Het ligt niet aan de Belgen dat hun model niet werkt

Onlangs publiceerde het Sovjet-partijblad Pravda een interview met een Zwitserse politicoloog die de mening verkondigde dat de Sovjet-Unie slechts een toekomst heeft als ze erin slaagt zich naar Zwitsers voorbeeld om te vormen tot een federatie van autonome kantons. Zwitserland is ook al enkele keren geopperd als model voor een constitutionele hervorming in Zuid-Afrika, een ander land dat zich het hoofd breekt over de vraag hoe het verschillende culturen binnen zijn grenzen kan integreren en tegelijkertijd een nationaal samenhorigheidsgevoel kan creeren.

Belgie zit met hetzelfde probleem. In zijn unitaire door Franstaligen gedomineerde staatsstructuur is het nooit erin geslaagd een Belgische loyaliteit te wekken bij zijn Nederlandstalige onderdanen. De Belgische politici zijn daarom al enkele jaren bezig het land om te vormen tot een federale staat. Hun aanpak verschilt grondig van de Zwitserse. In Zwitserland is de taal nooit de scheidslijn tussen de deelgebieden geworden (er zijn enkele tweetalige en er is een drietalig kanton), terwijl in Belgie de taal wel de scheidslijn is geworden. Alle Nederlandstaligen werden daarbij op een hoop gegooid en alle Franstaligen op een andere.

In tegenstelling tot het Zwitserse werkt het Belgische federale model niet. Vlamingen en Walen groeien verder uit elkaar naarmate de federalisering vordert. Belgie is het enige land ter wereld geworden waar geen nationale partijen meer bestaan. Zelfs alle federale staten hebben nationale partijen.

Het ligt niet aan de Belgen dat hun model niet werkt, veeleer aan het model zelf. Als de Zwitsers vandaag hun vierentwintig kantons afschaffen en vier deelstaten oprichten een Duits, een Frans, een Italiaans en een Retoromaans dan vliegen hun politici elkaar morgen ook naar de keel over de vraag of een tweetalig boerengat van vijfduizend inwoners bij het ene gebied hoort dan wel bij het andere en dan ligt Zwitserland overmorgen ook uit elkaar.

Federalisme

In Belgie gaan dan ook steeds meer stemmen op om de bestaande weg te verlaten en, net als in de Sovjet-Unie en Zuid-Afrika, eens over het Zwitserse model na te denken. Sommigen, zoals de Brusselse advocaat Jean-Pierre De Bandt, bepleiten een 'meerpolig federalisme' een federaal stelsel dat in plaats van op twee op meer deelstaten is gebaseerd. De Bandt is voorzitter van de Coudenberg Groep, een politieke think tank waarvan zowel Nederlands- als Franstaligen deel uitmaken.

De meest voor de hand liggende vorm van meerpolig federalisme is die waarbij men uitgaat van de bestaande negen provincies. Voorstanders van dergelijk 'provinciaal federalisme' ijveren dan ook voor het behoud van de tweetalige provincie Brabant in haar huidige vorm. Het lijkt er echter op dat zij het pleit zullen verliezen want in Belgische regeringskringen gaan steeds meer stemmen op om Brabant volgens de taalgrens te splitsen.

Een van de felle verdedigers van het behoud van de Brabantse eenheid is Andre Belmans, de stichter van de federalistische vereniging E Diversitate Unitas. Belamans is een expert in federalisme en bepleit al jaren federalistische oplossingen, niet alleen voor Belgie maar voor heel Europa. Hij is erg bezorgd over de positie van de kleine landen in Europa die, zeker nu de Duitse eenheid een feit is, platgewalst dreigen te worden door de grote. Daarom wil hij dat de kleine landen regionaal hun krachten bundelen. Kleine landen moeten federaties vormen die later deelfederaties kunnen worden van een eventuele Europese Unie. Een van die deelfederaties zou uit de drie Benelux-landen moeten bestaan. De interne diversiteit van deze Benelux-landen het feit dat niet iedereen dezelfde taal spreekt of tot dezelfde cultuur denkt te behoren (d'Ancona) acht Belmans geen bezwaar: de interne diversiteit en de aanwezigheid van verschillende culturen heeft de Zwitserse eenheid ook nooit gehinderd. Het mag overigens ook de Europese eenheid niet in de weg staan.

