volk toch niets van. De mensen bij ons hebben geen behoefte aan politiek, ze willen te eten hebben, een dak boven hun hoofd en een toekomst voor hun kinderen. Zij willen rust.'

Astafjev sloot zich onlangs aan bij het progressieve tijdschrift Novy Mir, naar het lijkt vooral om verdere kritiek te vermijden. 'Iedereen reageerde zo gevoelig op de dingen die ik zei. Ik wil dat niet meer. Ik zit in mijn eigen dorpje en schrijf. Ik wil rust. De eenzaamheid waar ik vroeger zo'n last van had, is nu een vriend geworden. Ik zoek het zelf op. 'De giftige zoetheid van de afzondering' noem ik het wel eens. Eenzaamheid maakt niet vrolijk, maar tegelijkertijd heeft het iets aanlokkelijks.'

Astafjev heeft zijn hele leven geschreven over het Russische dorpsleven. Het leverde prachtige romans en verhalen op zoals De Keizersvis en De laatste groet, maar de wereld die hij hierin beschreef bestaat inmiddels niet meer. Wat Astafjev nu nog beschrijft komt voort uit zijn herinneringen. 'Mijn kleinzoon was deze zomer bij mij in Ovsjanka en zat te spelen in mijn moestuin. Ik zei tegen hem: 'Een dorpskind speelt niet in de tuin. Hij plant en wiedt.' De jongen keek mij aan en zei: 'Maar opa, ik ben toch helemaal geen dorpskind?' Hij had gelijk. De nieuwe generatie komt uit de stad en heeft geen banden meer met het dorp, ze zijn er slechts op bezoek. Het Russische dorp bestaat niet meer en op asfalt groeit niets en bloeit niets. Met mijn dood zullen de dorpscultuur en de Russische nostalgie sterven.'

Wat voorbij is, is voorbij, vindt Astafjev, hoe spijtig dat ook is. De voorstellen die Solzenytsin onlangs wereldkundig maakte om de oude Russische staat in al haar tradities te herstellen, wijst Astafjev van de hand. 'Solzenytsin is een geweldige man, ik hou enorm van hem, maar wat hij schrijft over het herleven van de Russische samenleving zoals die voor de revolutie was, is gewoon kinderlijk. Hij weet niet hoezeer alles bij ons is veranderd. De klok valt niet meer terug te draaien.

'De invloed van het Westen op ons land is groot. Helaas hebben wij

ral het slechte overgenomen, de geldzucht, de eenzaamheid, de popmuziek, drugs, hoeren. Nu moeten wij het goede, de discipline en het arbeidsethos, nog van het Westen leren. Bij ons is men het werken verleerd. Als bij ons privebezit wordt toegestaan zal ook de lust tot werken terugkeren. Maar dat duurt nog wel twee generaties.

'Ik ben nu bezig aan een roman over de oorlog en schrijf het laatste deel van mijn jeugdherinneringen, De laatste groet. De KGB zond mij onlangs informatie over mijn vader en grootvader, die beiden onder Stalin om het leven zijn gebracht. Daarmee zullen mijn herinneringen eindigen. Het zal een droevig einde worden, dat beloof ik u.'

Woendag 10 oktober wordt Astafjev geinterviewd in gebouw De Unie te Rotterdam, aanvang 20.30 uur.

Op het Slavisch Seminarium van de Universiteit van Amsterdam gaf de Russische 'dorpsschrijver' Viktor Astafjev vandaag een gastcollege. Een gesprek met de bekendste vertegenwoordiger van een groep die zich verzet tegen westerse nieuwlichterij.