Eigen vervoer

Vroeger, toen ik op de lagere school een fatsoenlijke korte broek droeg, toen Roland Holst nog leefde, en Gerard Reve wel getrouwd was en priesters niet, deden, zo vermoed ik, huisvrouwen vrijwel geen boodschappen. Bakker, melkboer, groenteboer (met schillenpaard) kwamen aan de deur waar dikwijls opschrijfboekjes met de gewenste artikelen klaar lagen. Als iemand al eens boodschappen deed zeker geen mannen in die tijd moet het met een leren tas zijn geweest, of iets van een soort zeildoek. Nu de kleine kooplieden zijn vervangen door het grootwinkelbedrijf vervoert iedereen van alles in van alles. Het meest gebruikt lijkt de plastic tas (See, buy, fly; Maison de Bonneterie; Puck en Hans), met als goede tweede de linnen tas (Big Brown Shopper, jakkes) en bij de supermarkt waaihouten kistjes en kartonnen dozen, nuttige opruiming van diezelfde supermarkt. En tegenwoordig heb je het wel heel goed voor elkaar als je gebruik maakt van een uitklapbaar kunststoffen kistje, de zogenaamde Curver-shoppingbox, die werkt als het bijna vergeten opvouwbaar blikken broodtrommeltje.

Als de vrouw in de rij voor mij afrekent, zie ik dat zij uit haar veelkleurige bolle windjack een klein soort portefeuille pakt. Zij maakt het leren lipje los, vouwt het open waarbij een foto van een man met een bedenkelijke probeersnor zichtbaar wordt en betaalt met enkele bankbiljetten die over de gehele lengte van de portemonnee waren ingestoken. Het kleine geld dat zij terugkrijgt doet zij in een apart opgestikt zakje dat met een drukknopje wordt gesloten. Ik betaal met het biljet dat ik speciaal voor deze gelegenheid heb meegenomen, los in mijn zak, waar ik ook het wisselgeld weer opberg. Mijn door de lopende band te hoop gelopen aankopen verzamel ik in een doos, een uit de berg die achter een schot slordig ligt opgetast. Terwijl ik het gekochte inlaad zie ik een oude man enkele artikelen betalen uit de ouderwetse mannenknip: glimmend metalen klikslotje op driedelig leder, in het bargoens de 'platvink' genaamd. Opengeslagen liggen de munten in een ruim vak voor het grijpen, de waardepapieren zijn, zelfs als de lange klep is uitgestoken, gevouwen in een apart vakje. Al lopende besef ik dat ik niet heb gezien: de portemonnee van klittenband die rond de pols wordt gedragen, de ritsportemonnee aan de zijkant van een gymnastiekschoen, de rond de nek gedragen geldzak-sec en de veilig, kruiselings over de borst aangebrachte damestas.

Sinds enige tijd echter, of misschien is het ook al wel jaren, maar het neemt nog steeds ernstiger vormen aan, kennen we de generatie van de Reusachtige Rugzak. Die mensonwaardige bult wordt gebruikt voor het vervoer van alles wat maar denkbaar is: etenswaren, kampeeruitrustingen, schoolartikelen en eigenlijk alles wat de moderne jonge mens bij zich draagt. Wie de lagere, en zeker de middelbare school heeft bereikt draagt de felgekleurde, soms zelfs lege huls op de rug. Maar gedragen moet-ie. Zwermen toeristen trekken als moderne nomaden over de wereld, gebukt onder de meest ondragelijke uitstulpsels. Amerikaanse meisjes met dikke trilbillen, broodmagere Engelsen, donkere Italianen en onverstaanbare Scandies torsen de overvolle bagagerekken op hun jeugdige ruggen.

Het is ondoenlijk om via een groep vader- of buitenlanders, die van een dergelijke rugzak zijn voorzien, een plaats in de trein te bereiken. De grote, gruwelijk misvormde bochels met onverwacht gemene uitsteeksels belemmeren elke vorm van doorgang. En de hemel sta je bij als je tegelijkertijd met zo'n gezelschap moet uitstappen. Maar ik weet het, wie geen gekleurde rugzak op een dito windjack draagt telt niet mee.

Van zeer recente datum is een soort verdikte riem in de mode opvolger van het ridicule polstasje die geld en kostbaarheden veilig moet vervoeren. Een brede, soms van kleuren en patronen voorziene ceintuur, waarin een vreugdeloze bult is aangebracht die als bergplaats dient. De eigenaren van zo'n modieus artikel zie ik trots paraderen, rits open, rits dicht, geld tevoorschijn, sigaretten tevoorschijn en weg. Ik heb tegen dit artikel meerdere bedenkingen. De voornaamste: de toch al zo kwetsbare taillelijn wordt gruwelijk misvormd door een wanstaltig uitpuilende gordel. De buurvrouw als gordeldier.