Zijn 'heel-Nederlandse' Benelux-visie is voor Belmans een onderdeel van zijn 'heel-Europese' visie. Ze ligt echter ook in het verlengde van zijn 'heel-Belgische' visie. Dit laatste is opmerkelijk omdat de heel Nederlandse gedachte in Belgie van oorsprong vooral een Vlaams nationale aangelegenheid was. Tegenwoordig echter hebben de Vlaams-nationalisten zozeer hun zinnen gezet op een 'Vlaamse staat' dat ze zich zowel tegen de Franstalige Belgen als tegen de 'Hollanders' afzetten.

tk Brochure

Nog opmerkelijker is dat de Nederlandse gedachte in Belgie vandaag vooral bij Franstaligen lijkt wortel te schieten. 'La Necessite du Benelux', zo heet een hoofdstuk uit een brochure die de Franstalige oud-ambassadeur Pierre van Haute vorig jaar bij E Diversitate Unitas uitgaf. Van Haute, die als oud-diplomaat weet waarover hij spreekt, waarschuwt regelmatig ook in lezersbrieven aan Franstalige Belgische kranten tegen het feit dat Frankrijk een politieke en economische greep op Belgie poogt te krijgen. Om dit te vermijden moet Belgie steun zoeken bij Nederland, zo luidt zijn stelling en hij waarschuwt de vier miljoen Franstalige Belgen dat hun belangen beter tot hun recht zullen komen als ze een belangrijk deel worden van een groter Nederlands geheel dan wanneer ze een buitenprovincie worden van Frankrijk. De Vlamingen, schrijft Van Haute, maken een grote fout door hun zuiderburen aan de Fransen over te leveren: ze zullen daar vroeg of laat nog spijt van krijgen.

Eenzelfde waarschuwing kan men horen uit de mond van Alain Walenne, hoofdredacteur van het maandblad Le Courrier des Pays-Bas. Walenne is een Franse staatsburger uit Lille (Rijsel). Hij is Franstalig maar voelt zich tegelijkertijd Nederlander. Beide gaan perfect samen: 'Wij zijn fier op onze Franstaligheid juist zoals wij fier zijn op ons Nederlander-zijn. De Nederlandstaligen moeten dit samengaan aanvaarden, ongeacht de taal'. Ook hij vindt de Vlaamse politiek om de Walen af te stoten verkeerd. 'De Nederlandstaligen staan niet altijd klaar om Wallonie als partner te verwelkomen, maar vergeten dat de Waalse verzuchtingen enkel opgelost kunnen worden in een Nederlands kader en niet in een Frans kader dat schadelijk is voor de regio's.'

Opvallend is ook de stelling van Christophe Buffin, een andere Franstalige Belg. Ook hij bekent zich tot de scholengedachte. Noch Vlaanderen noch Wallonie kunnen op zichzelf in het nieuwe Europa een rol van betekenis spelen. Belgie kan dat echter ook niet meer. De Benelux-optie is daarom onvermijdelijk, schrijft hij in het oktober-nummer van het Vlaamse maandblad Nucleus.

De Vlamingen zijn als Nederlandstalige Belgen het bindmiddel bij uitstek tussen Nederland en Franstalig Belgie, aldus Buffin, maar het Vlaams-nationalisme vormt momenteel de grootste belemmering voor deze Nederlandse eenheid omdat het noch van de Walen noch van de 'Hollanders' wil weten. Overigens, zo meent Buffin, kunnen zonder Nederland de interne Belgische problemen ook niet worden opgelost: 'Het probleem met Belgie is niet dat het te groot is maar dat het te klein is. De Belgische identiteitscrisis vloeit niet voort uit het feit dat het land twee volkeren binnen zijn grenzen heeft maar wel uit het feit dat het slechts een half land is un demi-pays'.

Of, zoals de Britse historicus Hugh Seton-Watson schreef: 'The formation of the Dutch nation is a case of the (: -) in two of a community which, with an economy and a culture as advanced as any in Europe, was growing into a single modern nation; but religious (: -), foreign military power and new economic opportunities in distant seas pulled and kept the law halves apart, making one into a nation and leaving the other in uncertain status'.