Elst: vuile grond onder veel kassen verhindert 'Waalsprong'Nijmegen

ELST, 9 okt. De grond onder de meeste kassen in de Gelderse gemeente Elst is waarschijnlijk verontreinigd met het gevaarlijke bestrijdingsmiddel Endrin. Burgemeester H. Galama van Elst heeft dit gisteren bekendgemaakt. Volgens Galama maakt de verontreiniging de grootschalige woningbouw onmogelijk die Nijmegen in Elst heeft gepland bij de zogenoemde Waalsprong, de uitbreiding van Nijmegen aan de overzijde van de Waal. Elst is een van de gemeenten die zich fel verzetten tegen de Waalsprong.

'Ik moet toegeven dat het wat wonderlijk klinkt', aldus Galama vanmorgen, 'maar deze vervuiling komt me goed uit.' Endrin werd tot twee jaar geleden gebruikt bij de teelt van cyclamen. Het middel zou kankerverwekkend zijn. Volgens Galama heeft onderzoek bij een tuinder in een aangrenzende gemeente een zo ernstige vervuiling aangetoond dat de tuinder zelf niet voor de kosten kan opdraaien. 'Het opruimen ervan kost zes tot zeven maal zoveel als de opstallen waard zijn.'

Aangezien alle tuinders in Elst cyclamen hebben gekweekt of dat nog doen en ook Endrin hebben gebruikt, verwacht Galama dat onder de vele kassen in zijn gemeente ook aanzienlijke hoeveelheden gif aanwezig zijn. Woningbouw in het gebied zou betekenen dat al die gifgrond moet worden gesaneerd. Als de tuinders dat moeten betalen, gaan ze volgens Galama allemaal failliet en zullen ze niet in staat zijn zich elders te vestigen, zoals in de Nijmeegse Waalsprong-plannen is voorzien.

Galama denkt met deze constatering een keihard argument in handen te hebben om de Waalsprong, die ook door het provinciebestuur van Gelderland wenselijk wordt geacht, tegen te houden. 'Ik heb de provinciale dienst milieu benaderd. Die zeiden dat ze deze problematiek ook al onder de ogen van gedeputeerde Doesburg hadden gebracht. Maar die wilde er niets van weten. Want dat kwam hem niet goed uit.'

'Kletskoek', reageert Doesburg. 'We weten dat de grond onder de kassen waarschijnlijk is vervuild. We weten alleen niet hoe ernstig die vervuiling is.' De door Galama opgevoerde vervuiling is volgens Doesburg zelfs bijna een argument voor de Waalsprong. 'Als daar kankerverwekkende stoffen in de grond zitten, dan moet die grond dus worden gesaneerd. Het kan toch geen behoorlijk bestuur zijn om zulke grond dan maar te laten liggen, alsof een tuinder meer of minder niet uitmaakt! Als ik gemeentebestuurder was zou ik niet zeggen: laat die grond maar liggen.' Volgens Doesburg is Galama's constatering een reden te meer om snel een veiliger, gesloten systeem van glastuinbouw in het gebied op te zetten.

Hij verwacht ook dat het rijk bij een eventuele bodemsanering wel zal bijspringen. Hij wijst er bovendien op dat VROM een speciale regeling kent voor bedrijven die de kosten van bodemsanering niet kunnen dragen: als zij de eerste tien jaar bedrijfswinst afstaan aan VROM beschouwt dit ministerie de schuld als afgedaan. 'Dat is natuurlijk geen leuk vooruitzicht. Maar het is hoogst prematuur om te roepen dat die Waalsprong hierom niet kan.'